JULI
31
0

Koos van der Pauw

 

 

Zondag 29 juli 2018, vroeg in de ochtend, is onze medebroeder Koos van der Pauw in zijn slaap rustig overleden. Zaterdagmorgen was hij op zijn kamer gevallen. In de namiddag heeft Koos nog samen met zijn medebroeders van Libermannhof thee gedronken, waarna hij naar bed is gegaan, omdat hij zich niet goed voelde. De dokter constateerde koorts, maar kon de oorzaak niet vinden. Koos is rustig gaan slapen en niet meer wakker geworden.

Geboren in Rotterdam heeft hij heel zijn leven de pijnlijke herinnering aan het bombardement van zijn stad meegedragen.

Gedurende zijn jeugd is hij geen misdienaar geweest, maar hij was wel een trouw lid van het jongenskoor van zijn parochie.

In september 1940 ging Koos naar het seminarie van de Paters van de H. Geest in Weert. In 1943 maakte hij in Rotterdam de verschrikkelijke hongerwinter mee. In augustus 1944 gaat hij weer terug naar Weert. Na de voltooiing van de zes jaar durende studie begint hij het noviciaat in Gennep. Daar kreeg hij last van  een pijnlijke ooraandoening, waarmee hij heel zijn verdere leven heeft moeten leven.

Zijn eerste professie doet hij op het grootseminarie in Gemert op 27 februari 1949. Hij was toen al begonnen met de filosofiestudie. Op 19 juli 1953 ontvangt hij de priesterwijding. Dat is dit jaar juist 65 jaar geleden. Hij heeft dit feit in stilte herdacht en was blij met het bezoek van de vele confraters, die hem kwamen feliciteren.

Zijn eerste benoeming was voor Libreville (Gabon), waarvoor hij zelf zijn voorkeur had uitgesproken. Met veel enthousiasme vertrok hij om zijn missieleven te beginnen. In Gemert had Koos zes jaar tussen zijn medebroeders geleefd, die hem kenden en hem waardeerden zoals hij was, soms wat moeilijk in de communicatie. De eerste tijd in de missie krijgt de missionaris te maken met een volledige omschakeling: andere taal, andere gewoonten, ander klimaat en nieuwe medebroeders. Koos werd benoemd voor de missie Makokou. Hij schrijft in 1956: “Het is een gebied uitgestrekt over 450 km2 met 9.000 katholieken op een bevolking van 27.000. Het klimaat is aangenaam. Er is veel werk. Ik moet woekeren met mijn tijd om de inlandse taal te leren.”

Er waren soms wat spanningen in het communiteitsleven. Bovendien kreeg hij steeds meer last van een middenoorontsteking in het linkeroor en ook het rechteroor functioneerde niet goed. In januari 1957 komt Koos naar Nederland en na een goede rustperiode wordt hij benoemd voor de Pastoor van Arsparochie in Delft. Aan zijn verzoek om benoemd te worden voor Brazilië wordt eind 1959 gehoor gegeven. Op 17 januari 1960 rijdt hij met de bisschop van het diocees Divinopolis naar een klein stadje Perdigão en wordt daar geïnstalleerd als pastoor van de parochie “Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid”. De mensen ontvangen de nieuwe jonge pater met enthousiasme. De parochie zat al een tijd zonder priester. Dat Koos nog niet de Braziliaanse taal beheerste was geen probleem. Hij kon beginnen met het afbouwen van de kerk. In het binnenland ontdekte hij al gauw dat het drinkwater slecht was. Hij bracht de mensen bij elkaar om daarover te praten, om waterputten aan te leggen en om voor gefilterd water te zorgen.

Koos zag dat de schoolkinderen na het vierde leerjaar op straat stonden. Daar moest iets aan gedaan worden. Koos stichtte en bouwde niet alleen een college, maar haalde van ver ook onderwijzers. Daarvoor gebruikte hij zijn Jeep die tegen de slechte wegen met veel gaten opgewassen was. Hij stichtte ook een school voor de opleiding van onderwijzeressen. Dat alles had grote positieve gevolgen voor geheel die streek.

