Kapittelboekje 2006
Gemert,
oktober 2006
Beste
Medebroeders,
Zoals
was beloofd, al is het ook wat laat, is hier tenslotte het boekje, waarin
vermeld staat het verloop van ons provinciaal kapittel, de beslissingen en het
beleid voor de bestuursperiode 2006-2009.
De
beslissingen zijn het resultaat van ons werk gedurende de dagen van het kapittel
en geven de lijnen aan in welke richting we ons willen laten leiden en in hoever
we nog kunnen bijdragen aan de taak die wij als congregatie hebben in kerk en
wereld.
Dit
beleid, uitgesproken en bekrachtigd door de deelnemers aan het kapittel, is het
programma van het provinciaal bestuur en de provinciale raad. We hopen dit
programma te kunnen verwezenlijken op een systematische manier en rekenen op de
belangstelling en de inzet van alle medebroeders.
Tenslotte
vragen we het boekje te gebruiken in de huis- en regiovergaderingen om op deze
wijze het provinciaal bestuur te helpen de provincie te leiden op de weg die we
allemaal wensen.
Tenslotte
aan de medebroeders die menen niet veel meer te kunnen doen als gevolg van
leeftijd of ziekte, hier een aansporing van Pater Libermann: "Geef je over
aan onze goede Meester door beschikbaarheid in het werk of soms, als Hij het
toelaat, op non-actief. Hierin bestaat het voordeel van de missionaris: in
gezondheid zich opofferen aan God door het werk en in ziekte hem een nog groter
offer brengen door niet actief deel te kunnen nemen. (ND D( p.379)
Het
Provinciaal Bestuur:
J. Gordijn, P. Pubben, B.v. Tol,
Fr. Wijnen
Kapittel:
Het
kapittel van de Nederlandse provincie C.S.Sp. in 2006 werd gehouden te Gemert,
in twee sessies: de eerste sessie was van 18
t/m 20 mei 2006, de tweede sessie was van 7 t/m 9 juni 2006.
AAN
HET KAPITTEL NAMEN DEEL
rechtens:
de leden van het provinciaal bestuur: J. Gordijn. P. Meeuws, T. Gruijters.
de leden van de provinciale raad: F. Wijnen,
P. Pubben, O.v.d. Brink.
gekozen:
communiteit Gennep/ Boxmeer: J. Berndsen,
T. Rutjes.
communiteit Gemert: J.v.d. Wildenberg, C. Kok
regio Weert: L.
Verhaag, H.v. Dillen.
regio Maas en Waal en Hattem: H. Zandbelt, A.
Tijssen.
regio Halfweg, Duitsland en Frankrijk:
J. Nieuwenhuizen.
Brazilië, Trinidad en USA: P.v.d. Drift.
Afrika: J.
Habets.
Kandidaten
met meer dan 7 stemmen en niet gekozen als afgevaardigden:
F. Timmermans, C. Bruin, A. de Jong,
P. Delisse, B.v. Tol, M. Wilson, J.v. Vegchel,
S. de Lange, M.v. Moorsel.
Gevraagd
door het provinciaal bestuur:
propaganda: J.v. Schaijk.
kapittelboekje: P. Cuijpers.
missionarissen op verlof: T.
Willemsen, K.
Gradussen, M. Beusmans,
Mgr.L. v. Heijgen.
vertalers: C. Anyaeze , C. Eba'a.
medestanders: P. Beckers, M. Jansen,
Tr. Keet C.v. Kuijk, T. Smits, J Wilmer, D. Waarma.
genodigden: zusters v.d. H. Geest:
L. v. Uffelen.
algemeen bestuur: J. Kingston.
provinciaal van Nigeria: A. Onyeneke.
coördinator van de Europese groep: D. Olin.
HOE WAS DE INTERNE ORGANISATIE VAN HET KAPITEL ?
F.Wijnen
en S. de Lange werden voorgesteld en geaccepteerd als moderatoren van het
kapittel.
G.
Hogema en C. v. d. Poel werden benoemd tot
informateurs/formateurs voor het nieuwe provinciale bestuur.
J.
de Boer en J. Woolderink werden
gekozen om de financiële zaken van de provincie te controleren.
Het
secretariaat werd verzorgd door: M.v. Moorsel en T. Smits
Er
werd als volgt vergaderd: het thema
werd mondeling ingeleid. Sommige thema's werden besproken in kleinere groepen,
andere plenair.
WAT
WAS ER TIJDENS HET KAPITTEL VAN 2006 AAN DE ORDE?
-
De verkiezing van een nieuw provinciaal bestuur,
" misschien het laatste dat wij in de gebruikelijke vorm zullen
kiezen" (T.Gruyters in zijn
openingswoord).
-
De inschakeling van leken in bestuursfuncties.
-
De toekomst van de huizen die aan de Nederlandse provincie toebehoren.
-
De toekomst van onze werkzaamheden in Nederland met name in Eindhoven en
Rotterdam, of via het Afrika Museum in Berg en Dal en de propaganda.
-
De werkzaamheden in het Zuiden (Afrika,
Brazilië en elders).
-
Medestanders.
-
De nieuwe ontwikkelingen bij het ontstaan van de Europese Groep.
Het
kapittel begon
met de presentatie door het aftredende bestuur van het verslag over een
bestuursperiode van zes jaar.
