H. Geest in Nederland 

NAAR AANLEIDING VAN DE TOEKOMST VAN DE EUROPESE PROVINCIES

 

 

Tijdens een brainstorming heeft de Algemene Raad enige overdenkingen en suggesties gemaakt; dit wil een bijdrage zijn aan het werk van de provinciale oversten van Europa.

 

1. Een visie op de toekomst

(Wat zal binnen 15 tot 20 jaar de plaats zijn van de regio Europa binnen de Spiritijnse Zending?)

1.1 Als wij - kijkend naar de getalsmatige ontwikkelingen van het moment - een houding van passiviteit aannemen ("We zien wel wat er gebeurt"-"wait and see"), dan zal dat zeker tot de dood leiden. Alleen een actieve houding, die vooruitloopt op de gebeurtenissen en aandacht blijft besteden aan alle aspecten van de realiteit, geeft ons een kans op vruchtbaarheid die uit kan lopen op een nieuwe levenskans.

Met andere woorden: het gaat erom een grondhouding van geloof aan te nemen, verbonden met ons charisma en met onze verbintenis tot de missie; een houding die ons openstelt voor een wezenlijk deel van de werkelijkheid; die een aanvulling is van wat cijfers en andere objectieve gegevens aanduiden. Het voornaamste is niet ons persoonlijk lot, maar het Koninkrijk.

 1.2 Om in een gelovige houding tot een juiste visie van onze mogelijkheden te komen, kunnen enige grondbeginselen ons helpen, in het bijzonder die door Maynooth zijn ontwikkeld.

 1.2.1 Denken over onze toekomst ten dienste van onze inzet in de missie.

Geen toekomst zonder een echt missionair project, eerst op het niveau van iedere provincie, dan op een gedeelde manier op het niveau van de regio. Een missionair project moet niet als eerste doel hebben, jongeren aan te trekken die spiritijn kunnen worden; dat doel moet men niet uitsluiten maar het mag niet het hoofddoel zijn. Ons missionair project moet vóór alles ons dicht bij de mensen brengen, die in de marge leven: armen, immigranten en vluchtelingen (die vaak de armen van ons werelddeel zijn). Het moet ons ook dichtbij de jongeren brengen, waarvan de toekomst afhangt. Het meer en meer multiculturele karakter van Europa is een speciale uitdaging voor onze congregatie, die zelf multicultureel is geworden.

Het delen met anderen van onze spiritualiteit, van onze missionaire zorg, van ons gebed is een integraal deel van wat wij Europa kunnen brengen: een dimensie van getuigenis in het verlengde van wat we doen.

 1.2.2De oplossingen voor de toekomst zijn nauw verbonden met het vermogen van ieder van ons om onze spiritualiteit te vernieuwen, door een beroep toe doen op authentieke inspiratie-bronnen.

Maynooth heeft de voornaamste aangewezen. In de bijbelse bronnen kan men speciaal de nadruk leggen op de spiritualiteit verbonden met de terugkeer uit de ballingschap (Jesaja 40 - 60): in een situatie, waarin de gewone tekens van Gods aanwezigheid zijn verdwenen, durven sommigen te geloven, dat God toch niet afwezig is; zij gaan op zoek en vinden nieuwe tekens van zijn aanwezigheid, onverwachte tekens die toekomst openbaren; die ons openstellen voor een vernieuwde en meer open visie op onze zending.

 1.2.3Onze toekomst hangt ook af van de solidariteit die we onder elkaar weten te realiseren.

De toekomst van spiritijns Europa gaat heel de congregatie aan. Vooral de Afrikaanse confraters zijn staan evenmin onverschillig voor de huidige problemen van de Europese medebroeders, dan een kind onverschillig kan staan tegenover de problemen van zijn ouders die op leeftijd zijn. Onze visie op de toekomst van Europa moet open genoeg zijn om de steun te aanvaarden van de medebroeders uit het Zuiden. We zouden moeten komen tot het begrip: "Spiritijnse projecten in Europa".

De oudere of zieke medebroeders kunnen - als getuigen - een kostbare bijdrage leveren als steun voor de jongeren; ze kunnen ook bijdragen aan de inzet van de jongeren in een of andere missionaire taak, misschien alleen al door hun stille aanwezigheid. Misschien wordt er niet voldoende beroep gedaan op sommige ouderen.