Koos had door zijn sociaal optreden de harten van de mensen al gauw gewonnen. Toen ze hoorden dat hij naar een andere parochie overgeplaatst zou worden, werd er spontaan een commissie gevormd, die met Pater Paulo, de principaal, ging praten om de beslissing terug te draaien en met goed resultaat. Toen pater A. de Winter, provinciaal overste van de Nederlandse Provincie, in de week na Pasen van 1965 Perdigão bezocht, zei hij na afloop: “Nu ik dit gezien heb, geloof ik in wonderen.”

Tijdens de viering van het diamanten priesterjubileum van Koos zei Pater A. Gruijters: “Gedurende 45 jaar is Koos in Brazilië wijngaardenier en rank geweest, innig verbonden met de wijnstok.”

In 2004 nam Koos de beslissing terug te keren naar Nederland. Bij een voortdurend muziekgeruis in de oren kreeg hij ook  nog problemen aan de urinewegen. Daarvoor onderging hij twee ingewikkelde operaties met helaas niet het gewenste resultaat. Gezondheidsproblemen hebben het leven van Koos getekend tot het einde van zijn leven toe. Hij sprak daar wel over maar het waren geen klaagzangen. Hij onderging alles met een buitengewone aanvaarding en overgave tot het einde toe. Hij erkende vaak zijn fouten en gebrek aan geduld, maar herhaalde met overtuiging: Ik heb mijn best gedaan.

Met veel bewondering zijn wij de getuigen geweest van het geloof, het vertrouwen en de volharding van Koos en daarvoor danken we hem van harte.

Op zaterdag 4 augustus om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Koos van der Pauw tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Vanaf 10.00 uur is hij daar opgebaard en is er gelegenheid voor een laatste groet. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel in het restaurant ‘Bij Dientje’,  Kerkstraat 9, Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

Namens het Provinciaal Bestuur,

G. Hogervorst CSSp

 

Correspondentieadressen:

Fam. L. Badouse                                                                       Congregatie van de H. Geest

Neulstraat 36                                                                           Spoorstraat 159

5492 DC St. Oedenrode                                                            6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
29 Hits
JULI
02
0

Geert Jansen

Op 16 juni 2018 is onze medebroeder Geert Jansen na een kort ziekbed maar na wel een lange lijdensweg rustig ingeslapen.

Geert is geboren in Terwolde op 4 juni 1929. Na de lagere school volgde hij de ulo, die hij van wege de oorlog niet heeft kunnen afmaken. In 1946 gaat hij naar de kweekschool in Hilversum en behaalt daar in 1950 zijn diploma als onderwijzer. Na in 1960 een artikel gelezen te hebben over het late-roepingen seminarie “De KIBO” in Hattem neemt hij het besluit contact op te nemen met de toenmalige overste aldaar. De wens om priester en religieus te worden leefde al langer bij Geert, maar hij durfde er niet eerder voor uit te komen. Ook al beseft hij dat het hem veel zal kosten, toch besluit hij zijn baan aan de basisschool in Hengelo op te zeggen om  in september 1960 zijn studie bij de congregatie van de heilige Geest op de KIBO in Hattem te beginnen. Bij gebrek aan onderwijzers maar ook bij afwezigheid door ziekte werd Geert daar van tijd tot tijd gevraagd om in te vallen.

Op 15 augustus 1962 begint hij zijn noviciaat in Gennep en legt een jaar later zijn professie af, waarna hij naar Gemert gaat voor zijn hogere studies. Tegen de zin van het algemeen bestuur van de congregatie wordt er in Gemert besloten, dat één jaar filosofie voor Geert wel voldoende is en op deze manier kan hij dus eerder aan zijn theologieopleiding beginnen. Op 10 september 1967 ontvangt hij in Gemert de priesterwijding, terwijl hij vanaf één augustus van dat jaar officieel door Monseigneur Bluyssen benoemd was als godsdienstleraar op het Dr. Knippenbergcollege te Helmond. Daar geeft hij een jaar les en vertrekt in juli 1968 naar Weert. Daar vindt hij eerst een parttimebaan op de mavo in Nederweert, later gevolgd door een volledige baan in maatschappijleer en geschiedenis op het bisschoppelijk college te Weert. Bij de buitenschoolse activiteiten was hij altijd actief betrokken.