HET
VERSLAG VAN HET AFTREDENDE PROVINCIAAL BESTUUR
Koos
Gordijn leidde het verslag in. Hij gaf aan, dat het verslag de twee
bestuursperioden omvat van het huidige provinciaal bestuur. Het verslag volgt de
indeling van het beleidsplan uit 2000 met zijn aanpassingen van 2003. Ook komen
in het verslag punten ter sprake die buiten het beleidsplan vallen. Zij moeten
geëvalueerd worden, en misschien in het nieuwe beleidsplan opgenomen
worden. Het laatste ligt echter in de handen van het kapittel.
Piet
Meeuws gaf vervolgens een overzicht van de verschillende reacties ontvangen op
het verslag van het aftredende bestuur. Dit verslag was vooraf ter bespreking
aan de confraters toegestuurd.
De
reacties betroffen allerlei zaken en waren gevarieerd. Soms werd er waardering
uitgesproken. Dit was o.a. het geval bij de zorg van het bestuur voor de
medebroeders, speciaal voor hen die recent uit de missie teruggekeerd zijn. Soms
werden er problemen gesignaleerd zoals de moeizame communicatie tussen de
werkgroepen en de achterban van medebroeders. Meestal werd er begrip voor de
gesignaleerde moeilijkheden getoond zoals bij de kwestie van de toekomst van de
huizen van de provincie. In de reacties werd de inzet van de huizencommissie
geprezen, ook al lijkt voor een buitenstaander een en ander traag te verlopen.
EVALUATIE
VAN HET BESTUURSVERSLAG DOOR HET KAPITTEL
Kwesties
die in het beleidsplan stonden.
Aan
het kapittel werd als eerste vraag voorgelegd: is het beleid goed beschreven en
goed uitgevoerd? Zo niet, wat moet er veranderd worden?
1.
De antwoorden van de kapittulanten waren over het algemeen positief.
2.
Zo werd de zorg voor de medebroeders, met name de jaarlijkse bezoeken
hier en in het Zuiden, alom gewaardeerd. Ook de aandacht voor oudere en/of zieke
confraters werd positief beoordeeld.
3.
Een punt van zorg was dat onze huizen, behalve Gennep, niet aan de eisen
beantwoorden die door de thuiszorg worden gesteld. Wij hebben immers zelf geen
of weinig mantelzorg door familie en zijn dus grotendeels op professionele
thuiszorg aangewezen, die uiteraard haar eisen moet stellen.
4.
Er was bij enkele kapittulanten onduidelijkheid over de inbreng van de
provincie in het stichtingsbestuur, dat ons kloosterbejaardenhuis in Gennep
beheert. Hier kon gemeld worden, dat twee medebroeders de congregatie in het
bestuur vertegenwoordigen.
5.
Het belang van de werkgroepen als adviesorganen die de communicatie
tussen het bestuur en de confraters kunnen bevorderen, werd door het kapittel
onderstreept. Men vond het dan ook belangrijk dat die werkgroepen blijven
functioneren ondanks de toenemende moeilijkheden om ze gaande te houden. De
oorzaak hiervan is vooral het ouder worden van de leden.
6.
De communicatie met de medebroeders in het Zuiden: door enkele
kapittulanten werd opgemerkt dat er heel wat informatie over en weer gaat tussen
de betreffende confrater, zijn werk en leven in het gebied waar hij werkt
enerzijds en het bestuurslid dat hem bezoekt en dat vertelt over de stand van
zaken in de Nederlandse provincie anderzijds. De terugkoppeling naar de
provincie zou echter verbeterd kunnen worden, als b.v. de confraters in het
Zuiden wat meer (ook schriftelijke) informatie gaven over de ontwikkelingen in
het gebied waar ze werken en over de jonge Spiritijnse provincies en
stichtingen. Het zou ook helpen als het bestuur die informatie wat minder
beknopt doorgaf in de Nederlandse regiobijeenkomsten en werkgroepen.
7.
Er waren vragen over de (afnemende?) invloed van de provincie op de regio
Europa met name wat betreft de hulpverlening aan projecten van confraters. Die
ondersteuning is nu in Brussel gecentraliseerd en lijkt onpersoonlijker c.q.
strenger te zijn geworden. Als
verklaring hiervoor wordt gezegd, dat om hulp te krijgen aan bepaalde eisen moet
worden voldaan, afhankelijk van het project en de organisatie waar hulp
aangevraagd wordt. In Brussel wordt bekeken welke organisatie de beste kans
biedt voor hulp. In Brussel wordt in feite de hulpverlening aan projecten van
confraters gecoördineerd en beoordeeld. De hulp, welke beschikbaar wordt
gesteld door de Europese provincies, wordt door een commissie verdeeld.
De
combinatie van deze twee moet er voor zorgen, dat niemand met een gegronde
aanvraag voor hulp buiten de boot valt.
8.
De beschrijving van de vraag naar inschakeling van leken en het beleid
hierin door het aftredende bestuur gaf op het kapittel aanleiding tot de
volgende constatering: door onze vergrijzing worden wij er meer en meer toe
gebracht om leken in te schakelen. Tot nu toe is dat echter alleen het geval bij
de financiën, het secretariaat, in tuin en keuken, bij de verzorging en als
huishoudelijke hulp.
De
vraag aan het kapittel is nu zich uit te spreken over de inschakeling van leken
in alle sectoren en functies, ook in die van het provinciaal bestuur.