 1.2.4We kunnen alleen aan onze toekomst werken in samenwerking met andere personen of groepen van personen.

De ondervinding leert ons dat sommigen van deze personen - leken - eveneens geïnteresseerd zijn om meer te delen in onze spiritualiteit en ons charisma. (cfr.Maynooth 421 tot 4,23)

Onze blik op de toekomst kan gelukkig steunen op nieuwe tekens van leven, die verschijnen in een geseculariseerd Europa. Zo laten sommige bestaande spiritijnse gemeenschappen ons al een beetje de trekken zien van onze missionaire aanwezigheid over 15 of 20 jaar, doordat zij al meerdere aspecten van de spiritijnse zending beleven, die we zojuist hebben aangegeven.

 

2.Richtlijnen en beslissingen die we in een naaste toekomst moeten nemen

Op grond van deze fundamentele visie op een verdere toekomst is het absoluut noodzakelijk om nu al te zoeken naar mogelijke concrete wegen voor die toekomst; er moeten concrete plannen worden gemaakt om de beslissingen die genomen worden te realiseren: bevestigen van bestaande verplichtingen, die voldoende beantwoorden aan ons charisma en die levensvatbaar zijn; her-oriëntatie van sommige andere activiteiten; en nieuwe initiatieven voor inzetten die nodig en realistisch lijken. Om dit te bereiken, moet er onderscheid gemaakt worden op twee niveaus.

 2.1Op het niveau van iedere Provincie

- Onderscheid om de verplichtingen aan te wijzen die het meest overeenkomen met ons charisma

- Onderscheid om vast te stellen welke werken en welke plaatsen zeker behouden moeten worden (of welke we het laatste moeten afstaan)

- Onderzoek naar onze mogelijke menselijke hulpbronnen in 2010 of 2015 - Onderzoek naar onze mogelijke materiele en financiële mogelijkheden in de toekomst.

Dit zou binnen een goed jaar kunnen geschieden.

 2.2 Op regionaal vlak

Op grond van het werk dat in iedere provincie gedaan is, zou een gemeenschappelijk beraad kunnen leiden tot een hernieuwd onderscheid, waarin iedere provincie zich interesseert voor de bevindingen en oriëntatie van de anderen, om zo tot een gemeenschappelijk programma te komen. Als zo'n proces tot stand komt - ongetwijfeld in verschillende fases - zou men in een Europese bijeenkomst uiteindelijk kunnen komen tot een Europese consensus over een aantal prioritaire inzetten en projecten. Dan zou de regio zich ook garant kunnen stellen om deze projecten concreet te ondersteunen (het gaat hier om projecten of inzetten die in één van de provincies of elders gelegen zijn...).

Daarna kunnen vragen over organisatie gesteld worden: misschien moeten we dan denken aan nieuwe structuren voor de regio, die we beter aangepast achten om deze projecten te realiseren (fusie, federatie, enz.? ).

Naarmate de verwerkelijking van deze projecten, - of ze nu op provinciaal of Europees niveau liggen - de medewerking omvat van niet-Europese medebroeders, is het hoogst belangrijk dat de reflectie en de besluitvorming gebeuren in samenwerking met de niet-Europese circonscripties, aan wie medewerking gevraagd wordt, en ook in samenwerking met de Algemene Raad. Het gaat er hier om de levensvatbaarheid en de continuïteit van deze inzetten of werken te garanderen. Van Europese zijde zal de deelname van de jongere medebroeders aan de reflectie en de besluitvorming ook beslissend zijn; meer algemeen an het alleen maar voordelig zijn om er zo veel mogelijk confraters bij te betrekken.

De voorbereiding en viering van het Spiritijnse jaar (2002 - 2003), waarvan de doelstellingen grotendeels overeenkomen met die van dit papier, zouden kunnen dienen als leidraad voor dit proces van onderscheid en beslissingen. Voor de Spiritijnen van Europa kan dit een concrete manier zijn om een levende verbinding te leggen tussen de spiritijnse zending en spiritijnse spiritualiteit.

 

Jean-Michel Jolibois
Rome november 1999

 

 

SPIRITIJNS MISSIONAIR PROJECT IN EUROPA.

De Europese Provinciaals, die in Torre d'Aguilha (Portugal) bijeen waren voor hun jaarlijkse bijeenkomst, zijn het eens geworden over de volgende punten als eerste elementen van een antwoord op de vraag over de toekomst van de Europese Provincies.