In de weekenden deed hij de eucharistieviering bij de zuster Ursulinen en de broeders van St. Louis. In de schoolvakanties echter was Geert pastor op verschillende campings. Hij hield van kamperen en op de campings was hij een luisterend oor bij wie veel campinggasten op verhaal kwamen. Ook kwamen mensen die zich in hun parochiekerk niet meer thuis voelden naar de door Geert georganiseerde vieringen op de camping. Hij hielp daar mee vakantie-activiteiten te organiseren. Buiten het pastorale werk op de camping werd hem ook gevraagd om huwelijken in te zegenen, kinderen te dopen en voor te gaan in uitvaarten. Ieder jaar op de laatste zondag op de camping nodigde Geert een medebroeder van hem, die uit de missie op vakantie was, uit om met hem mee voor te gaan. De opbrengst van de collecte van die dag was dan voor de missie van die medebroeder.

In 1987 maakt hij gebruik van de uittredingsregeling, waar hij enkele jaren daarna van zegt: “Dat is een goede beslissing van mij geweest, want zo kreeg ik meer tijd voor Sluis13 (een kleine katholieke gemeenschap op de grens van Limburg en Brabant) en heb ik het risico vermeden dat ik in deze hectische tijd als leraar overspannen thuis zou komen zitten.”  Hij besteedde veel tijd aan de kleine gemeenschap van Sluis13 en wist hen zo te motiveren, dat toen de school, het hart van die gemeenschap, in 1992 op gezag van het ministerie moest verdwijnen, er door vrijwilligers een gemeenschapshuis voor in de plaats is gekomen.

In diezelfde tijd kwam Geert een dag in de week naar Gemert om daar te werken op de Missie Informatie Dienst. Aan zijn activiteiten kwam tamelijk abrupt een einde, toen bij hem darmkanker werd geconstateerd. Een zware operatie volgde. Geert moest niet alleen leren leven met een stoma, maar heeft daarnaast jarenlang last gehad van verkleving in de darmen. Gelukkig is dit goed gekomen, al moest hij zich strikt houden aan een streng dieet. Zijn zelfstandig wonen moest hij vanaf die tijd opgeven en zijn intrek nemen bij de communiteit aan de Coenraad Abelsstraat.  Met deze communiteit verhuisde hij in 2011 naar Gennep.

Geert was een echte medebroeder, op wie je, als hij vrij was, nooit tevergeefs een beroep deed. Wanneer het in Weert spaak liep in de huisorganisatie, zag hij dat en hielp meteen om het op te lossen. Hij maakte schoon, ruimde sneeuw, deed boodschappen, deed de afwas, zorgde voor de tuin, maar vooral ook zorgde hij voor de zieken en bezocht hen in het ziekenhuis.

Hij had oog voor de natuur en op zijn appartement stonden in een vaasje prachtige herfstblaadjes, waar hij je op wees, wanneer je bij hem kwam. Een week geleden kon hij nog genieten van twee eekhoorntjes, die kwamen drinken in het prieeltje, dat de laatste tijd zijn favoriete plek was, wanneer het weer het toestond.

Begin deze maand heeft hij tegen zijn gewoonte in zijn verjaardag gevierd met zussen, broers en aanhang. Hij heeft ervan genoten, al was hij daarna enkele dagen verschrikkelijk moe. Het is een afscheid geweest, want Geert voelde dat het einde van zijn leven niet ver meer weg was.

Iedereen in zijn omgeving zag dat einde aankomen, maar bij Geert wist je het nooit, want vorig jaar op deze tijd, dachten we dat ook al. Geert bleef zo veel mogelijk met alles mee doen, al werd het lopen sloffen en de rollator een rolstoel. Iets waar hij verschrikkelijk veel moeite mee had. Donderdag moest hij de strijd opgeven, maar zijn humor verloor hij niet.

Zijn familie verliest een betrokken en geliefde broer en oom. Wij verliezen in hem een humorvol, betrokken, geliefde en trouwe medebroeder.