Het
kapittel geeft aan het nieuwe bestuur een mandaat om deze mogelijkheid te
onderzoeken en eventueel stappen te ondernemen om een leek aan te nemen als
adviseur van het provinciaal bestuur.
9.
De toekomst van de huizen is een ingewikkelde materie, welke om
deskundigheid vraagt op diverse terreinen.
Voorgesteld
werd om aan de huizencommissie een mandaat
te geven om in alle vrijheid te handelen onder eindverantwoordelijkheid van het
provinciaal bestuur. Dit zal later op het kapittel worden hernomen.
10
Het Missionair Team Eindhoven en het team Rotterdam zijn goed begeleid
door het aftredende bestuur. De betrokkenheid van dit bestuur is als weldadig
ervaren.
Kwesties
die niet in het beleidsplan voorkwamen.
Aan
het kapittel werd gevraagd of er door het huidige bestuur goed is omgegaan met
zaken die niet in het beleidsplan stonden? Moeten er van deze zaken punten
worden opgenomen in het nieuwe beleidsplan?
1.
Een van die zaken is het jubileumjaar. Hierop kijken wij met trots terug.
Het jubileumjaar is een bijzondere periode geweest met verbroedering tussen de
medebroeders en een goede uitstraling naar buiten. Ook het jubileumboek "
In de Kracht van de Geest " was een succes. De jubileumtentoonstelling
geeft een goed overzicht van de geschiedenis en de activiteiten van de
congregatie en de Nederlandse provincie. Dankzij de zusters van de H. Geest en
enkele medebroeders kan deze nog steeds bezichtigd worden.
Daartegenover
staat dat de geplande video niet is gemaakt. Ook is de vernieuwing van de
communiteiten waar men op hoopte, niet altijd tastbaar of aanwijsbaar geworden.
Het
kapittel beveelt aan de dynamiek van het jubileumjaar te gebruiken en verder uit
te werken in het nieuwe beleidsplan van het aantredende provinciaal bestuur.
2.
Is er goed omgegaan met het Afrika Museum in Berg en Dal?
Het
kapittel vraagt om meer aandacht te geven aan het Afrika Museum, dat een
blijvende herinnering is aan het werk van de congregatie hier in Nederland, in
Afrika en in Brazilië. Het biedt
een waardige presentatie van de culturen uit het Zuiden en geeft zodoende een
eigentijdse invulling aan de missie van de congregatie.
Voor
de voortzetting van de samenwerking tussen congregatie en museum is volgens het
kapittel een goede communicatie belangrijk. Het is van belang ook in de toekomst
de culturen uit het Zuiden goed te blijven presenteren. Als voorbeeld van goede
samenwerking tussen de congregatie en het museum wordt het besluit genoemd om
mettertijd de boeken van de Missie Informatie Dienst over te doen gaan naar het
Afrika Museum.
3.
Archief: te zijner tijd zullen de documentatie en de andere archivalea
die belangrijk zijn voor provincie en congregatie, worden ondergebracht bij de
Klooster Archieven Nederland in St. Agatha en in Chevilly.
VOORBEREIDING
VAN DE VERKIEZING VOOR EEN NIEUW PROVINCIAAL BESTUUR
-Besproken
werd welke opdracht te geven aan de formateurs. Het kapittel kwam tot de
volgende opdracht: een team samenstellen van medebroeders die kunnen luisteren,
samenwerken en besluiten nemen. Ze moeten verder bereid zijn om vakkundige leken
van buiten aan te trekken. Verder is aandacht voor spiritualiteit uiteraard
belangrijk. Een team met een Engels -, een Frans - en een Portugees - sprekend
lid zou ideaal zijn.
-
Als 2e punt kwam aan de orde de vraag uit hoeveel personen het
provinciaal team in deze tijd zou moeten (mogen) bestaan. Als mogelijkheden
werden genoemd: twee medebroeders of drie; een team van twee fulltimers
plus
een parttimer die niet perse in Gemert hoeft te wonen; twee medebroeders met een
sterkere provinciale raad of met werkgroepen met grotere bevoegdheden; een team
met twee medebroeders en een leek als parttimer voor management.
Op
19 mei werd de opdracht aan de formateurs opnieuw besproken. Uiteindelijk
kwamen uit de discussies drie alternatieven naar voren:
*
een provinciaal bestuur van drie fulltime medebroeders zoals het
aftredende bestuur;
*
een provinciaal bestuur van enkele fulltime en enkele parttime
medebroeders;
*
of een provinciaal bestuur met daarin een leek als medebestuurder of
adviseur.
De
voorkeur ging wel uit naar de eerste van deze drie mogelijkheden. De optie met
een leek als medebestuurder werd aangegeven als in strijd met de huidige
spiritijnse leefregel.
Tijdens
de eerste sessie van het kapittel werden verder nog een aantal belangrijke
inleidingen gepresenteerd door onze gasten uit het buitenland.
NIGERIA
Augustine
Onyeneke vertelt over de ontwikkelingen die hebben plaats gevonden sinds de
eerste spiritijn in 1885 in Nigeria kwam. Hij
maakte duidelijk wat de Biafra oorlog (1967-1970) betekent heeft voor het land
en de congregatie. Opgemerkt mag worden, dat de Nigeriaanse provincie de snelst
groeiende provincie is binnen de congregatie. Op dit ogenblik telt deze 302
priesters, 5 broeders en 227 scholastieken. De leden van de provincie werken in
alle werelddelen. Augustine schuwde niet de problemen aan te roeren van de
culturele verschillen tussen de vele etnische groepen in zijn provincie.
