MEI
17
0

Ted Rutjes

Op 10 mei 2018 om 18.40 uur is Ted rustig ingeslapen. Het ging al lange tijd niet goed met Ted, zijn gezondheid was erg wisselend. Na een bezoekje aan hem kwam de een terug met de opmerking: “Hij zal het niet lang meer maken“, terwijl een ander die hem twee uur bezocht, zei: “Theo (want zo noemden de meesten van ons hem) zat weer achter de computer een spelletje te spelen en zat weer volop grappen”. Dit was de situatie gedurende de laatste maanden, maar eergisteren zei hij: ”Ik geef het op, het gaat niet meer.” en vroeg of er van nu af aan bij hem gewaakt kon worden. Na een lange strijd is er aan zijn leven en zijn leed een einde gekomen.

Ted werd geboren op 13 januari 1925 te Duisburg in Duitsland. Als schipperszoon heeft hij de lagere school op verschillende plaatsen doorlopen. Zijn ULO diploma haalde hij in Rotterdam. Daarna wilde hij naar de MTS, maar de dienstplicht en het uitbreken van de oorlog maakte dat onmogelijk. Na de oorlog besloot hij om voor priester te gaan studeren en in 1945 begon hij zijn studies in Uden. Met enkele anderen kreeg hij daar een ‘stoomcursus’ latijn en grieks om na twee trimesters te worden toegelaten tot het tweede jaar. In 1950 wilde hij zijn noviciaat maken bij de Jezuïeten, maar hier werd hij niet aangenomen. Hij koos er toen voor om missionaris te worden en deed zijn aanvrage bij de Congregatie van de heilige Geest. Op 6 september 1950 begon hij zijn noviciaat in Gennep. Zijn hogere studies maakte hij in Gemert en werd daar op 15 juli 1956 door Monseigneur Kramer OFM tot priester gewijd. Hij kreeg een benoeming voor het toenmalige Belgische Kongo en men raadde hem aan een jaar de koloniale school in Brussel te volgen. In 1958 vertrok hij naar de Kongo en werd in Lokandu kapelaan van de parochie en directeur van de lagere school. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar Kindu, waar hij dezelfde functies kreeg. In 1964 keert hij weer terug in Lokandu, waar hij nu overste wordt en directeur van het klein seminarie, dat hij daar zelf opricht.

Helaas verloopt de overgang naar onafhankelijkheid in Kongo niet op vredige wijze en wordt Ted in 1964 met nog twintig collega-missionarissen door rebellen gevangen genomen. Na doodsbedreigingen vanwege de acties van het nationale leger, werden zij na een week onverwachts door dat nationale leger bevrijd. Hen werd aangeraden zo snel mogelijk het land te verlaten.

Terug in Nederland kwam hij in Rhenen terecht en werd hij benoemd tot propagandist.

In 1965 kan hij weer terug naar de Kongo en werkte er dan achtereenvolgens in Kindu, Kibombo en Tokolota.

In 1996 besluit Ted definitief naar Nederland terug te keren en verblijft eerst in Gemert en daarna op een flatje in Gennep, waar hij zo lang hij het kan, hij hand- en spandiensten verricht voor ieder, die een beroep op hem doet.

Zolang als zijn gezondheid het hem toelaat, gaat hij ieder jaar naar de “Kongolodag” in Gentinnes (België). Aan zijn verblijf in Kongo heeft hij goede contacten en vriendschappen overgehouden met onze Belgische medebroeders, die hem dan ook regelmatig in Gennep komen opzoeken.

Wanneer het moeilijk voor hem wordt om zelf voor zijn broodmaaltijden te zorgen, verhuist hij naar Spiritijnenhof. Na enkele dagen is hij echter weer terug op zijn flat, want in Spiritijnenhof vindt hij het veel te koud. Ted hield van warmte.

Wanneer zijn gezondheid verder achteruit gaat en hij meer zorg nodig heeft, verhuist hij naar de Libermannhof, waar hij een appartement krijgt aan de zonkant en een verwarming heeft, waarvan hij zelf de knoppen kan bedienen.

Ted was kritisch, maar niet op een vervelende manier. Hij was kritisch op de gang van zaken in Libermannhof, want alles veranderde zo maar. Hij kon kritiek hebben op het personeel, maar had hele goede banden met hen. Zijn humor heeft hij behouden tot bijna de laatste dag. Het was dan ook geen kruis om bij hem op bezoek te gaan en bezoek kreeg hij dan ook tamelijk veel. Soms vond hij het zelf wat te veel en te vermoeiend.