Namens het provinciaal Bestuur

Koos Gordijn

 

Contactadressen:

Fam. P.Schöer-Jansen                                       Congregatie van de H.Geest

Herman Linnebankhof  6                                    Spoorstraat 159 

5402 WG Uden                                                 6591 GT Gennep        

 

Share this article:

Door met lezen
52 Hits
MEI
17
0

Ted Rutjes

Op 10 mei 2018 om 18.40 uur is Ted rustig ingeslapen. Het ging al lange tijd niet goed met Ted, zijn gezondheid was erg wisselend. Na een bezoekje aan hem kwam de een terug met de opmerking: “Hij zal het niet lang meer maken“, terwijl een ander die hem twee uur bezocht, zei: “Theo (want zo noemden de meesten van ons hem) zat weer achter de computer een spelletje te spelen en zat weer volop grappen”. Dit was de situatie gedurende de laatste maanden, maar eergisteren zei hij: ”Ik geef het op, het gaat niet meer.” en vroeg of er van nu af aan bij hem gewaakt kon worden. Na een lange strijd is er aan zijn leven en zijn leed een einde gekomen.

Ted werd geboren op 13 januari 1925 te Duisburg in Duitsland. Als schipperszoon heeft hij de lagere school op verschillende plaatsen doorlopen. Zijn ULO diploma haalde hij in Rotterdam. Daarna wilde hij naar de MTS, maar de dienstplicht en het uitbreken van de oorlog maakte dat onmogelijk. Na de oorlog besloot hij om voor priester te gaan studeren en in 1945 begon hij zijn studies in Uden. Met enkele anderen kreeg hij daar een ‘stoomcursus’ latijn en grieks om na twee trimesters te worden toegelaten tot het tweede jaar. In 1950 wilde hij zijn noviciaat maken bij de Jezuïeten, maar hier werd hij niet aangenomen. Hij koos er toen voor om missionaris te worden en deed zijn aanvrage bij de Congregatie van de heilige Geest. Op 6 september 1950 begon hij zijn noviciaat in Gennep. Zijn hogere studies maakte hij in Gemert en werd daar op 15 juli 1956 door Monseigneur Kramer OFM tot priester gewijd. Hij kreeg een benoeming voor het toenmalige Belgische Kongo en men raadde hem aan een jaar de koloniale school in Brussel te volgen. In 1958 vertrok hij naar de Kongo en werd in Lokandu kapelaan van de parochie en directeur van de lagere school. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar Kindu, waar hij dezelfde functies kreeg. In 1964 keert hij weer terug in Lokandu, waar hij nu overste wordt en directeur van het klein seminarie, dat hij daar zelf opricht.

Helaas verloopt de overgang naar onafhankelijkheid in Kongo niet op vredige wijze en wordt Ted in 1964 met nog twintig collega-missionarissen door rebellen gevangen genomen. Na doodsbedreigingen vanwege de acties van het nationale leger, werden zij na een week onverwachts door dat nationale leger bevrijd. Hen werd aangeraden zo snel mogelijk het land te verlaten.

Terug in Nederland kwam hij in Rhenen terecht en werd hij benoemd tot propagandist.

In 1965 kan hij weer terug naar de Kongo en werkte er dan achtereenvolgens in Kindu, Kibombo en Tokolota.

In 1996 besluit Ted definitief naar Nederland terug te keren en verblijft eerst in Gemert en daarna op een flatje in Gennep, waar hij zo lang hij het kan, hij hand- en spandiensten verricht voor ieder, die een beroep op hem doet.

Zolang als zijn gezondheid het hem toelaat, gaat hij ieder jaar naar de “Kongolodag” in Gentinnes (België). Aan zijn verblijf in Kongo heeft hij goede contacten en vriendschappen overgehouden met onze Belgische medebroeders, die hem dan ook regelmatig in Gennep komen opzoeken.

Wanneer het moeilijk voor hem wordt om zelf voor zijn broodmaaltijden te zorgen, verhuist hij naar Spiritijnenhof. Na enkele dagen is hij echter weer terug op zijn flat, want in Spiritijnenhof vindt hij het veel te koud. Ted hield van warmte.