ALGEMEEN
BESTUUR
John
Kingston van het algemeen bestuur in Rome kon melden, dat de congregatie weer
langzaam groeit. De con-gregatie heeft ongeveer 1000 studenten en dat brengt de
zware verantwoordelijkheid met zich mee van een goede opleiding.
Er
is een commissie opgericht voor het goed opzetten van een secretariaat voor de
opleiding. Verder zijn er overal in de congregatie hoopvolle ontwikkelingen
gaande. Hij sprak over de steeds groter wordende solidariteit en het verlangen
naar eenheid. "Gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping"
krijgt de volle aandacht van het algemeen bestuur. John Killcrann is hiervoor
speciaal aangesteld. Ook de opleiding tot broeder wordt centraler gesteld.
Onderstreept werd de enorme betekenis die broeders hebben gehad voor de
missionering. Echter, overal speelt het probleem van de financiën een rol bij
de uitwerking van de plannen.
REGIO
EUROPA
Dick
Olin verschafte de laatste informatie over de ontwikkelingen van het spiritijns
gebied Europa. Tot deze circonscriptie behoren op het ogenblik drie
communiteiten: het noviciaat in Parijs, het secretariaat van Brussel en de
pastorale communiteit van Rostock. Hij constateerde, dat overal in Europa
creatief gezocht wordt naar missionaire projecten, die beantwoorden aan de
behoeften van deze tijd en vallen binnen de doelstellingen van de congregatie.
Door het ouder worden van de Europese leden zien we, dat voor de nieuwe
projecten jongere confraters worden gezocht uit andere gebieden. Binnen Europa
groeit de coördinatie. Als voorbeelden hiervan kunnen genoemd worden de CSECD,
welke werkt aan gezamenlijke fondswerving en de CESS, welke de fondswerving
verzorgt binnen de Europese circonscripties. Verder zijn er de al reeds lang
bestaande Europese commissies als "Appel à la Mission, opleiding,
communicatie, archivarissen, economen en provinciaals.
GERECHTIGHEID,VREDE
EN HEELHEID VAN DE SCHEPPING
Ook
vanuit Nederland waren er een aantal verslagen: een over "gerechtigheid,
vrede en heelheid van de schepping" door Harrie van Loon. Hij schilderde de
Nederlandse situatie, maar betrok ook Kameroen in de beschouwing. Daarover
schilderde hij de concurrentie met geïmporteerde diepvrieskippen en de
rampzalige kap van het oerwoud;
MISSIONAIR
TEAM EINDHOVEN.
Verder
een verslag van Martin van Moorsel over de activiteiten van het Missionair Team
Eindhoven. Martin schilderde de veranderingen die hebben plaats gevonden met de
komst van Chima en Emmanuel. Hij onderstreepte het belang van een goede opvang,
begeleiding en woonsfeer van de jonge confraters uit andere culturen. Emmanuel
werkt nog aan zijn taalstudie. Chima heeft het werk onder de buitenlanders
uitgebreid tot een goed lopende activiteit. Hij is ondertussen ook werkzaam als
coördinator van de paterskerk. Frans
Wijnen is verantwoordelijk voor het binnenstadspastoraat. Jongeren hebben nog
steeds sterk de aandacht. Martin van Moorsel hield zich daar vooral mee bezig.
Thuis- en daklozen zijn geworden tot een belangrijke activiteit binnen het team.
Chima
Anyaeze sprak over zijn inzet in de organisatie "kleurrijk religieus
Nederland". Hij sprak over de cultuurshock die confraters en andere
religieuzen uit het Zuiden hier in Nederland doormaken. "kleurrijk
religieus Nederland" wil een platform zijn waar ervaringen uitgewisseld
kunnen worden. Aan de orde kwamen belangrijke kwesties als "geworteld in
God en geworteld in jezelf", Europese missionarissen in het buitenland en
buitenlandse missionarissen in Nederland, premoderne en postmoderne situaties,
het belang van het simpelweg aanwezig zijn bij verschillende leefomstandigheden
en evenementen, de vraag wat de toekomst zal brengen, enz.
Vanuit "kleurrijk religieus Nederland" is aangedrongen op een
goed draaiboek voor de opvang en begeleiding van buitenlandse missionarissen in
Nederland.
GROEP
ROTTERDAM
Frans
Timmermans sprak over de situatie en de werkwijze van de groep Rotterdam. Hij
merkte op, dat de aanwezigheid van buitenlandse confraters heel wat problemen
heeft gegeven, maar dat er ondanks dat veel positiefs van hen is uitgegaan in de
parochie. Er is een brug gebouwd tussen Nederlanders en buitenlanders. De groep
heeft een moeilijke periode gekend door het overlijden van Leo van Kessel en de
wisselingen binnen de communiteit. Er is nu meer stabiliteit en meer overleg.
Ook is er meer aandacht gekomen voor gezamenlijk gebed, diaconale activiteiten
en een goede werkverdeling.
Het
Missionair Team Eindhoven en de groep Rotterdam worden ook aan het nieuwe
bestuur als prioritaire projecten van de provincie aanbevolen.
WERKGROEPEN
Koos
Gordijn geeft een korte samenvatting over de werkgroepen.