A. Wat willen we?

Onze trouw

- Het spiritijnse leven eist dat we respect hebben voor het charisma dat ons allen verenigt: verkondiging van de Blijde Boodschap het onderhouden van de evangelische raden, broederlijke en biddende gemeenschap (Leefregel 3, Maynooth 3.8-11)

 

- De spiritijnse zending richt zich tot de volkeren die de boodschap van het evangelie nog niet of slecht hebben gehoord, tot de armen en verdrukten, tot hen voor wie de Kerk weinig apostolische werkers vindt (Leefregel 4,12 en Maynooth 2.2,11-12)

- Onze spiritijnse traditie heeft ons gestuurd naar andere volkeren, andere culturen en andere godsdiensten die ons onbekend waren. We moeten deze traditie trouw blijven, voorzover we daar de middelen voor hebben. (Leefregel 16, Maynooth 2,5-6)

- Diezelfde spiritijnse traditie heeft ons er toe gebracht om zo zorgvuldig mogelijk samen te werken met de lokale kerken, waarin we werkzaam zijn (Leefregel 13, Maynooth 2.10).

 

Onze dynamiek

- Het is zonder meer duidelijk dat Europa een missie-continent is, zowel in onze eigen Provincies als in de andere Europese landen, of er op het ogenblik spiritijnen aanwezig zijn of niet (Europese Synode 1999).

- Iedere missionaire vestiging in Europa of elders, moet beantwoorden aan de criteria van spiritijns leven en spiritijnse zending.

- De internationale dimensie van het spiritijns leven zal altijd verder ontwikkeld moeten worden, want zij is een verrijking van ons eigen communiteitsleven. Zij getuigt van een broederlijk samenleven boven alle verschillen in nationaliteit en ras. Zij opent onze kerken voor een universele dimensie. Daarom is de komst van confraters uit het Zuiden om ons leven en onze zending te delen, een uitdaging.

- Binnen het kader van de Regio Europa, zal men niet aarzelen voor pastorale inzetten die gehoor geven aan een oproep van de lokale kerken, en die verenigbaar zijn zowel met het spiritijnse charisma, als met onze mogelijkheden.

- We moeten profeten zijn om toekomst-perspectieven te openen, maar we moeten ook realisten zijn die aandacht geven aan de concrete problemen van deze tijd.

 

B. Methode

- Iedere provincie moet zijn prioriteiten voor de komende tien of twintig jaren vaststellen, wat betreft het samenleven, wat betreft de pastorale inzet volgens het spiritijns charisma en wat betreft de begeleiding van zieke of oudere confraters

- Op een realistische manier, die de waarheid geen geweld aandoet, zal iedere provincie zijn krachten, zijn middelen en zijn moed om de realiteit onder ogen te zien, moeten evalueren, zonder te vervallen in een pessimisme dat alle hoop op toekomst zou afsluiten.

- De momenten van kapittels en van provinciale raden zouden de gelegenheid moeten zijn voor iedere provincie om de balans op te maken van wat mogelijk is en waarop we kunnen hopen. Het zouden ook een goede gelegenheid moeten zijn om de confraters te laten komen tot een minder nationaal maar een meer Europees bewustzijn.

- De bijeenkomst van de provinciaals, die in 2000 in Frankrijk zal plaatsvinden, zal vanuit de resultaten van kapittels en provinciale bijeenkomsten, moeten bekijken wat redelijk samen gerealiseerd kan worden, altijd rekening houdend met onze zending. Op de eerste plaats zullen zij bekijken wat er mogelijk is aan inter-provinciale samenwerking wat de betreft de vorming of de missieprocuren...

- Ze zullen ook na moeten denken over een sterkere structuur van de Regio Europa om tot nieuwe en concrete voorstellen te komen. Ongetwijfeld zou het misschien wenselijk zijn dat een medebroeder als het ware de motor van deze nieuwe dynamiek zou worden. Bij heel deze reflectie zal de Algemene Raad van zeer nabij betrokken worden.

- Binnen niet al te lange tijd zou men een bijeenkomst van alle Europese Provincies moeten organiseren. Dit steeds in dialoog met de Algemene Raad, maar ook luisterend naar de kapittels en provinciale bijeenkomsten, als een gezamenlijke reflectie met de verschillende provinciale raden. Deze bijeenkomst zal met veel zorg moeten worden voorbereid en het zal nodig zijn om er zoveel mogelijk confraters bij te betrekken.