Wanneer zijn gezondheid verder achteruit gaat en hij meer zorg nodig heeft, verhuist hij naar de Libermannhof, waar hij een appartement krijgt aan de zonkant en een verwarming heeft, waarvan hij zelf de knoppen kan bedienen.

Ted was kritisch, maar niet op een vervelende manier. Hij was kritisch op de gang van zaken in Libermannhof, want alles veranderde zo maar. Hij kon kritiek hebben op het personeel, maar had hele goede banden met hen. Zijn humor heeft hij behouden tot bijna de laatste dag. Het was dan ook geen kruis om bij hem op bezoek te gaan en bezoek kreeg hij dan ook tamelijk veel. Soms vond hij het zelf wat te veel en te vermoeiend.

Zo lang hij kon, nam Ted deel aan onze bijeenkomsten, als ze maar niet te lang duurden. Want dan kon hij wel eens in slaap vallen. Van de Nederlandse spiritijnen zal Ted degene zijn die de meeste “spiritijnse maanden” heeft meegemaakt en dat niet alleen maar, omdat hij wel van reizen hield. Hij wilde op de hoogte blijven en kritisch de ontwikkelingen in de congregatie en in de kerk blijven volgen.

Wanneer een medebroeder  overleed, die jonger was dan hij, dan vond hij dat ze hem voorkropen, maar in feite kon Ted zelf het leven ook maar moeilijk loslaten. Ted was nooit een grote eter geweest, zeker wat de warme maaltijden betreft, maar de laatste weken viel hem dat nog zwaarder en vermagerde hij wel heel erg. Hij was op, vandaar dat hij het wel op moest geven.

Wij verliezen in Ted een heel prettige humoristische medebroeder en zijn neven en nichten een prettige, plezierige oom.

Op woensdag 16 mei om 11.00 uur nemen we afscheid nemen van pater Ted Rutjes tijdens een eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert.

Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in die kerk. Na de viering zal de begrafenis plaats vinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

Er is parkeergelegenheid naast de kerk, bereikbaar via de rondweg.

Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9 te Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

                                                                                                                                                                J.Gordijn CSSp.

Correspondentieadressen

Dhr. J. Hendriks, Groenestraat 8, 6911 KV Pannerden       

Congregatie van de H. Geest, Spoorstraat 159, 6591 GT  Gennep                                          

Share this article:

Door met lezen
94 Hits
APR
05
0

Gerard Hogema

Geheel onverwachts is vandaag, 31 maart 2018, een dierbaar familielid, een medebroeder en vriend van ons heengegaan. Een val in de badkamer enkele dagen geleden is Gerard Hogema fataal geworden. Niemand dacht er toen aan dat we op Goede Vrijdagavond hem in het ziekenhuis te Helmond het sacrament der zieken zouden toedienen. Hij heeft dit ziekensacrament nog heel bewust meegemaakt. Enkele uren later is hij in het bijzijn van enkele familieleden en vrienden vredig ingeslapen.
Gerard is geboren op 10 december 1929 in Amsterdam, in een gezin met 7 kinderen. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1946 op 17-jarige leeftijd naar het Missiehuis in Weert. Hij koos voor de Congregatie van de H. Geest, omdat hij priester-missionaris wilde worden om in de binnenlanden van Afrika of Brazilië te kunnen gaan werken. Een van zijn leraren herinnert zich Gerard ‘als een rustige serieuze leerling, maar betwijfelt of hij het altijd eens was met de visie van zijn leraren. Een van zijn hobby’s was toneelspelen’. Na een jaar noviciaat deed hij in 1953 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 21 september 1958 ontving hij daar de priesterwijding. Een jaar later kreeg hij als enige van zijn klas een benoeming voor Nederland. Het was voor hem een bittere pil, maar de gelofte van gehoorzaamheid was er om haar gestand te doen. Gerard schikte zich in zijn lot en begon aan zijn missie in Nederland. ‘Uit aanvaarding spruit overgave voort’, zal hij bij zijn 50-jarig priesterfeest zeggen. Twee jaar was hij secretaris van de provinciaal, daarna zeven jaar leraar op ons seminarie voor late roepingen in Hattem. In 1968 ging zijn wens in vervulling om in de directe parochiepastoraal werkzaam te mogen zijn. Hij koos toen voor het bisdom Haarlem en was daar achtereenvolgens werkzaam als kapelaan in Heiloo en Beverwijk en vanaf 1976 pastoor in Zaandam. Toen hem in 1984 door het provinciaal bestuur gevraagd werd om naar Gemert te komen in de parochie Gemert-kern met speciale aandacht voor de Gerardus parochie, zal dat voor hem best een moeilijke beslissing geweest zijn, want in Zaandam moest hij een bloeiende en goed georganiseerde parochie achterlaten. Hij was eraan verknocht en de parochianen zagen hem node gaan. Zijn motto ‘Kerk, wij samen’ had hij er met verve in praktijk gebracht. In Gemert maakte hij deel uit van een pastoraal team, samen met Thei Goossens en Guus Biemans. Hij was een weloverwogen parochiebestuurder en een kritische meedenker. In 1988 werd hij deken van het dekenaat Gemert en werd zo ook een tussenschakel in de relaties met het bisdom. Van Gerard mogen we wel zeggen dat hij zich in al de jaren van zijn pastoraat in Gemert met hart en ziel heeft ingezet en zich ten volle gegeven heeft aan zijn taak. Hij slaagde er niet alleen in goed in te burgeren in de parochie maar eveneens in de Gemertse gemeenschap. Hij had aandacht en zorg voor het vormgeven aan waardige en aansprekende liturgische vieringen, stuurde pastorale werkgroepen aan, bezocht zieken, verzorgde stervensbegeleiding, besteedde aandacht aan scholen en verengingen, nam het moderatorschap op zich van de scouting, de NCB-afdeling Gemert en van het zieken-triduüm. Zijn goed ingeburgerd-zijn in
het Gemertse blijkt uit zijn gewaardeerde humorvolle toespraken en preken bij gelegenheid van Gildefeesten en de jaarlijkse carnavals-mis.
Gerard was een pastor tussen de mensen, ieder had het recht om zichzelf te zijn. Gerard had zo zijn eigen ideeën, maar hij gunde een ander ook zijn of haar ideeën, zolang er maar uitgegaan werd van wederzijds respect
Gerard had ook 34 jaar lang een belangrijke nevenfunctie: hij was reserveaalmoezenier bij de landmacht. Dat hield in dat hij tweemaal per jaar opgeroepen werd voor een bivakoefening, meestal 3 weken in Duitsland. Eerst als kapitein, later als majoor vervulde hij de taken die een geestelijk verzorger in het leger ten deel vallen. Hij ging voor - soms samen met een dominee - bij kerkdiensten, was bedienaar van de sacramenten voor de manschappen en hun geestelijk vertrouwensman. De contacten met zijn ex-collega’s hield hij aan. Jarenlang ging hij wekelijks getrouw vanuit Gemert nog naar Amsterdam om er met de veteranen een potje volleybal te spelen.
In 2011, op 71-jarige leeftijd, ging hij met emeritaat, dat wil zeggen dat hij in betrekkelijke rust van zijn nadagen ging genieten. Hij ging wonen in Bakel, vanwaar hij aanvankelijk nog regelmatig assistenties verleende in de buurtparochies. De laatste jaren was hij een trouw en actief lid van de Kapelgroep Gemert. Maar ook op sociaal gebied bleef hij zich inzetten. Zo heeft hij menig vluchteling en asielzoeker met voldoening Nederlandse taalles gegeven.
De laatste jaren nam zijn gezondheid zienderogen af. Zijn gezichtsvermogen ging steeds verder achteruit. Hij moest zijn auto laten staan, wat hem zeer zwaar viel. Ook het lopen ging steeds moeilijker. Maar gelukkig wist hij zich omringd door vele goede vrienden die hem meer en meer bijstonden en hielpen op velerlei gebied. Dankzij hun hulp kon aan zijn wens om in Bakel te blijven wonen voldaan worden. Hij liet de laatste paar dagen van zijn leven wel merken hoe blij en erkentelijk hij iedereen daarvoor was. Maar te snel en geheel onverwachts hebben we afscheid moeten nemen van een dierbaar en hartelijk familielid, van een humorvolle medebroeder en een zeer gewaardeerde en sympathieke vriend.
Met zijn overlijden komt er een einde aan dit bijzonder leven. Gerard bedankt. Rust in vrede.
U kunt afscheid van Pastor Hogema nemen op donderdag, 05 april van 18.15 uur tot 19.00 uur in “Residence Waterhof” ’t Hoogh Huys 3 te Gemert.
De Plechtige Uitvaart wordt gehouden op vrijdag, 06 april om 11.00 uur in de kerk St. Jan Onthoofding te Gemert (Kerkstraat) waarna we Gerard te rusten zullen leggen op het kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in de kerk.
Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant “Bij Dientje” Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk. Er is parkeergelegenheid achter de kerk (bereikbaar vanaf de Rondweg) of op de Kasteellaan.