In onze provincie zijn de werkgroepen allen ontstaan na het kapittel van 1973.
Dat kapittel sprak de wens uit om werkgroepen op te richten, met het doel de
betrokkenheid van de leden te vergroten en directe inspraak op het beleid
mogelijk te maken.
Vanaf
die tijd kennen wij de sociale, de religieuze, de financiële en de missionaire
werkgroep. Daarnaast bestaan er commissies zoals de al jaren functionerende
publiciteitscommissie en ad hoc commissies zoals de jubileumcommissie bij
gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de congregatie en onze 100-jarige
aanwezigheid in Nederland. Op het moment is er nog de huizencommissie. Jarenlang
is er ook een bibliotheekcommissie geweest.
De
werkgroepen en commissies bevorderen de wederzijdse communicatie tussen
provinciaal bestuur en medebroeders. Ook hebben zij de inbreng van leken en
zusters mogelijk gemaakt vooral via de financiële- en de missionaire werkgroep.
Gevraagd
werd of er misschien een aparte werkgroep voor "gerechtigheid, vrede en
heelheid van de schepping" moet komen nu deze thematiek steeds belangrijker
wordt. Het is een terrein waaraan wij als ouder wordende groep nog steeds ons
steentje kunnen bijdragen. Tot nu toe staat het onderwerp op de agenda van de
missionaire werkgroep.
Het
kapittel besloot om het zo door te laten gaan.
In
de discussie kwam de vraag op of de niet leden onder de medebroeders zich
betrokken voelden bij de werkgroepen. Om deze betrokkenheid te vergroten kwam
uit deze discussie het voorstel de uitnodigingen voor de werkgroepen aan alle
medebroeders te sturen en niet alleen aan de leden van de betreffende werkgroep
of commissie.
Dit
voorstel werd echter niet aangenomen.
MEDESTANDERS
Op
20 mei presenteerde de medestanders hun spiritualiteit en werkwijze. Dit
gebeurde aan de hand van het "visiestuk van de medestanders". Een van
de kernvragen was: heeft u de indruk dat medestanders de missionaire inzet van
de spiritijnen op hun eigen wijze gestalte geven? Kort samengevat werd daarover
het volgende gezegd.
Je
moet de spiritijnse inzet in historisch perspectief zien. Vroeger traden wij
spiritijnen in bij de congregatie om missionaris te worden, mensen te bekeren en
de kerk te stichten. Nu gaat het er om de Geest van Christus te brengen in een
na-christelijke wereld die
geseculariseerd en gematerialiseerd is. Maar werken in de Geest van Christus is
ons aller spiritualiteit. Wat de medestanders doen is dan ook een voortzetting
van de spiritijnse traditie, zij het op een eigen manier. Hun visiestuk
verwoordt het als volgt (blz 7): vanuit het motto 'Cor unum et anima una' zetten
spiritijnen zich in voor kwetsbare mensen". Medestanders doen dat op hun
wijze vanuit een eigen (leken)charisma.
Bovendien
is het zo, dat er altijd verschil zal blijven bestaan tussen de ene generatie en
de andere. In de zestiger jaren bestond dit tussen de spiritijnen van vóór en
van ná het Vaticaanse Concilie II.
Kortom,
de spiritijns missionaire inzet telt vele varianten afhankelijk van het
tijdperk, de eigen levensstaat (priester, broeder of leek, celibatair of gehuwd)
en het land van herkomst. Maar het gaat er altijd om je dienstbaar te maken.
Niemand
kan de Geest monopoliseren. Hij manifesteert zich in vele vormen. Wel moeten we
binnen de ene, spiritijnse familie kritisch blijven tegenover elkaar, maar
tegelijk ook elkaar blijven vasthouden.
Na
deze bijeenkomst werd de eerste periode van het kapittel afgesloten met een
viering. In deze viering werd de nieuwe bundel van de medestanders "Licht
dat ons aanstoot " aan alle participanten in het kapittel uitgereikt.
DE
TUSSENPERIODE
De
tijd tussen de eerste en de tweede sessie van het kapittel werd door de
formateurs gebruikt om een team samen te stellen van kandidaten voor het nieuwe
provinciale bestuur van de Nederlandse provincie van de congregatie van de
Heilige Geest.
TWEEDE
PERIODE VAN HET KAPITTEL
van
7 tot 9 juni 2006
De
tweede periode begon op woensdag 7 juni met het rapport van de formateurs. Zij
brachten verslag uit van hun pogingen een team van kandidaten voor het nieuwe
provinciaal bestuur samen te stellen.
Het
rapport van de formateurs bracht eerst de centrale taken van het nieuwe team in
herinnering, zoals die in de loop van de eerste sessie waren vastgesteld.
Deze
waren:
-
volgens het spiritijnse charisma leiding geven aan een sterk vergrijzende
groep mensen;
-de
spiritijnse tegenwoordigheid in
Nederland onderhouden en versterken door speciale projecten, zoals het
Missionair Team Eindhoven, het project Rotterdam en het Afrika Museum in Berg en
Dal;
-bepaalde
huizen (die in Gemert, Weert en Gennep) verder aanpassen aan de woon- en
zorgbehoeften van ouder wordende communiteiten en huizen afstoten, die ons doel
niet meer dienen
-aangepaste
lichamelijke, sociale en geestelijke zorg mogelijk maken voor de medebroeders;
-leken
aanstellen in leidinggevende functies van de provincie zonder dat de leden van
de congregatie de eindverantwoordelijkheid uit handen geven.
