De Stichting van de Congregatie van
het H. Hart van Maria
Nieuwe Stichting
Op het seminarie van St. Sulpice te Parijs bevonden zich twee seminaristen die zich vanuit hun achtergrond interesseerden voor de situatie van de slaven. Fréderique Le Vavasseur was de zoon van een van de rijkste families van La Réunion. Het was dus een familie die veel slaven bezat. Eugène Tisserant was de zoon van een Haïtiaanse moeder en kende zo de situatie van de bevrijde slaven in Haïti goed.
| Op advies van Drach presenteerde
Libermann zich met een ontwerp van zijn project aan de Congregatie van de
Voortplanting van het Geloof. Hij vroeg niet om erkenning maar slechts of
hij in geweten door kon gaan met het project. Hij was zo eerlijk te zeggen
dat het mogelijk was kandidaten te vinden, maar dat hijzelf leed aan
epilepsie.
|
||||
| Het antwoord liet op zich wachten. Toen
hij er eens naar informeerde, vertelde de secretaris hem botweg dat hij
eerst maar eens moest zorgen dat hij priester gewijd werd voordat er
verder over gepraat zou worden. Er leek dus weinig reden voor hoop.
|
||||
| Toch werkte de Voortplanting van het
Geloof aan het project. Ze hadden informatie gevraagd bij de Pauselijk
Nuntius in Parijs. Deze stuurde een rapport dat heel gunstig was
voor het project. Het gevolg was, dat het project besproken werd in de
Raad van de Voortplanting van het Geloof. Toen ook de Paus het project
goedkeurde, werd er op 6 juni 1840 een gunstig advies uitgebracht. In het
advies werd Libermann aangemoedigd verder te gaan met het project en werd
zelfs de wens uitgesproken dat zijn gezondheid zich zou verbeteren zodat
hij priester gewijd kon worden. Het was toendertijd niet de gewoonte een
erkenning te geven voordat een nieuw project bewezen had levensvatbaar te
zijn. Wat Libermann hier kreeg was duidelijk meer dan hij had durven
hopen.
|
||||
| Het was echter moeilijk geweest hem te
vinden om het bericht te overhandigen. Hij werd uiteindelijk gevonden op
een klein dakkamertje in de Vicolo del Pinacolo.
|
||||
| Toen Libermann vervolgens de kardinaal
ging bedanken, werd hem gezegd dat hij niet moest aarzelen zich priester
te laten wijden. De secretaris van de kardinaal, Mgr. Caladini, zei zelfs
dat als hij geen bisschop zou vinden om hem te wijden, de Voortplanting
daarvoor de verantwoordelijkheid op zich zou nemen.
|
||||
| Concept Regel
Wachtend op de beslissing over zijn wijding begon Libermann al vast met de uitwerking van voorlopige regels voor de nieuwe congregatie welke hij aan het H. Hart van Maria wilde toewijden. In september, later dat jaar, begon hij ook aan het geestelijk commentaar op het evangelie van Johannes. En weer later toen hij nog zonder nieuws was over zijn wijding, besloot hij een pelgrimstocht te maken naar het H. Huisje van Loreto. Het was najaar en dus werd het een lange, barre tocht over de bergen waarbij hij vele nachten doorbracht in grotten. Hij was in Rome terug voor Kerstmis dat jaar.
|
||||
| In zijn dakkamertje vond hij een brief
uit Straatsburg, waarin zijn broer hem schreef dat Mgr. Raess bereid was
hem in het seminarie op te nemen om zich voor te bereiden op de
priesterwijding. In Februari 1841 keerde Libermann dus terug op het
seminarie, 10 jaar nadat hij gestopt was met de voorbereiding op het
priesterschap. Op 18 september 1841 werd hij door de bisschop van Amiens,
Mgr. Mioland tot priester gewijd.
|
||||
| De bisschop kwam diezelfde dag nog bij
de Jezuïeten en vertelde hun dat hij een priesterwijding had gehad. Zij
hadden er geen goed woord voor over en zeiden de bisschop dat hij
verantwoordelijk was voor iets wat hij zou betreuren. Gelukkig hoorde de
bisschop diezelfde avond nog een heel ander geluid. Een vroegere directeur
van St. Sulpice vertelde hem toen: "Wat u vandaag gedaan hebt is de
beste daad van uw leven."
|
||||
| Opening van het Noviciaat
Slechts negen dagen na zijn wijding opende Libermann een noviciaat voor de nieuwe congregatie in Neuville, Amiens. Er waren twee novicen: Fréderic Levavasseur, priester en Marcellin Collin, seminarist. Anderen volgden spoedig, o.a. Eugène Tisserant. Velen hielpen zodat het begin voorspoedig verliep. De eerste moeilijkheden kwamen van binnen uit. De vuurvreter Le Vavasseur en ook Tisserant eisten meer zeggenschap over de nieuwe congregatie en haar regels.
|
||||
| Vooral Le Vavasseur was een moeilijk iemand. Hij was systematisch tegen alles wat Libermann zei of deed. Het werd zo erg dat Libermann tot de conclusie kwam dat het beter was dat hij de kans zou krijgen wat ervaring op te doen en zo rijper te worden in zijn oordeel. Vier maanden na aankomst in het noviciaat deed hij zijn "Toewijding aan het Apostolaat" en vertrok naar La Réunion. Dezelfde oplossing werd ook gezocht voor Tisserant die drie maanden na aankomst in het noviciaat, naar Martinique werd gezonden. De twee waren al voorafgegaan door de later zalig verklaarde Jacques Laval die al in Juni 1841 naar Mauritius was vertrokken. Dus nauwelijks een jaar na de start van de nieuwe congregatie waren haar missionarissen al in het veld. | ||||
Terug naar het begin van de bladzijde.