- Op iets langere termijn zal men ook nieuwe Europese missionaire plekken moeten openen, de bestaande plekken (Rostock, Brussel) verder ontwikkelen en samen de zorg delen voor wat al bestaat (zoals Kroatië)

- Zonder de eigen verantwoordelijkheid van de Europese provincies over te nemen, kan het Algemeen Bestuur zijn bijdrage leveren aan deze reflectie en positieve voorstellen doen enerzijds en de ondersteuning van de hele Congregatie anderzijds aanbrengen.

 

 

Torre d'Aguilha (Portugal) 30 november 1999
De Spiritijnse Provinciaals van Europa

 

Geroepen tot missie

Een reflectie naar aanleiding van de bijeenkomst in Gentinnes.

 

Van 5 tot 9 november 1999 vond in Gentinnes (België) de jaarlijkse bijeenkomst plaats van spiritijnse confraters die in Europa actief betrokken zijn bij activiteiten van eigenlandse missie of van roepingen pastoraat.

De ontvangende provincie organiseert de bijeenkomst. Dit jaar was dat België. Vooraf aan de bijeenkomst stuurde zij een enquête formulier waarin gevraagd werd waar vandaag nog roepingen tot het religieuze leven of tot het priesterschap vandaan komen. Ook werd gevraagd naar plaatsen, abdijen, organisaties en bijeenkomsten die een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen voor jongeren. Het ging om die plaatsen waar jongeren dan ook de klik krijgen die hen doet denken aan roeping.

In verscheidene landen zijn nieuwe vormen van religieuze gemeenschappen ontstaan die blijkbaar behoorlijk succes boeken. Er werd ons gevraagd of we daar een verklaring voor wisten.

Het tweede gedeelte van de enquête was meer gericht op onze Congregatie. De vraag was of wij vinden dat onze inzet in eigenlandse missionaire activiteiten en in activiteiten voor het werven van kandidaten succes heeft. Vervolgens was er interesse naar die communiteiten die het spiritijns charisma uitstralen en tevens centra van missionaire activiteiten zijn.

Tenslotte werd ook nog geinformeerd naar onze missionaire contacten onder studenten, adolescenten en kinderen.

Eerlijk gezegd wist ik niet goed wat te doen met de vragen uit het eerste gedeelte. De Nederlandse provincie heeft het jaren geleden al opgegeven om roepingen-pastoraat te doen. Het MTE is er nooit aan begonnen. De reden was dat in 1983 uit gedegen onderzoek bleek dat al die ordes en congregaties die nog wel enorm investeerde in personeel en financiën, helemaal geen resultaten boekten. Het antwoord op de vragen van de enquête van dit jaar was dan ook heel eenvoudig: "Nee, we hebben niemand."

Het verrassende was dat het er uiteindelijk op neer kwam dat bij bijna alle provincies het antwoord uiteindelijk bijna hetzelfde bleek te zijn. De antwoorden waren vaak wel anders geformuleerd. Er werden plaatsen aangegeven waar roepingen vandaan zouden kunnen komen. Gevraagd naar cijfers, bleek dat het bij hen ook ging om niemand of bijna niemand. Een uitzondering is Polen, waar zich elk jaar nog wel een groter aantal kandidaten meldt.

Meerdere malen werd aangegeven dat jongeren zich aangetrokken voelen tot bepaalde plekken en dat ze daar ook een diepe religieuze ervaring op doen. Taizé sprong er uit als zo'n plek. Compostella was een andere. Gewezen werd op het grote aantal jongeren dat aanwezig was bij de jongerenbijeenkomst met het Paus in Parijs. De aanwezige confraters op de bijeenkomst van Gentinnes zaten wel met de vraag in hoeverre zo'n ervaring dan verder nog doorwerkt wanneer deze jeugd niet meer in dat kader, in die sfeer van Taizé, Compostella of Parijs zit. Niemand kon daar duidelijk antwoord op geven.