Namens het Provinciaal Bestuur
Martin van Moorsel CSSp

Contactadressen:

Fam. Kroon-Hogema    -    Waalstraat 94.11    -    1079 EB Amsterdam   

Congregatie van de H. Geest    -    Spoorstraat 159    -    6591 GT Gennep                                       

Share this article:

Door met lezen
172 Hits
DEC
15
0

Henk Peters

In de ochtend van 14 december 2017 is om 8.00 uur vrij onverwachts onze medebroeder pater Henk Peters overleden. Dat zijn overlijden op handen was, wist Henk en daar was met hem heel open over te spreken. Toch kwam het overlijden nog onverwachts. Eind april had Henk een zware hartaanval gehad. Toen is er met hem ook gesproken over longkanker, maar de artsen wilden deze in verband met zijn zwakke gezondheidstoestand niet behandelen, daar deze kankerinfectie maar langzaam groeide. Gisterenochtend is Henk rustig ingeslapen.

Henk werd op 18 juli 1928 geboren in Hilversum als oudste in een katholiek gezin. Zijn vader zag in hem een mogelijke opvolger in zijn fabriek in houtwaren, maar Henk wilde missionaris worden. Daarom ging hij in 1940 naar ons kleinseminarie in Weert.

Op 5 september 1949 legde hij in Gennep zijn eerste professie af, waarna hij zijn hogere studies begon in Gemert. Daar werd hij op 18 juli 1954 door Mgr. de Lange, bisschop van Tefè (Brazilië), tot priester gewijd. Een jaar later kreeg hij zijn benoeming voor Gabon. Hij had graag naar het bisdom Tefé gegaan, maar vanwege zijn zwakke gezondheid durfde hij dat niet aan te vragen. Hij koos voor Gabon vanwege de Franse taal, maar ook omdat daar weinig Nederlandse paters werkten en omdat dit land het eerste missiegebied was van onze congregatie.

Hier heeft hij zijn talenten ten volle kunnen gebruiken en terugkijkend op zijn leven, zei hij dan ook, dat dit zijn mooiste tijd was geweest. Hij kwam te werken op een afgelegen missiepost. Het leek een beetje het einde van de wereld. Hij kreeg de opdracht om de taal van dat volk op schrift te stellen. Hij moest een woordenboek maken van die taal naar het Frans. Voor hem sneed het mes aan twee kanten: hij leerde die inlandse taal, maar ook zijn Frans werd er beter van.  Toen het gebruik van de inlandse taal werd toegestaan, moest hij ook de liturgische teksten in die taal vertalen en de liturgische gezangen schrijven.  Zijn muzikale aanleg heeft hij hierbij goed kunnen gebruiken. Kennelijk heeft hij daarnaast ook de inlandse gebruiken goed bestudeerd en kon daardoor met enkele aanpassingen in  bestaande liederen enkele inlandse gebruiken kerstenen.  Hij perfectioneerde ook de catechistenopleiding.

Met een onderbreking van een jaar in Parijs, waar hij aalmoezenier is geweest van Franssprekende buitenlandse studenten, heeft Henk tot mei 1971 in Gabon mogen werken.