Zo lang hij kon, nam Ted deel aan onze bijeenkomsten, als ze maar niet te lang duurden. Want dan kon hij wel eens in slaap vallen. Van de Nederlandse spiritijnen zal Ted degene zijn die de meeste “spiritijnse maanden” heeft meegemaakt en dat niet alleen maar, omdat hij wel van reizen hield. Hij wilde op de hoogte blijven en kritisch de ontwikkelingen in de congregatie en in de kerk blijven volgen.

Wanneer een medebroeder  overleed, die jonger was dan hij, dan vond hij dat ze hem voorkropen, maar in feite kon Ted zelf het leven ook maar moeilijk loslaten. Ted was nooit een grote eter geweest, zeker wat de warme maaltijden betreft, maar de laatste weken viel hem dat nog zwaarder en vermagerde hij wel heel erg. Hij was op, vandaar dat hij het wel op moest geven.

Wij verliezen in Ted een heel prettige humoristische medebroeder en zijn neven en nichten een prettige, plezierige oom.

Op woensdag 16 mei om 11.00 uur nemen we afscheid nemen van pater Ted Rutjes tijdens een eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert.

Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in die kerk. Na de viering zal de begrafenis plaats vinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

Er is parkeergelegenheid naast de kerk, bereikbaar via de rondweg.

Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9 te Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

                                                                                                                                                                J.Gordijn CSSp.

Correspondentieadressen

Dhr. J. Hendriks, Groenestraat 8, 6911 KV Pannerden       

Congregatie van de H. Geest, Spoorstraat 159, 6591 GT  Gennep                                          

Share this article:

Door met lezen
48 Hits
APR
05
0

Gerard Hogema

Geheel onverwachts is vandaag, 31 maart 2018, een dierbaar familielid, een medebroeder en vriend van ons heengegaan. Een val in de badkamer enkele dagen geleden is Gerard Hogema fataal geworden. Niemand dacht er toen aan dat we op Goede Vrijdagavond hem in het ziekenhuis te Helmond het sacrament der zieken zouden toedienen. Hij heeft dit ziekensacrament nog heel bewust meegemaakt. Enkele uren later is hij in het bijzijn van enkele familieleden en vrienden vredig ingeslapen.
Gerard is geboren op 10 december 1929 in Amsterdam, in een gezin met 7 kinderen. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1946 op 17-jarige leeftijd naar het Missiehuis in Weert. Hij koos voor de Congregatie van de H. Geest, omdat hij priester-missionaris wilde worden om in de binnenlanden van Afrika of Brazilië te kunnen gaan werken. Een van zijn leraren herinnert zich Gerard ‘als een rustige serieuze leerling, maar betwijfelt of hij het altijd eens was met de visie van zijn leraren. Een van zijn hobby’s was toneelspelen’. Na een jaar noviciaat deed hij in 1953 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 21 september 1958 ontving hij daar de priesterwijding. Een jaar later kreeg hij als enige van zijn klas een benoeming voor Nederland. Het was voor hem een bittere pil, maar de gelofte van gehoorzaamheid was er om haar gestand te doen. Gerard schikte zich in zijn lot en begon aan zijn missie in Nederland. ‘Uit aanvaarding spruit overgave voort’, zal hij bij zijn 50-jarig priesterfeest zeggen. Twee jaar was hij secretaris van de provinciaal, daarna zeven jaar leraar op ons seminarie voor late roepingen in Hattem. In 1968 ging zijn wens in vervulling om in de directe parochiepastoraal werkzaam te mogen zijn. Hij koos toen voor het bisdom Haarlem en was daar achtereenvolgens werkzaam als kapelaan in Heiloo en Beverwijk en vanaf 1976 pastoor in Zaandam. Toen hem in 1984 door het provinciaal bestuur gevraagd werd om naar Gemert te komen in de parochie Gemert-kern met speciale aandacht voor de Gerardus parochie, zal dat voor hem best een moeilijke beslissing geweest zijn, want in Zaandam moest hij een bloeiende en goed georganiseerde parochie achterlaten. Hij was eraan verknocht en de parochianen zagen hem node gaan. Zijn motto ‘Kerk, wij samen’ had hij er met verve in praktijk gebracht. In Gemert maakte hij deel uit van een pastoraal team, samen met Thei Goossens en Guus Biemans. Hij was een weloverwogen parochiebestuurder en een kritische meedenker. In 1988 werd hij deken van het dekenaat Gemert en werd zo ook een tussenschakel in de relaties met het bisdom. Van Gerard mogen we wel zeggen dat hij zich in al de jaren van zijn pastoraat in Gemert met hart en ziel heeft ingezet en zich ten volle gegeven heeft aan zijn taak. Hij slaagde er niet alleen in goed in te burgeren in de parochie maar eveneens in de Gemertse gemeenschap. Hij had aandacht en zorg voor het vormgeven aan waardige en aansprekende liturgische vieringen, stuurde pastorale werkgroepen aan, bezocht zieken, verzorgde stervensbegeleiding, besteedde aandacht aan scholen en verengingen, nam het moderatorschap op zich van de scouting, de NCB-afdeling Gemert en van het zieken-triduüm. Zijn goed ingeburgerd-zijn in
het Gemertse blijkt uit zijn gewaardeerde humorvolle toespraken en preken bij gelegenheid van Gildefeesten en de jaarlijkse carnavals-mis.
Gerard was een pastor tussen de mensen, ieder had het recht om zichzelf te zijn. Gerard had zo zijn eigen ideeën, maar hij gunde een ander ook zijn of haar ideeën, zolang er maar uitgegaan werd van wederzijds respect
Gerard had ook 34 jaar lang een belangrijke nevenfunctie: hij was reserveaalmoezenier bij de landmacht. Dat hield in dat hij tweemaal per jaar opgeroepen werd voor een bivakoefening, meestal 3 weken in Duitsland. Eerst als kapitein, later als majoor vervulde hij de taken die een geestelijk verzorger in het leger ten deel vallen. Hij ging voor - soms samen met een dominee - bij kerkdiensten, was bedienaar van de sacramenten voor de manschappen en hun geestelijk vertrouwensman. De contacten met zijn ex-collega’s hield hij aan. Jarenlang ging hij wekelijks getrouw vanuit Gemert nog naar Amsterdam om er met de veteranen een potje volleybal te spelen.
In 2011, op 71-jarige leeftijd, ging hij met emeritaat, dat wil zeggen dat hij in betrekkelijke rust van zijn nadagen ging genieten. Hij ging wonen in Bakel, vanwaar hij aanvankelijk nog regelmatig assistenties verleende in de buurtparochies. De laatste jaren was hij een trouw en actief lid van de Kapelgroep Gemert. Maar ook op sociaal gebied bleef hij zich inzetten. Zo heeft hij menig vluchteling en asielzoeker met voldoening Nederlandse taalles gegeven.
De laatste jaren nam zijn gezondheid zienderogen af. Zijn gezichtsvermogen ging steeds verder achteruit. Hij moest zijn auto laten staan, wat hem zeer zwaar viel. Ook het lopen ging steeds moeilijker. Maar gelukkig wist hij zich omringd door vele goede vrienden die hem meer en meer bijstonden en hielpen op velerlei gebied. Dankzij hun hulp kon aan zijn wens om in Bakel te blijven wonen voldaan worden. Hij liet de laatste paar dagen van zijn leven wel merken hoe blij en erkentelijk hij iedereen daarvoor was. Maar te snel en geheel onverwachts hebben we afscheid moeten nemen van een dierbaar en hartelijk familielid, van een humorvolle medebroeder en een zeer gewaardeerde en sympathieke vriend.
Met zijn overlijden komt er een einde aan dit bijzonder leven. Gerard bedankt. Rust in vrede.
U kunt afscheid van Pastor Hogema nemen op donderdag, 05 april van 18.15 uur tot 19.00 uur in “Residence Waterhof” ’t Hoogh Huys 3 te Gemert.
De Plechtige Uitvaart wordt gehouden op vrijdag, 06 april om 11.00 uur in de kerk St. Jan Onthoofding te Gemert (Kerkstraat) waarna we Gerard te rusten zullen leggen op het kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in de kerk.
Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant “Bij Dientje” Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk. Er is parkeergelegenheid achter de kerk (bereikbaar vanaf de Rondweg) of op de Kasteellaan.