Er leeft zeker heel wat onder jongeren. Iedereen was het daar wel over eens. Vele jongeren zijn op zoek naar zingeving. Ze zijn op zoek naar antwoorden op hun vragen. Velen willen zich ook echt serieus inzetten om wat aan die wereld van vandaag te doen, die beter te maken. Het is echter moeilijk aan te geven of deze verlangens ook religieus te duiden zijn. Dat maakt natuurlijk de oprechtheid van hun vragen en verlangens niet minder waardevol. De vraag zou wel kunnen zijn in hoeverre wij vanuit onze religieuze en missionaire achtergrond "hints" kunnen geven voor antwoorden, waar ze wat mee kunnen. Misschien dat de kracht van het evangelie en onze religieuze traditie daarmee wel richtingen kunnen aanbieden. Wij als spiritijnen zijn daar in elk geval wel van overtuigd. Evangelie en religieuze traditie blijken bij de jeugd niet of nauwelijks meer bekend te zijn. Alles schijnt er bovendien op te wijzen dat onze Kerk als instituut meestal niet aansluit bij die vragen van jongeren die, misschien niet voor ons, maar voor hen wezenlijk zijn. Het blijkt dat de jeugd zich ook moeilijk voor kan stellen dat er mensen zijn uit dat instituut Kerk die daar nog wel voor open zouden kunnen staan. Hun beeld van de Kerk, opgebouwd van vooral artikelen uit de krant en van uitzendingen op radio en TV, geeft er ook alle aanleiding toe zo te denken. De kwestie is hoe een ander beeld van kerk-zijn uit te stralen zodat drempels overschreden worden naar elkaar toe. Hoe kunnen we positief in de publiciteit komen om tegenwicht te bieden aan al die negatieve informatie? Zijn we daar al niet wat laat mee?

Uit de berichten van de verschillende provincies bleek dat jongeren aangesproken kunnen worden op hun interesse voor andere volkeren, culturen en landen. In vele provincies zijn programma's die jongeren de gelegenheid bieden voor korte of langere tijd de eigen grenzen te overschrijden. Soms wordt die gelegenheid ook geboden in het kader van een medestanders programma.

Het was verfrissend om te zien hoe nergens de moed werd opgegeven om toch missionair bezig te blijven. Er echt ook gezocht naar nieuwe wegen van missionair bezig zijn. De vraag is echter wel of die nieuwe wegen niet te veel parallel lopen aan de oude. Misschien is er toch nog te veel dat aan het oude en vertrouwde doet denken. Misschien moet er iets heel radicaal nieuws komen, iets revolutionair. Maar wat!?

We zouden misschien moeten onderzoeken waar jongeren nu samen komen en waarom. Wat boeit hen nu en waarom. Hoe komt het dat zij in de muziek zoveel religieuze en zingevende elementen ontdekken die wij helemaal niet opmerken? Wanneer is het uit elkaar groeien van jeugd en Kerk begonnen? Wat is de invloed geweest van het Vaticaans Concilie die de deur wijd open leek te zetten om die vervolgens na het Concilie weer heel snel op een kier te zetten en wel stevig vastgezet met een ketting.

Het is wel duidelijk dat we er in Gentinnes niet uit zijn gekomen. Toch geloof ik dat een Europese samenwerking die meer in de diepte gaat, nog veel kan bieden. Er was ook vraag naar. Van een provincie kwam de concrete vraag naar spiritijnse missionarissen die een authentieke getuigenis van hun missionaris zijn zouden kunnen komen geven.

Het zal nodig zijn dat we echt diep duiken in die andere wereld, de wereld van de jeugd, die we blijkbaar niet meer kennen. We zullen ook in eigen land weer missionarissen moeten zijn die de tijd nemen om de taal, de gewoonten en gebruiken van die nieuwe wereld te leren. De indruk wordt steeds sterker dat er toch velen zijn die nog maar zo weinig van evangelie en kerk weten dat er sprake zou kunnen zijn van eerste evangelisatie. Hebben we echter nog de mensen die die uitdaging kunnen en willen aangaan?

Toch zijn er nog provincies die confraters hebben die in contact zijn met jongeren. Dat bleek ook duidelijk in Gentinnes. De spiritijnse activiteiten die jongeren in contact brengen met de andere kant van de maatschappij, krijgen in meerdere landen ruime aandacht: drugsverslaafden, moderne armen, enz.

