De eerste Missies
In 1763 besloot koning Lodewijk XV alle religieuze orden in de Amerikaanse Franse Koloniën te vervangen door wereldheren. Het gevolg was dat de Hoofdaalmoezenier van de koloniën een lang memorandum stuurde aan het Hof om de koning te adviseren deze missies aan de spiritijnen (wereldheren ,afgestudeerd aan het seminarie v.d. H. Geest) toe te vertrouwen. Hij schreef o.a.:
"Slechts het seminarie van de H. Geest is in staat de noodzakelijk priesters te sturen zowel in aantal als in kwaliteit, omdat die het juiste soort opleiding hiervoor geeft".
Zo kreeg de Congregatie van de H. Geest van de Romeinse "Congregatie van de Voortplanting van het Geloof" de kleine eilanden St. Pierre en Miquelon voor de kust van Newfoundland toegewezen. Het werd een Apostolische Prefectuur.
Vanwege de onderdrukking van de Jezuďeten in Frankrijk werd daar spoedig bij Frans Guyana aan toegevoegd, vervolgens ook Sénégal en andere landen volgen. In 1775 werden de eerste missionarissen uitgezonden.
Het was in deze tijd dat het lidmaatschap van de Congregatie, tot dan gereserveerd voor de professoren en directie, ook werd opengesteld voor missionarissen. Pater Dominique de Glicourt was de eerste spiritijn nieuwe stijl en vertrok samen met andere priesters naar Frans Guyana.
Zij leden schipbreuk voor de kust van Afrika en de overlevenden werden gevangen genomen door Moren die hen meesleepten naar St. Louis in Sénégal. De Moren hoopten daar een behoorlijk losgeld voor hen te vangen. Het waren immers Europeanen. Nu werd St. Louis beheerst door de Engelsen en de Engelse gouverneur was niet bepaald enthousiast om geld uit te geven voor Fransen. Onder druk echter van de aanwezige Europeanen in St. Louis stemde hij uiteindelijk toe, maar pas nadat de bandieten hun eisen drastisch hadden verlaagd. De priesters werden geweldig ontvangen door het katholieke deel van de bevolking dat al lang geen priester meer had gezien.
Bang voor de terugkeer van de Franse invloed verbood de gouverneur hen hun priesterlijke functies uit te oefenen. Na 6 dagen werden ze op een Engelse boot gezet naar Gorée en vandaar naar Londen. Op hun reis kwamen ze in verschillende zware stormen terecht maar uiteindelijk waren het de Fransen die de boot overvielen en de opvarenden meevoerden als krijgsgevangenen naar le Havre. Eenmaal duidelijk wie ze waren, werden de spiritijnen bevrijd. Het ministerie van de Marine was heel geďnteresseerd in hun verslag, vooral in dat van de gebeurtenissen en de situatie in St. Louis in Sénégal.
Uiteindelijk kregen ze verlof weer naar hun oorspronkelijke bestemming, Guyana, te vertrekken. Bij vertrek waren ze verrast door het aantal oorlogsschepen dat hen vergezelden. De reden van hun aanwezigheid werd spoedig duidelijk. In open zee werd de bestemming veranderd. Het werd St. Louis. Daar aangekomen werd strijd geleverd met de Engelsen. Na een kort gevecht werd St. Louis weer Frans. Pater de Glicourt werd er de eerste Apostolisch Prefect.
Er kwam een Franse gouverneur maar die werd kort hierna al weer vervangen. Zijn opvolger was zeer antiklerikaal. Priesters werden gevangen gezet en ook de Glicourt riskeerde dat lot. Deze keerde toen terug naar Frankrijk om te klagen over de situatie. De gouverneur werd vervangen, maar de Glicourt keerde niet meer naar St. Louis terug.
Nieuwe spiritijnen volgden de Glicourt op in Sénégal. Vele andere Spiritijnen werden ook naar andere overzeese gebiedsdelen gestuurd.
Terug naar het begin van de bladzijde.