Namens het Provinciaal Bestuur
Martin van Moorsel CSSp

Contactadressen:

Fam. Kroon-Hogema    -    Waalstraat 94.11    -    1079 EB Amsterdam   

Congregatie van de H. Geest    -    Spoorstraat 159    -    6591 GT Gennep                                       

Share this article:

Door met lezen
122 Hits
DEC
15
0

Henk Peters

In de ochtend van 14 december 2017 is om 8.00 uur vrij onverwachts onze medebroeder pater Henk Peters overleden. Dat zijn overlijden op handen was, wist Henk en daar was met hem heel open over te spreken. Toch kwam het overlijden nog onverwachts. Eind april had Henk een zware hartaanval gehad. Toen is er met hem ook gesproken over longkanker, maar de artsen wilden deze in verband met zijn zwakke gezondheidstoestand niet behandelen, daar deze kankerinfectie maar langzaam groeide. Gisterenochtend is Henk rustig ingeslapen.

Henk werd op 18 juli 1928 geboren in Hilversum als oudste in een katholiek gezin. Zijn vader zag in hem een mogelijke opvolger in zijn fabriek in houtwaren, maar Henk wilde missionaris worden. Daarom ging hij in 1940 naar ons kleinseminarie in Weert.

Op 5 september 1949 legde hij in Gennep zijn eerste professie af, waarna hij zijn hogere studies begon in Gemert. Daar werd hij op 18 juli 1954 door Mgr. de Lange, bisschop van Tefè (Brazilië), tot priester gewijd. Een jaar later kreeg hij zijn benoeming voor Gabon. Hij had graag naar het bisdom Tefé gegaan, maar vanwege zijn zwakke gezondheid durfde hij dat niet aan te vragen. Hij koos voor Gabon vanwege de Franse taal, maar ook omdat daar weinig Nederlandse paters werkten en omdat dit land het eerste missiegebied was van onze congregatie.

Hier heeft hij zijn talenten ten volle kunnen gebruiken en terugkijkend op zijn leven, zei hij dan ook, dat dit zijn mooiste tijd was geweest. Hij kwam te werken op een afgelegen missiepost. Het leek een beetje het einde van de wereld. Hij kreeg de opdracht om de taal van dat volk op schrift te stellen. Hij moest een woordenboek maken van die taal naar het Frans. Voor hem sneed het mes aan twee kanten: hij leerde die inlandse taal, maar ook zijn Frans werd er beter van.  Toen het gebruik van de inlandse taal werd toegestaan, moest hij ook de liturgische teksten in die taal vertalen en de liturgische gezangen schrijven.  Zijn muzikale aanleg heeft hij hierbij goed kunnen gebruiken. Kennelijk heeft hij daarnaast ook de inlandse gebruiken goed bestudeerd en kon daardoor met enkele aanpassingen in  bestaande liederen enkele inlandse gebruiken kerstenen.  Hij perfectioneerde ook de catechistenopleiding.

Met een onderbreking van een jaar in Parijs, waar hij aalmoezenier is geweest van Franssprekende buitenlandse studenten, heeft Henk tot mei 1971 in Gabon mogen werken.

Oververmoeid keerde hij met een filariasis infectie terug naar Nederland. Hij werd behandeld in het tropeninstituut in Amsterdam, maar kreeg er wel te horen, dat het vanwege zijn gezondheid beter voor hem was niet meer naar Gabon terug te keren. Dit kwam hard aan bij hem, vooral ook omdat hij  maar moeilijk kon wennen in Nederland. Hij volgde een pastorale training voor teruggekeerde missionarissen bedoeld als een kerkelijke inburgering.

In de veronderstelling dat hij terug zou gaan naar Gabon, had hij zijn intrek genomen bij het gezin van zijn broer, waar hij graag wilde blijven wonen, zonder  financieel afhankelijk van hen te zijn of zoals hij zelf zei: ik wil geen extra kostganger voor mijn broer zijn.  Hij werd al snel catecheet op het Ignatiuscollege, maar solliciteerde later op het St. Vituscollege in Bussum om de moderator te vervangen. En al viel dat niet mee, de leerschool, die hij kreeg door te wonen in een opgroeiend gezin, heeft hem veel geholpen. In de weekenden bood hij zijn diensten aan in de parochie van Naarden.