Vervolgens
werd de lijst met persoonlijke kwaliteiten opgesomd, waaraan de leden van het
provinciale team verwacht worden te voldoen, kwaliteiten die de leden helpen te
groeien naar een goed lopend team. Het
gaat om personen,
- die in staat zijn om
zelfstandig beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen,
maar die dit willen doen in nauwe samenwerking met anderen;
-
die open staan voor de inzichten van anderen en de kunst verstaan hun eigen
oordeel aan redelijke inzichten van anderen te toetsen;
-
die oog hebben voor de tekenen van de tijd en deze weten in te passen in de
richtlijnen van de kerk en de eisen van het religieuze leven;
-
die kunnen luisteren naar wat er voorbij de woorden bedoeld wordt en die de
signalen weten op te vangen van wat er onuitgesproken omgaat in het leven van
anderen;
-
die menselijke zwakheden en beschadigingen weten te onderkennen zonder ze direct
te veroordelen, maar er constructief mee weten om te gaan;
-
die niet bang zijn als priester-religieus raad te vragen - met behoud van eigen
eindverantwoordelijkheid - aan deskundige leken en ook op hoger niveau nauw met
hen samen te werken, wanneer het materieel of geestelijk welzijn van de
congregatie en haar individuele leden dit vraagt;
-
die aan gebed en spiritualiteit een centrale plaats geven in hun eigen leven en
de bereidheid hebben die gerichtheid met anderen
te delen.
Daarna
werd in herinnering geroepen welke structuur voor het provinciaal team tijdens
de eerste sessie was gesuggereerd. Het kapittel adviseerde toen de mogelijkheid
te onderzoeken om een team samen te stellen van drie spiritijnen, allen met
volle en gelijkwaardige autoriteit. Als dit niet lukte, kon men de mogelijkheid
van bestuursleden in deeltijd overwegen. Deeltijd-bestuursleden hoeven niet in
Gemert te wonen, maar moeten wel deelnemen aan de regelmatige bijeenkomsten en
"eilanddagen".
De
geheime, slechts oriënterende stemming tijdens de eerste sessie van het
kapittel bracht 30 stembriefjes binnen met ieder drie namen. Een naam kreeg
27 stemmen, een tweede 20, een derde 14 en een vierde 11 stemmen. Andere
namen kregen 3 of 2 stemmen of slechts een stem. Het veld van kandidaten werd
door deze uitslag weliswaar beperkt voor de formateurs, maar het kapittel had
duidelijk gemaakt dat zij zich niet hoefden te beperken tot de confraters met de
meeste stemmen.
In
een poging om alle bovenvermelde verlangens in acht te nemen en een brede basis
te behouden voor consultatie en beraadslaging, stelden de formateurs een team
voor van vier confraters, waarvan er twee fulltime en twee parttime zullen zijn.
Alle leden van dit team van vier hebben gelijke autoriteit en
verantwoordelijkheid. De leider van het team zal uit de fulltime leden gekozen
moeten worden. Hoe de deeltijdfuncties zullen worden ingevuld, zal beslist
worden door het bestuursteam zelf.
Als
fulltime leden van het bestuursteam stelden de formateurs voor: Frans Wijnen en
Bert van Tol. De keuze van Frans werd mogelijk gemaakt doordat Koos Gordijn
bereid was zich bij het Missionair Team Eindhoven te voegen.
Als
deeltijdleden van het provinciale team stelden de formateurs voor: Koos Gordijn
en Piet Pubben.
De
keuze van Koos Gordijn werd mogelijk gemaakt doordat er overeenstemming werd
bereikt met het Missionair Team over het parttime lidmaatschap van Koos van dit
MTE , dat gecombineerd moet worden met het deeltijd lidmaatschap van het
provinciaal bestuur. Dit heeft vooral consequenties voor de taak die Frans
Wijnen als pastor tot nu toe vervulde in de Catharinakerk.
De
keuze van Piet Pubben leverde
volgens de formateurs minder
moeilijkheden op. Hem wordt gevraagd zijn tegenwoordige activiteiten in en rond
Gemert aan te passen en te combineren met een deeltijd functie in het
provinciale bestuur.
Het
kapittel koos vervolgens het door
de formateurs voorgestelde nieuwe provinciale bestuursteam: Frans Wijnen en Bert
van Tol, beiden fulltime; Koos Gordijn en Piet Pubben, beiden parttime met
24 stemmen voor, 2 tegen en twee blanco.
HUIZENCOMMISSIE
De
heren Th. Naus en G. v.d. Heuvel stelden vervolgens het kapittel op de hoogte
van de stand van zaken rond de toekomst van de huizen van de provincie. Dit is
een complexe en nauwelijks planbare materie. Dit geldt zeker voor een religieuze
congregatie als de onze, waarin de Voorzienigheid zo'n belangrijke rol heeft
gespeeld. Toch wist men te komen tot enkele voorlopige standpunten. Dit was
vooral te danken aan de heldere inleiding van Theo Naus, de bijdrage van Gerrit
v.d. Heuvel, de geanimeerde groepsdiscussies en de vragen van de
kapitteldeelnemers.
Ons
uitgangspunt is nog steeds: het realiseren van goede huisvesting in huizen waar
ook goede zorg verleend moet kunnen worden aan medebroeders.