Toch zou het waarschijnlijk goed zijn gedurende de bijeenkomsten van "Geroepen tot Missie" ook eens serieus met vragen naar signalen van veranderingen in de maatschappij aan de slag te gaan en hoe om te gaan met die signalen. Het zou fantastisch zijn als we zover zouden kunnen komen dat we niet meer achter de feiten hoeven aan te hollen, maar in plaats daarvan, samen met de mensen die die veranderingen intens beleven, zouden gaan zoeken naar wegen om het aanbod van activiteiten en van antwoorden "up-to-date" te houden.

Er werd uitgewisseld over de mogelijkheden die het inschakelen van "nieuwe acteurs" zouden brengen: leken van buiten de spiritijnse cirkel samen met spiritijnen, spiritijnen samen met geassocieerde leken of ook leken die daar zonder de spiritijnen mee aan de slag gaan.

In Gentinnes hebben we geprobeerd iets te leren van hen die nog wel jongeren zeggen aan te trekken. Op zaterdag middag gaf een jonge priester die woonde op een seminarie in België en dagelijks met jongeren in en buiten het seminarie te maken had, een inleiding. Hij vertelde wat hun activiteiten waren en hoe ze probeerden met de jeugd in contact te komen en te blijven. Het bleek ook voor hen niet mee te vallen. De lezing zelf bracht niet veel nieuws. We zijn ook nog op bezoek geweest in de abdij van Chevetogne. Deze oecumenische abdij heeft jongeren. Ook hier is geen sprake van grote aantallen. Het was wel verfrissend er een zeker aantal te zien. Chevetogne vraagt van de kandidaten dat ze zich niet van te voren vastleggen op de rite die ze willen volgen. De abt geeft na het noviciaat aan welke dat zal zijn. Ook zijn we op bezoek geweest bij een nieuw instituut "Tiberiade". Ook hier voelen bepaalde jongeren zich toe aangetrokken. We hebben daar op zondag deelgenomen aan de vespers. De kapel, een oude opgeknapte schuur zat behoorlijk vol met toch wel grotendeels jongeren. Onder de vespers vroeg de leider van de groep aan enkele van de jongeren iets te vertellen van hun ervaringen en van de weg die ze doorlopen hadden. De manier waarop dat gebeurde was duidelijk niet mijn manier. Die jongeren hadden er blijkbaar geen moeite mee.

In Gentinnes zei iemand dat we zaaiers zijn van toekomst. In dit verband werd er vervolgens gesproken dat we ons als congregatie in dienst moeten blijven stellen van mensen en vooral ook van jongeren. Het leven is voor allen zo gefragmenteerd en gesegmenteerd. Onze dienst zou dan kunnen bestaan in het bijstaan van mensen bij hun zoeken naar manieren om al die verschillende stukjes zo in elkaar te leggen dat er een geheel uit komt, een nieuw plaatje. Dit zou kunnen gebeuren door oprecht te zijn, jezelf te zijn, progressief met elkaar om te gaan, enz. Het betekent in feite dus vertrekken vanuit de geleefde werkelijkheid naar een nieuwe werkelijkheid. We zouden dan ook niet moeten terugdeinzen om mensen op te roepen zich te engageren, ook op basis van geloof.

Er is nog werk aan de winkel!

Frans Wijnen, CSSp

 

13 November 1999

Op 13 november heeft Paus Johannes Paulus II Gabriël Mbilingi, CSSp benoemd tot bisschop van Lwena in Angola. Gabriël is geboren op 17 januari 1958 in Mbandwa in het district Andulo van de provincie Bié. Hij legde zijn religieuze geloften af op 10 april 1980 en werd op 26 februari 1984 tot priester gewijd. Hij heeft gewerkt in Lobito, studeerde filosofie en Moraal theologie in Rome en was van 1992 tot 1995 rector van het spiritijnse groot-seminarie in Huambo. In 1995 werd hij gekozen tot provinciaal van de Angolese Spiritijnse Provincie. In 1998, op het Algemeen Kapittel van Maynooth werd hij gekozen tot lid van het Algemeen Bestuur.

Lwena is een bisdom zonder spiritijnen en met maar enkele priesters. Het ligt zeer geisoleerd en ver weg van Luanda, de hoofdstad. De streek zit vol vluchtelingen.

 

Gabriël zal tot bisschop worden gewijd op 6 januari in Rome.

 

JUSTICE AND PEACE

Europese Spiritijnse  Bijeenkomst
Engeland 7-13 oktober 1999

Zijn we tijdens de bijeenkomst in 1998 met name bezig geweest met de situatie van asielzoekers gezien vanuit een wereldwijd perspectief, dit keer in Bickley was het meer toegespitst op de situatie in Engeland.