In 1979 ging hij werken in het Lloyd Hotel, een huis van bewaring voor minderjarigen. Over zijn aanwezigheid daar en zijn omgang met deze jongeren kon hij enthousiast spreken. Dit werk leek hem veel beter te liggen.

Toen er in de parochie van Naarden voor de vertrekkende pastoor niet direct een opvolger was, ging hij enkele maanden wonen op de pastorie, maar niet met de bedoeling om daar  pastoor te worden. Dat is er uiteindelijk met instemming van het gezin van zijn broer toch van gekomen. Als zij neen hadden gezegd, dan zou hij het niet aangenomen hebben. Allen kijken ze met veel voldoening terug op die tijd en kunnen er smakelijk uren over vertellen. Henk zelf is vol lof over wat zijn schoonzus daar allemaal deed en bereikt heeft. Hij heeft er de onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau gekregen, dus niet alleen zijn schoonzus maar ook hijzelf zal daar werk verzet hebben, dat gewaardeerd werd.

Wat ook  mag blijken uit het feit, dat hem in 2013 aangeboden werd om, wanneer hij daar belangstelling voor had, bijgezet kon worden in het priestergraf te Naarden.

Op 26 maart 2000 nam Henk en zijn familie afscheid van de parochie en de pastorie en verhuisden naar Hengelo om te gaan genieten van een welverdiende rust. Zolang hun gezondheid en mobiliteit het toe lieten, verbleven zij gedurende de wintermaanden in Spanje, waar ze zelfs te zien waren met tennisbal en racket.

Lange tijd bleef Henk de gezondste van de drie, ook al kwamen er langzaamaan steeds meer klachten. Auto rijden ging nog, maar dan niet al te ver. Ook daar kwam helaas een einde aan. Henk raakte aan de sukkel, kwam in het ziekenhuis terecht met hartklachten, maar vanwege een toen al aanwezige longtumor durfden ze hem niet te opereren.  Na de hartaanval in mei van dit jaar was het duidelijk, dat zijn gezondheid niet alleen snel achteruit ging, maar ook dat zijn overlijden niet ver meer weg kon zijn, al hoopte hij zelf nog wel nog negentig jaar te kunnen worden. Dat is hem niet gegeven.

We verliezen in Henk een medebroeder en pastor die heel zijn leven missionair en pastoraal betrokken was. Henk bedankt en rust nu in vrede.

 Wij zullen van Henk op donderdag 21 december om 11.00 uur in de Sint-Vitus Kerk te Naarden (Turfpoort straat 3 1411 ED) afscheid nemen in een eucharistieviering, waarna we hem bijzetten in het priestergraf op de R.K. begraafplaats St. Vitus te Naarden.   

                                                                                                                                                               J. Gordijn

 

Correspondentieadressen:

Fam. H. Peters                                                                    Congregatie v.d. H. Geest

Willy Albertistraat 13                                                            Spoorstraat 159

7558 ZZ Hengelo                                                                 6591 GT Gennep

 

 

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
362 Hits
DEC
14
0

Antoon ten Have

Na een kort ziekbed is op 10 december 2017 onze medebroeder Antoon ten Have vredig ingeslapen in het verzorgingshuis Libermannhof. Hij is 90 jaar geworden. Wij verliezen in hem een markante, hardwerkende en eigenzinnige medebroeder. Toon werd op 4 april 1927 in ‘s-Heerenberg, als zesde in gezin met 12 kinderen geboren. Zijn geboorte was prematuur en verliep problematisch. De dokter had hem al opgegeven, maar zijn moeder bleef volhouden dat haar zoon niet alleen zou overleven, maar ook priester zou worden; Onze Lieve-Vrouw zou ervoor zorgen. Een wonderkind dus. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1943 naar het kleinseminarie in Weert. Want Toon wilde priestermissionaris worden. ‘Daar ontpopte ik me als een manusje van alles om me gevoeglijk te kunnen onttrekken aan recreaties, wandelingen en te kunnen doen wat me goed leek’, zo zei hij zelf.   Na een jaar noviciaat deed hij in 1949 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 18 juli 1954 ontving hij daar de priesterwijding. Hij ontving zijn eerste benoeming voor Congo-Brazzaville, waar hij 15 jaar heeft gewerkt, eerst in Konono, later in Sibiti. Hij stond bekend als een harde werker, die zich niet ontzag, maar ook als een eenpitter met wie samenwerken niet gemakkelijk was. In 1969 moest hij om gezondheidsredenen noodgedwongen terug naar Nederland. Hij begon toen met de studie medicijnen om de mensen beter te kunnen helpen. Van 1973 tot 1979 werkte hij in Congo-Kinshasa, in Ferekeni als directeur van een medische school, later als pastoor in de parochies Mallela en Lubao-Kasi. Vanwege politiek-kerkelijke problemen met de bisschop, zoals hij zelf zei, kwam hij eind 1979 terug naar Nederland en maakte een sabbatjaar.