Op
dit moment is het beter om ons op de drie locaties (Gennep, Gemert en Weert) te
richten:
-
gezien
het nog grote aantal medebroeders.
-
vanwege het
risico dat we bij een van de locaties onze plannen niet kunnen realiseren.
-
gezien dat Weert
waarschijnlijk minder problemen geeft dan Gemert en Gennep.
Gemert
als kasteel blijft een moeilijk gebouw. Iedere weg die je kiest zal weerstand
oproepen bij gemeente en bewoners. Voor Gemert is het belangrijk een goede
totaaloplossing te vinden, die in een keer geregeld wordt. Het provinciaal
bestuur zal in een van de wooneenheden komen.
Weert
biedt de meeste kans dat nieuwbouw en verbouwing snel gerealiseerd kunnen
worden. Er zullen afspraken gemaakt moeten worden, dat wij er gebruik van kunnen
blijven maken zolang wij willen. Bovendien
heb je dan aan de locatie een goede bestemming gegeven.
Wat
Gennep betreft: door de veranderingen in de wetgeving is de omvang van ons
verzorgingshuis niet langer toereikend voor de 24-uurs zorg. De opties zijn dus:
uitbreiden door bij te bouwen ofwel uitbreiden door samenwerking te zoeken met
andere zorgcentra. Zowel bij de huizencommissie als bij het stichtingsbestuur
van Gennep staat het belang van de medebroeders en de mogelijkheid tot de juiste
verzorging voorop.
Dan
nog de standpunten voor de locaties die in aanmerking komen voor verkoop of
verhuur, omdat ze minder geschikt zijn voor aanpassing aan de woon- en
zorgbehoeften van vergrijzende
confraters. Dit betreft de huizen in Berg en Dal en Halfweg.
Het
huis in Berg en Dal, de "villa", is onverbrekelijk verbonden met het
Afrika Museum. De voorkeur gaat dan ook uit dit te zijner tijd te verkopen of te
verhuren aan de stichting Afrika Museum. Door de uitbreiding en renovatie van
het Afrika Museum is de schuldenlast aanzienlijk geworden. De stichting is
daarom op dit moment niet in staat om de villa te kopen of
te huren, maar zou dit graag doen in de nabije toekomst.
Het
huis in Halfweg is verkocht, en moet in het najaar
worden opgeleverd.
Het
huis in Eindhoven is, gezien zijn functie, thans geen onderwerp van studie en
blijft voorlopig eigendom van de Nederlandse provincie.
Voorgesteld
werd om aan de huizencommissie een mandaat
te geven om in alle vrijheid te handelen onder eindverantwoordelijkheid van het
provinciaal bestuur.
PROPAGANDA
De
eerste dag van de tweede sessie van het kapittel werd besloten met een
presentatie van de activiteiten van fondswerving. Deze worden in onze
Nederlandse provincie "propaganda" genoemd. Het betreft de Kerstactie
met zijn bekende en alom gewaardeerde kalender, de Jozefactie en de
Pinksteractie. Elke actie wordt vergezeld met een aangepaste brief. Na elk van
de drie acties gaat een bedankfoto uit aan diegenen die geld hebben gestort.
Ineke
Eisenburger, die met Ad Tijssen en Jan van Schaijk de propaganda behartigt,
leidde de besprekingen in. Zij gaf aan, dat het adressenbestand van de
propaganda voortaan niet meer door de zusters uit Heesch beheerd wordt, maar
door "Breed", het postorderbedrijf van een sociale werkplaats. Het
adressen-bestand loopt langzaam terug en telt nog ongeveer 14.500 adressen. Ad
Tijssen gaf aan dat het moeilijk is om bij de drie brieven telkens origineel te
zijn. Ook merkt hij weinig belangstelling van de medebroeders, zodat hij zich
afvraagt of ze nog wel achter de propaganda staan. Hierop kwamen unaniem
positieve reacties, zowel over de acties zelf als over de inzet van Ad, Jan en
Ineke. De propaganda is nog steeds de moeite waard, zowel wat betreft het
financiële resultaat als de reacties
van de aangeschreven mensen. Het is waar dat het werk voor de propaganda nu meer
bureauwerk is dan vroeger, en het is dan ook begrijpelijk dat dit minder
aantrekkelijk is dan het directe contact met de mensen die ons een goed hart
toedragen. Het kapittel sprak zijn waardering uit voor de inzet van Ad, Jan en
Ineke en verwachtte een verdere voortzetting van de activiteiten.
INZET VAN LEKEN
Piet
Meeuws gaf een overzicht van wat er gedaan is sinds het kapittel van 2000, toen
het probleem van het gebrek aan personeel voor allerlei functies al
uitdrukkelijk aan de orde was.
Er
werden door het kapittel van 2000 enkele vragen gesteld bij de mogelijkheid of
wenselijkheid van het aanstellen van leken. Het was iets nieuws vooral wat
de bestuursfuncties betrof. Er werd toen gevraagd:
-
Moeten wij niet intensiever zoeken naar invulling van
functies binnen onze eigen gelederen?
-
Zijn er misschien taken die spiritijnse zusters of
medestanders kunnen en willen uitvoeren?
-
Zijn er onder de uitgetreden medebroeders geen
specialisten op allerlei gebied, die ons kunnen helpen?
