De Stichting van de Congregatie van 
het H. Hart van Maria

Nieuwe Stichting

Op het seminarie van St. Sulpice te Parijs bevonden zich twee seminaristen die zich vanuit hun achtergrond interesseerden voor de situatie van de slaven. Fréderique Le Vavasseur was de zoon van een van de rijkste families van La Réunion. Het was dus een familie die veel slaven bezat. Eugène Tisserant was de zoon van een Haïtiaanse moeder en kende zo de situatie van de bevrijde slaven in Haïti goed.

 

Terwijl Le Vavasseur en Tiserant elkaar nauwelijks kenden, gebeurde het toevallig dat zij op precies dezelfde dag, op 2 Februari 1839, naar de kerk van Notre Dame des Victoires gingen om daar met pastoor Desgenettes te spreken over hun bezorgdheid voor de slaven. Deze bracht hen vervolgens met elkaar in contact.

 

Kort hierop kregen ze van de directeur van het seminarie St. Sulpice verlof een nieuwe gemeenschap te stichten voor de evangelisatie van de in de steek gelaten slaven. Ieder apart kwamen ze erover te spreken met Libermann. Die gaf het project zijn zegen maar adviseerde hen wel kalm aan te beginnen.

 

Le Vavasseur was echter een vuurvreter en had al meteen een naam voor de nieuwe gemeenschap "Congregatie van het H. Kruis". Hij wilde ook al alle geïnteresseerde seminaristen naar Rennes sturen om daar het noviciaat te maken onder Libermann. Het voorstel kwam echter niet op het juiste moment. Libermann had met veel problemen te maken bij het uitoefenen van zijn taak. Hij zag het moment al aankomen waarop hij het moreel niet meer verantwoord zou vinden door te gaan ondanks het aandringen van de Eudisten dit wel te doen.

 

De onzekerheid over de toekomst van Libermann in Rennes raakte bekend in St. Sulpice en dus kwam een vroegere medeseminarist van Libermann, de la Brunière, naar Rennes om Libermann om advies te vragen over het nieuwe project. Hij deed erg zijn best om Libermann over te halen zich bij de nieuwe gemeenschap te voegen. Libermann raakte inderdaad geïnteresseerd, maar aarzelde. Hij moest eerst zekerheid krijgen dat dit inderdaad God’s plan was met hem. Hij kreeg die innerlijke zekerheid. Die werd nog versterkt toen ook zijn geestelijk leidsman hem aanraadde zich bij het project aan te sluiten.

 

Het lijkt belachelijk maar een epilepsie patiënt, uitgesloten van de priesterwijding, zonder invloed of rijkdom kreeg de leiding van het nieuwe project.

 

h._geest_begin.jpg (764 bytes) Reis naar Rome

Het eerste wat te doen stond was het verkrijgen van het verlof van Rome. Libermann verliet Rennes om zich naar Marseilles te begeven waar de la Brunière, die de reis ook zou betalen, zich bij hem zou voegen.

 

Begin 1840 kwamen zij in Rome aan. Het was niet de meest geschikte periode om met plannen voor een nieuwe congregatie aan te komen in Rome. In 1837 had Kardinaal Sala, Prefect van de Congregatie voor de Voortplanting van het Geloof, zich nog zo geuit tegenover Dom Guéranger: "Er gaat geen dag voorbij of er verschijnt wel een verzoek vanaf de andere kant van de bergen voor de goedkeuring van nieuwe regels en congregaties. In Frankrijk leven alleen maar stichters."

 

Op zoek naar een sterke steun vertrouwde Libermann zijn plannen toe aan een vroegere vriend en mede-seminarist, mgr. de Conny die toen in Rome woonde. Deze dacht echter dat Libermann een achterdeurtje zocht om toch gewijd te kunnen worden. Hij sprak van Libermann in zijn vrienden- en kennissenkring als van een psychopaat die enkele seminaristen het hoofd op hol had gebracht en nu probeerde de paus zelf er ook nog in te laten lopen. Hij waarschuwde een Jezuïet, pater Philippe de Villefort, voor Libermann. Libermann had de Villefort gekozen als zijn geestelijk leidsman in Rome. De Villefort geloofde de Conny en samen slaagden ze er in de la Brunière te overtuigen van het belachelijke van de onderneming zodat deze weer terug ging naar Frankrijk.

 

h._geest_begin.jpg (764 bytes) Romeins Scepticisme?

Er was in Rome slechts één man bereid Libermann te steunen, Dr. Drach. Dezelfde die ook betrokken was geweest bij de overgang van Libermann naar het katholieke geloof. Dr. Drach organiseerde voor hen beiden een audiëntie bij paus Gregorius XVI. De paus zou later van Libermann aan Drach zeggen: "Dat wordt een heilige".

 

Op advies van Drach presenteerde Libermann zich met een ontwerp van zijn project aan de Congregatie van de Voortplanting van het Geloof. Hij vroeg niet om erkenning maar slechts of hij in geweten door kon gaan met het project. Hij was zo eerlijk te zeggen dat het mogelijk was kandidaten te vinden, maar dat hijzelf leed aan epilepsie.