Over zijn periode in Brazilië schrijft onze medebroeder Toon Gruijters: “In 1981 werd hij benaderd door Mgr. de Lange met de vraag of hij in de Prelatuur Tefè een nieuwe kans wilde maken. Toon, toen 52 jaar, nam deze uitdaging aan. Mgr. had echter niets afgesproken met Toon Jansen, principaal van het district. Het pastorale coördinatieteam maakte bedenkingen, maar tenslotte kwam Toon in Tefè. Hij werd benoemd voor Maraa aan de rivier de Japura, waar toen Jan Zuidgeest met zijn vrouw en twee kinderen het pastoraal bijhield, plus de school en de gezondheidspost. Toon werd er op 8 december geïnstalleerd als pastoor. De parochie omvatte toen de opper-Japura: 800 km tot de Colombiaanse grens, met twee kleine stadjes en veel Indianen, en de beneden Japura met basisgemeenschappen. Maraa zelf was een stad met enkele duizenden inwoners. Toon heeft er een kerk en huis gebouwd en bijgedragen aan de bouw van een ziekenhuisje en school. Hij legde er een drinkwatervoorziening aan om verspreiding van ziektes te voorkomen.

Hij voelde aan den lijve hoe afhankelijk hij was van een goed vervoersmiddel. Met fondsen uit Nederland kon hij aan de bouw beginnen van een snelle boot met straalaandrijving. De bisschop en de pastorale raad van de Prefectuur waren er niet zo voor, omdat zo’n boot de indruk kon versterken van een machtige en rijke kerk. Maar hij zette door. Het werd een lijdensweg met veel pech en onkosten. Na aflevering bleek te boot onhandelbaar en erg duur in brandstof, zodat de boot na jaren van ellende alsnog werd verkocht.

Toon was, al vanaf zijn premature geboorte, erg toegewijd aan Onze Lieve-Vrouw, patrones van de parochie. Elke dag praatte hij op de lokale radio een uur lang over Onze Lieve-Vrouw van Fatima en andere aanverwante onderwerpen. Hij werkte onder de armen en deelde zijn leven met hen. In de bijgebouwen van de kerk, had hij een noodwoning, waar wezen of kinderen die thuis verwaarloosd of mishandeld werden, konden opgroeien en de school doorlopen. Zoals Toon in Afrika een eenpitter was geweest, zo was hij dat ook in Brazilië. Hij volgde zijn eigen koers. Zijn broer Theo woonde ook in Tefè, waar hij de zagerij Braholco voor faillissement probeerde te behoeden.

Een moeilijk tijd brak voor hem aan, toen de nieuwe bisschop, Dom Sérgio, de parochie wilde betrekken in de algemene pastorale lijn van de Prefectuur en hem een tamelijk onevenwichtige Portugese pater als hulp stuurde. Deze pater verstoorde op ongelukkige wijze de rust in het rijk van Toon. Gelukkig kreeg Toon daarna hulp van een communiteit van drie zusters. Na bijna 50 jaar missionarisleven, eerst in Afrika en daarna in Brazilië, heeft Toon in mei 2002 in aanwezigheid van Dom Sergio, medebroeders en vele gasten, afscheid genomen van zijn mensen in Maraa, voor wie hij zich uitgesloofd had gedurende 20 jaar, en die hem daarvoor hun waardering betuigden “

Voor zijn vertrek uit Brazilië schreef Toon aan zijn familie: ‘omdat ik 75 jaar geworden ben, maar ook vanwege mijn steeds slechter wordende mobiliteit, vond de bisschop het tijd worden dat ik serieus een eind moest maken aan mijn arbeidzaam leven als missionaris in de Amazonas van Brazilië. Toegegeven dat het steeds moeilijker werd om die zware taak goed te blijven vervullen, had ik toch graag in Maraa willen blijven. Helaas is dat niet voor mij weggelegd. Ik ben gehoorzaamheid verschuldigd aan mijn superieuren’ (10 december 2002).