-
Moet er niet gezocht worden naar een manier om
bestuurstaken uit te splitsen, zodat het mogelijk wordt taken die niet direct
met besturen te maken hebben, te laten uitvoeren door leken.
In
de groepsgesprekken en daarna in de plenaire discussie kwam een zeker ongeduld
naar voren: "Dit lijkt wel een herhaling van eerdere kapittels en
uitgebreide provinciale raden." Toch leek de benadering over dit onderwerp
nu wat positiever en minder vrijblijvend dan in vorige jaren. Er werd ook
op gewezen dat in allerlei geledingen leken al vele jaren tot ieders
tevredenheid met ons zijn gaan samenwerken.
Uiteindelijk
bevestigt het kapittel aan het nieuwe provinciale bestuur het mandaat van het
vorige kapittel om "stappen te ondernemen om in het provinciale bestuur
leken op te nemen met bijzondere expertise, maar wel onder
eindverantwoordelijkheid van het provinciale bestuur."
HET
FINANCIËLE VERSLAG EN DE KASCONTROLE
Otto
v. d. Brink heeft in samenwerking met Theo Naus het financiële verslag gemaakt
en het voorgelegd aan de kapittulanten.
Jos
de Boer en Jan Woolderink hebben bij de kascontrole alles in orde bevonden en
dit in een brief van 29 mei 2006 aan de kapittulanten bericht.
Na
enkele vooral informatieve vragen dechargeerde het kapittel de provinciaal econoom.
VERHAAL
OVER DE P.A.C.
Charles
Eba'a Asse vertelt over zijn provincie van oorsprong, de P.A.C. ( de provincie
van Centraal Afrika ). Zelf is Charles afkomstig uit Kameroen. Dit land is een
van de vier "regio's" van de P.A.C. Drie andere regio's zijn de R.C.A.
(de Centraal-Afrikaanse Republiek), Gabon en Congo-Brazzaville. De P.A.C. heeft
vier regionale oversten en een provinciaal. Deze laatste resideert in Douala in
Kameroen.
De
vier regionale oversten zijn: Nzapalainga Dieudonné in R.C.A., Ossebi Nicaise
in Congo-Brazzaville, Daniel Taba in Gabon, en Armand Fessi in Kameroen.
De
P.A.C. is zes jaar geleden ontstaan op ons eerste kapittel te Libreville in
Gabon, waar Ferdinand Azegue uit Kameroen werd gekozen tot eerste provinciaal.
Na hem kwam Lambert Ndjana en momenteel is het Daniel Mbimi. Tijdens dat eerste
kapittel in juni 1999 zijn enkele prioriteiten gesteld, die op het tweede
kapittel, in Ngoya bij Yaounde in Kameroen, werden herbevestigd:
- eerste evangelisering,
-
opvoeding van de jeugd,
-
gezondheidszorg en geestelijke begeleiding,
-
vrede en gerechtigheid, beheersing van conflicten, en
interreligieuze dialoog met de Islam en met de traditionele religies.
Charles
gaf nog kort aan hoe de medebroeders in de vier landen vorm proberen te geven
aan genoemde prioriteiten en besloot zijn voordracht met deze woorden:
"De namen van alle missionarissen die in centraal Afrika gewerkt hebben blijven voor altijd in onze harten geschreven."
AANBEVELINGEN
VAN HET KAPITTEL
Op
vrijdag 9 juni de laatste dag van het kapittel 2006 werden de aanbevelingen die
tijdens de kapiteldagen waren geformuleerd, doorgenomen en vastgesteld.
1.
Het kapittel geeft het bestuur mandaat om stappen te ondernemen om in het
provinciale bestuur leken op te nemen met bijzondere expertise, maar wel onder
eindverantwoordelijkheid van het provinciaal bestuur. Het blijven adviseurs.
a.
Er zal altijd eerst gekeken moeten worden naar de medestanders.
b.
Deze leken mogen vrijwilligers zijn of betaalde krachten.
2.
Het provinciale bestuur organiseert gesprekken in de diverse
communiteiten over de inzet van leken in deze gemeenschappen, om te bepalen hoe
de richtlijnen van het kapittel in deze per communiteit uitgevoerd moeten
worden.
3.
De projecten Eindhoven en Rotterdam blijven speerpunten van de provincie.
Het bestuur moet deze projecten goed blijven begeleiden en daarover
communiceren.
4.
Het bestuur moet naar wegen blijven zoeken om de dynamiek van het
jubileumjaar voortgang te doen vinden.
5.
Het kapittel beveelt aan om het aanbod van de "talentenlijst"
van de medestanders actiever te benutten.
6.
Informatie en communicatie tussen provincie en missionarissen is van
belang. Het bestuur wordt gevraagd missionarissen te prikkelen om wat actiever
te zijn in het schrijven over hun werk, de nieuwe provincies en stichtingen.
P.B.
wordt gevraagd de binnengekomen informatie wat minder beknopt door te geven in
de regiobijeenkomsten en werkgroepen.
7.
Het kapittel is van mening dat de drie acties van de propaganda voor veel
mensen zoveel betekenen dat ze gehandhaafd
moeten blijven, zolang ze een positief resultaat hebben voor de congregatie.
8.
Het kapittel beveelt aan de communicatie over
het Afrika Museum te bevorderen.
Het
kapittel werd afgesloten met een viering, waarin het nieuwe bestuur voorging.
Paul Cuijpers.