Wij hebben de mogelijkheid gehad om enkele projecten met/voor asielzoekers te bezoeken. Dat was heel interessant en ook verhelderend. Zo waren wij de eerste dag te gast in 'Oaklands' opvanghuizen voor jonge alleenstaande asielzoekers. Een initiatief dat gestart is door enkele religieuzen. De wijze van opvang in Engeland verschilt met die in Nederland waar mensen in centra geplaatst worden. Enkele jonge asielzoekers hebben hun verhaal verteld over de opvang en hoe zij hun dag doorbrengen. Hierna hebben we samen met hen gegeten en informeel verder gepraat. Het was mooi om te zien hoe makkelijk gesprekken op gang kwamen.

Enkele dagen later hebben we het 'Refugee Arrivals Project' bezocht. Zij hebben hun kantoor in het vliegveld van Heathrow. Als iemand bij de immigratie asiel aanvraagt worden ze vervolgens door een werker van RAP opgehaald en naar een van de hostels in de buurt van Heathrow gebracht. Daar mogen zij dan twee dagen blijven. Een plek om even bij te komen van de reis en zich voor te bereiden op de volgende lange weg in de asielprocedure. Bijzonder hier was dat de werkers uit verschillende delen van de wereld afkomstig waren. Ze beschikken daarmee over meerdere talen. Dat is handig want asielzoekers die net aankomen spreken meestal alleen hun eigen moedertaal. Het kantoor van RAP in het hostel was een echt hectisch zenuwcentrum.

Naast deze bijzondere werkbezoeken hebben we ook geluisterd naar enkele inleiders. Zo heeft het bisdom van Westminster een vluchtelingen service die actief zijn in het stimuleren van verschillende netwerken en zelforganisaties van vluchtelingen. Zij geven advies hebben plekken waar asielzoekers overdag terechtkunnen, zijn sterk gericht op de situatie van jongeren die asiel vragen en proberen op verschillende niveaus de asielproblematiek bespreekbaar te maken (parochie, kerkleiders, media etc.).

Op maandagochtend heeft bisschop Patrick O'Donoghue -bisschop in Londen (verantwoordelijke voor asiel- en immigratiebeleid vanuit de bisschoppenconferentie) een meer theologische uiteenzetting gegeven. Hij haalde enkele bijbelse passages aan en gaf citaten uit de encycliek Gaudium et Spes en benadrukte de rol van de kerk als 'gemeenschap van Gods volk onderweg'.

De laatste inleiding kwam van de kant van de jezuïeten. Zij hebben veel ervaring in het werken met vluchtelingen. In 1980 hebben zij 'Jesuit Refugee Service' gestart. In het begin periode waren zij actief in verschillende vluchtelingenkampen (Vietnamese bootvluchtelingen, Soedan, El Salvador en Guatemala). In die tijd werkten zij mee in de kampen en hielpen daar waar nodig was. Nu is de hulp meer gestructureerd. Hun slogan is 'begeleiden, dienen en pleitbezorgers zijn'.

Ook hebben we geluisterd naar de ontwikkelingen in de Europese provincies rond Justice and Peace. Vooral het nieuwe project SPIRASI (Spiritan Asylum Services Initiative) in Dublin kreeg veel aandacht. Na een zeer gedegen onderzoek van een Ierse spiritijn is er gekozen om een van de huizen van de provincie beschikbaar te stellen voor het nieuwe project. Er is een kleine spiritijnse leefgroep gevestigd en voldoende ruimte om groepen asielzoekers overdag te ontvangen en een programma (taalles, computer training e.d.) aan te bieden. Zij ondersteunen actief enkele zelfhulp groepen, geven informatie samen met asielzoekers op scholen om zo de negatieve beeldvorming te niet te doen (en op Kimmage worden korte seminars georganiseerd) en ze hebben een netwerk van medische zorg opgezet. Zij willen een sterke pastorale dimensie in het werk ontwikkelen.

Het was een intensieve week, maar zeer goed voorbereid en bijzonder interessant. Met veel nieuwe ideeën en mogelijkheden van netwerken/samenwerken op Europees niveau kunnen wij nu weer hier in Nederland verder.

Mariëlle Beusmans.