Eenmaal terug in Nederland, werd hij jarenlang gastvrij ontvangen in het gezin van zijn neef Olaf en zijn vrouw Divanete in Tongeren in België. In september 2013 kwam hij naar Libermannhof in Gennep, om er de zorg te krijgen die hij nodig had. Het zal hem best zwaar gevallen zijn dat hij, die alles zelf besliste in zijn leven, nu afhankelijk was van de zorg van anderen. Maar de liefdevolle verzorging die hij ontving deed hem goed. Omdat het lopen moeilijk ging bleef hij veel op zijn kamer, de rozenkrans biddend en luisterend naar radio Maria. Iedere zondag was hij in de kapel om samen met de communiteit de eucharistie te vieren.

De laatste weken ging zijn gezondheid achteruit. Zijn zus Annie kwam naar Gennep om bij hem dag en nacht te waken. Hij ontving in aanwezigheid van zijn zus en medebroeders de ziekenzalving. Met zijn dood komt er een einde aan zijn bijzonder leven. Antoon bedankt. Rust in vrede.

Op zaterdag 16 december om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Antoon ten Have tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof op het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant ‘Bij Dientje’, Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk.

Namens het Provinciaal Bestuur

Martin van Moorsel

 

Contactadressen:

Mevr. A ten Have                                                                 Congregatie van de H. Geest

Meuleveldlaan 1                                                                   Spoorstraat 159         

5926 SB VENLO                                                                    6591 GT GENNEP

Share this article:

Door met lezen
321 Hits
SEPT
04
0

Klaas Hettinga

Vanmorgen 30 augustus 2017 is onze medebroeder Klaas Hettinga na een ziekbed van enkele weken in het verzorgingshuis Libermannhof vredig ingeslapen. Wij verliezen in hem een plezierige en hartelijke medebroeder, erg betrokken bij zijn familie en bij de congregatie.

Zijn kloosternaam was Aloysius, maar we kennen hem beter als Klaas. Hij werd geboren op 8 april 1932 in Bozum (Friesland) in een gezin van elf kinderen. Als jongen van dertien jaar ging hij naar het kleinseminarie in Weert, omdat zijn oudere broer Mebius al bij de Congregatie van de Heilige Geest was. In 1949 werd hem aangeraden om naar de broederopleiding in Baarle-Nassau te gaan, waar hij het postulaat en het noviciaat maakte. Na zijn professie op 8 september 1951 volgde hij een vakopleiding in de bouw. Zijn eerste baan was metselaar in Baarle-Nassau, daarna uitvoerder bij de bouw van de nieuwe refter in Gemert.

In maart 1964 vertrok hij samen met vier medebroeders naar Gabon. Het was het bekende bouwteam, waarvan Klaas de leiding had en verantwoordelijk was voor de aankoop van bouwmaterialen. In Gabon heeft dit team drieënhalf jaar gewerkt. Het eerste jaar in Libreville aan de bouw van het bisschopshuis en een gastenhuis, daarna in Lambaréné, waar hij de bekende arts Dr. Albert Schweitzer ontmoette.

Op de bouw had hij veel contact met de mensen en werd op deze manier goed ingeleid in de Afrikaanse cultuur en gewoonten. De jongens die met hem op de bouw werkten werden via de praktijk gevormd tot goede metselaars en timmerlui.

In 1968 werden ze gevraagd voor Kameroen. De bisdommen daar hadden een hele wachtlijst van uit te voeren projecten, met name gebouwen ten behoeve van onderwijs, gezondheidszorg en ook kerken. Onvoorstelbaar is het aantal bouwprojecten dat er door dit bouwteam gerealiseerd is in Yaoundé, Malmö, Etui en Nkometou. Veel zweetdruppels hebben ze daar achtergelaten. Klaas was de man die de bouwtekeningen maakte en een kostenberekening uitvoerde, zodat de omvang van het project vanaf het begin duidelijk was. Hij had niet echt een architectenopleiding gevolgd, maar leerde het vak op de steiger.

