Ontwikkelingen Algemeen H. Geest en H. Hart
Fusie Congregaties van de H. Geest en H. Hart van Maria
Twee congregaties, die van de H. Geest en die van het H. Hart van Maria, werkten voor hetzelfde doel. Zeker, er was een bepaalde mate van rivaliteit, maar toch schreef Libermann in 1848:
"Het heeft mij altijd toegeschenen als zijnde in lijn met de
wil van God, dat de twee congregaties samengaan. Zij hebben hetzelfde doel en werken
volgens dezelfde lijnen. Het is niet volgens de plannen van de Goddelijke Voorzienigheid
om twee congregaties te onderhouden als één voldoende is."
In 1845 had de Voortplanting van het Geloof al voorgesteld, dat de twee zouden fuseren. De overgangsstatus van de Algemeen Overste van de Spiritijnen maakte actie onmogelijk. Zijn opvolger, Leguay, weigerde ook maar iets met Libermann te maken te hebben. De opvolger hiervan weer, Monnet, kende de paters van het H. Hart persoonlijk vanuit Réunion.
Toen de directeur van de Franse kolonies, Victor Schoelcher, twee ongeschikte kandidaten wilde benoemen als Apostolische Prefecten van Martinique en Guadeloupe, zocht Monnet de steun van Libermann.
Bij gelegenheid van hun ontmoeting werd ook over fusie gesproken. Later schreef Libermann hierover nog een brief aan Monnet. Deze reageerde onmiddellijk, te meer daar Schoelcher weer moeilijkheden maakte. Onderhandelingen over de fusie werden begonnen, maar lang niet alle leden stonden achter het plan van de fusie. Toch werden de gesprekken voortgezet, vooral tussen Loewenbruck voor de spiritijnen en Libermann voor de congregatie van het H. Hart. Een principe akkoord werd gesloten op Pinksteren 1848. Daarbij werd gedacht aan Libermann als de nieuwe algemeen overste. Voor Monnet zou een bisschopszetel gezocht worden. Er werd gedacht aan Madagascar, waarvoor de Voortplanting van het Geloof in Rome een kandidaat zocht.
In 1848 brak echter weer een revolutie uit. Gevechten braken uit in de buurt van het seminarie van de H. Geest. Het duurde maar een paar dagen, maar de situatie werd zo onstabiel dat de beide algemeen oversten niet naar Rome durfden te vertrekken. De diplomatieke Loewenbruck werd naar Rome afgevaardigd om de wenselijkheid van de fusie daar te bespreken en om te proberen Monnet als kandidaat voor de bisschopszetel van Madagascar aanvaard te krijgen.
In Rome heerste ook een onzekere situatie. Dus wilde het Vaticaan zo veel en zo snel mogelijk alle lopende zaken afhandelen. Loewenbruck was snel klaar met zijn missie. De officiële goedkeuring voor de fusie zou later door de Paus getekend worden en dan opgestuurd naar Parijs.
Loewenbruck dacht enthousiast ontvangen te worden in Parijs, maar de tegenstanders van de fusie hadden Monnet overtuigd van hun gelijk. De diplomatieke kwaliteiten van Loewenbruck werden weer in stelling gebracht om de tegenstanders op andere gedachten te brengen. De op hand zijnde bisschopsbenoeming van Monnet hielp daarbij. Op 24 augustus tekenden de twee partijen de overeenkomst. Op 26 september kwam de goedkeuring van Rome binnen.
"Het is uw taak de fusie van uw twee congregaties te voltooien zodat van nu af aan de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria ophoudt te bestaan en haar leden en geassocieerde leden worden geïntegreerd in de Congregatie van de H. Geest waardoor ze diens leden en geassocieerde leden worden met dezelfde rechten en voorrechten en onderworpen worden aan dezelfde regels."
Op dat moment had de Congregatie van de H. Geest 13 leden terwijl er 30 kandidaten hun noviciaat deden in de kolonies. Het seminarie van de H. Geest telde 60 studenten. De meesten novicen trokken zich terug onder de hervormingen van pater Libermann.
De Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria telde 34 paters, 28 broeders en 10 novicen. Daarbij kwamen nog de 34 grootseminaristen.
De eerste taken van de algemeen
overste van de gefuseerde congregatie waren:
1 Het wegnemen
van de interne en externe oppositie tegen de fusie.
2 Het vinden
van een geëigende administratie voor het koloniaal seminarie.
3 Het oplossen
van de religieuze crises in de oude kolonies.
Terug naar het begin van de bladzijde.