 

Het antwoord liet op zich wachten. Toen hij er eens naar informeerde, vertelde de secretaris hem botweg dat hij eerst maar eens moest zorgen dat hij priester gewijd werd voordat er verder over gepraat zou worden. Er leek dus weinig reden voor hoop.

 

Toch werkte de Voortplanting van het Geloof aan het project. Ze hadden informatie gevraagd bij de Pauselijk Nuntius in Parijs. Deze stuurde een rapport dat heel gunstig was   voor het project. Het gevolg was, dat het project besproken werd in de Raad van de Voortplanting van het Geloof. Toen ook de Paus het project goedkeurde, werd er op 6 juni 1840 een gunstig advies uitgebracht. In het advies werd Libermann aangemoedigd verder te gaan met het project en werd zelfs de wens uitgesproken dat zijn gezondheid zich zou verbeteren zodat hij priester gewijd kon worden. Het was toendertijd niet de gewoonte een erkenning te geven voordat een nieuw project bewezen had levensvatbaar te zijn. Wat Libermann hier kreeg was duidelijk meer dan hij had durven hopen.

 

Het was echter moeilijk geweest hem te vinden om het bericht te overhandigen. Hij werd uiteindelijk gevonden op een klein dakkamertje in de Vicolo del Pinacolo.

 

Toen Libermann vervolgens de kardinaal ging bedanken, werd hem gezegd dat hij niet moest aarzelen zich priester te laten wijden. De secretaris van de kardinaal, Mgr. Caladini, zei zelfs dat als hij geen bisschop zou vinden om hem te wijden, de Voortplanting daarvoor de verantwoordelijkheid op zich zou nemen.

 

h._geest_begin.jpg (764 bytes) Concept Regel

Wachtend op de beslissing over zijn wijding begon Libermann al vast met de uitwerking van voorlopige regels voor de nieuwe congregatie welke hij aan het H. Hart van Maria wilde toewijden. In september, later dat jaar, begon hij ook aan het geestelijk commentaar op het evangelie van Johannes. En weer later toen hij nog zonder nieuws was over zijn wijding, besloot hij een pelgrimstocht te maken naar het H. Huisje van Loreto. Het was najaar en dus werd het een lange, barre tocht over de bergen waarbij hij vele nachten doorbracht in grotten. Hij was in Rome terug voor Kerstmis dat jaar.

 

In zijn dakkamertje vond hij een brief uit Straatsburg, waarin zijn broer hem schreef dat Mgr. Raess bereid was hem in het seminarie op te nemen om zich voor te bereiden op de priesterwijding. In Februari 1841 keerde Libermann dus terug op het seminarie, 10 jaar nadat hij gestopt was met de voorbereiding op het priesterschap. Op 18 september 1841 werd hij door de bisschop van Amiens, Mgr. Mioland tot priester gewijd.

 

De bisschop kwam diezelfde dag nog bij de Jezuïeten en vertelde hun dat hij een priesterwijding had gehad. Zij hadden er geen goed woord voor over en zeiden de bisschop dat hij verantwoordelijk was voor iets wat hij zou betreuren. Gelukkig hoorde de bisschop diezelfde avond nog een heel ander geluid. Een vroegere directeur van St. Sulpice vertelde hem toen: "Wat u vandaag gedaan hebt is de beste daad van uw leven."

 

h._geest_begin.jpg (764 bytes) Opening van het Noviciaat

Slechts negen dagen na zijn wijding opende Libermann een noviciaat voor de nieuwe congregatie in Neuville, Amiens. Er waren twee novicen: Fréderic Levavasseur, priester en Marcellin Collin, seminarist. Anderen volgden spoedig, o.a. Eugène Tisserant. Velen hielpen zodat het begin voorspoedig verliep. De eerste moeilijkheden kwamen van binnen uit. De vuurvreter Le Vavasseur en ook Tisserant eisten meer zeggenschap over de nieuwe congregatie en haar regels.

 

Vooral Le Vavasseur was een moeilijk iemand. Hij was systematisch tegen alles wat Libermann zei of deed. Het werd zo erg dat Libermann tot de conclusie kwam dat het beter was dat hij de kans zou krijgen wat ervaring op te doen en zo rijper te worden in zijn oordeel. Vier maanden na aankomst in het noviciaat deed hij zijn "Toewijding aan het Apostolaat" en vertrok naar La Réunion. Dezelfde oplossing werd ook gezocht voor Tisserant die drie maanden na aankomst in het noviciaat, naar Martinique werd gezonden. De twee waren al voorafgegaan door de later zalig verklaarde Jacques Laval die al in Juni 1841 naar Mauritius was vertrokken. Dus nauwelijks een jaar na de start van de nieuwe congregatie waren haar missionarissen al in het veld.

Terug naar het begin van de bladzijde.