Na zeven jaar verhuisde het bouwteam in 1975 naar de Centraal Afrikaanse Republiek. Elke verhuizing naar een ander land betekende voor hen telkens weer een nieuwe Afrikaanse taal leren. Klaas heeft in de CAR vooral in de hoofdstad Bangui gebouwd en had daar ook de zorg voor de toelevering van de bouwmaterialen. In Bangui zong hij ook in een internationaal koor samen met Russen, Chinezen, Zwitsers en Nederlanders. Het was voor hem echt een vorm van ontspanning en hij beleefde er veel plezier aan.

In 1980 was hij, vanwege een ernstige ontsteking aan zijn been, in Nederland. Hij benaderde een architectenbureau in Zevenaar, waar hij een jaar lang mocht meedraaien, deels voor het bureau en deels voor zijn medebroeders in Afrika. Na een week werd hij al gevraagd om uitvoerder te worden bij een aannemer in Zeddam. Zijn tijd in Nederland heeft hij goed besteed en hij deed er veel praktische ervaring op.

Terug in de Centraal Afrikaanse Republiek werkte hij nog korte tijd aan de bouw van een watertoren in Sibut. Maar al snel werd hij samen met broeder Jan van Schaijk gevraagd om naar Nigeria te gaan om daar in Enugu voor onze Congregatie een grootseminarie te bouwen. Het koste echter een paar jaren om het inreisvisum en de nodige bouwvergunningen, kadastrale plannen en een importlicentie te verkrijgen. Klaas wilde aan de slag en kon moeilijk tegen al die tegenwerking en vertraging.  In 1984 kon de bouw eindelijk beginnen.  SIST is momenteel een prachtige katholieke universiteit met vele studenten, ook uit andere Afrikaanse landen.

In 1986 kwam Klaas vanwege gezondheidsklachten terug naar Nederland en ging wonen in onze communiteit te Berg en Dal. Hij werkte opnieuw enige tijd bij de architect in Zevenaar en ook ons woonhuis in Berg en Dal kreeg een grote opknapbeurt.  Zijn grote hobby was nog altijd  zingen. Hij werd lid van het kerkkoor van de heilige Landstichting en is daar jaren lang aan verbonden geweest.

Nadat Klaas een aantal keren in het ziekenhuis had gelegen, kwam hij voor revalidatie naar Gennep, waar hij een flatje kreeg in de Hilhorst. Toen hij meer zorg nodig had kwam hij wonen in het verzorgingshuis Libermannhof, waar zijn broer Mebius al verbleef.

Klaas zelf geeft aan een ontzettend interessant leven gehad te hebben en in staat te zijn geweest heel veel mensen een dienst te bewijzen. Hij had veel en gemakkelijk contact met mensen. Hij heeft er nooit spijt van gehad dat hij voor de missie gekozen heeft; alleen had hij graag nog wat meer jaren in Afrika doorgebracht. Maar indirect heeft hij zich ook in Nederland kunnen inzetten voor de missie.

 

Het laatste half jaar kreeg hij meer lichamelijke klachten en ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Tijdens de retraite in juni heeft hij in de eucharistieviering samen met andere medebroeders de ziekenzalving ontvangen. Daarna kwam hij steeds minder van zijn kamer en de laatste week bracht hij door op zijn bed. Vanmorgen op 30 augustus is hij rustig ingeslapen. Zijn familie en zijn medebroeders verliezen in hem een diep religieus mens, altijd dienstbaar, prettig in de omgang en met een grote dosis humor. We zullen hem erg missen. Dank je Klaas, voor wie je was en voor wat je voor ons deed. Rust in vrede.

 

We zullen afscheid van hem nemen op zaterdag 2 september om 11 uur in een plechtige Eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding Kerkstraat 2 te Gemert. Vanaf 10 uur is hij opgebaard in de kerk. Na de viering zal de begrafenis plaatsvinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Er is parkeergelegenheid achter de kerk, bereikbaar via de rondweg. Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk.

                                                                                                                                                                                                                                                                                     M. van Moorsel CSSp

Correspondentieadressen:

Mevr. S. Hettinga                                                                  Congregatie van de H. Geest

S.P. Hoytemastrjite 6                                                            Spoorstraat 159

8491 GZ AKKRUM                                                                 6591 GT GENNEP

 

 about:blank

Share this article:

Door met lezen
415 Hits
Ga naar boven