Oververmoeid keerde hij met een filariasis infectie terug naar Nederland. Hij werd behandeld in het tropeninstituut in Amsterdam, maar kreeg er wel te horen, dat het vanwege zijn gezondheid beter voor hem was niet meer naar Gabon terug te keren. Dit kwam hard aan bij hem, vooral ook omdat hij  maar moeilijk kon wennen in Nederland. Hij volgde een pastorale training voor teruggekeerde missionarissen bedoeld als een kerkelijke inburgering.

In de veronderstelling dat hij terug zou gaan naar Gabon, had hij zijn intrek genomen bij het gezin van zijn broer, waar hij graag wilde blijven wonen, zonder  financieel afhankelijk van hen te zijn of zoals hij zelf zei: ik wil geen extra kostganger voor mijn broer zijn.  Hij werd al snel catecheet op het Ignatiuscollege, maar solliciteerde later op het St. Vituscollege in Bussum om de moderator te vervangen. En al viel dat niet mee, de leerschool, die hij kreeg door te wonen in een opgroeiend gezin, heeft hem veel geholpen. In de weekenden bood hij zijn diensten aan in de parochie van Naarden.

In 1979 ging hij werken in het Lloyd Hotel, een huis van bewaring voor minderjarigen. Over zijn aanwezigheid daar en zijn omgang met deze jongeren kon hij enthousiast spreken. Dit werk leek hem veel beter te liggen.

Toen er in de parochie van Naarden voor de vertrekkende pastoor niet direct een opvolger was, ging hij enkele maanden wonen op de pastorie, maar niet met de bedoeling om daar  pastoor te worden. Dat is er uiteindelijk met instemming van het gezin van zijn broer toch van gekomen. Als zij neen hadden gezegd, dan zou hij het niet aangenomen hebben. Allen kijken ze met veel voldoening terug op die tijd en kunnen er smakelijk uren over vertellen. Henk zelf is vol lof over wat zijn schoonzus daar allemaal deed en bereikt heeft. Hij heeft er de onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau gekregen, dus niet alleen zijn schoonzus maar ook hijzelf zal daar werk verzet hebben, dat gewaardeerd werd.

Wat ook  mag blijken uit het feit, dat hem in 2013 aangeboden werd om, wanneer hij daar belangstelling voor had, bijgezet kon worden in het priestergraf te Naarden.

Op 26 maart 2000 nam Henk en zijn familie afscheid van de parochie en de pastorie en verhuisden naar Hengelo om te gaan genieten van een welverdiende rust. Zolang hun gezondheid en mobiliteit het toe lieten, verbleven zij gedurende de wintermaanden in Spanje, waar ze zelfs te zien waren met tennisbal en racket.

Lange tijd bleef Henk de gezondste van de drie, ook al kwamen er langzaamaan steeds meer klachten. Auto rijden ging nog, maar dan niet al te ver. Ook daar kwam helaas een einde aan. Henk raakte aan de sukkel, kwam in het ziekenhuis terecht met hartklachten, maar vanwege een toen al aanwezige longtumor durfden ze hem niet te opereren.  Na de hartaanval in mei van dit jaar was het duidelijk, dat zijn gezondheid niet alleen snel achteruit ging, maar ook dat zijn overlijden niet ver meer weg kon zijn, al hoopte hij zelf nog wel nog negentig jaar te kunnen worden. Dat is hem niet gegeven.

We verliezen in Henk een medebroeder en pastor die heel zijn leven missionair en pastoraal betrokken was. Henk bedankt en rust nu in vrede.

 Wij zullen van Henk op donderdag 21 december om 11.00 uur in de Sint-Vitus Kerk te Naarden (Turfpoort straat 3 1411 ED) afscheid nemen in een eucharistieviering, waarna we hem bijzetten in het priestergraf op de R.K. begraafplaats St. Vitus te Naarden.   

                                                                                                                                                               J. Gordijn

 

Correspondentieadressen:

Fam. H. Peters                                                                    Congregatie v.d. H. Geest

Willy Albertistraat 13                                                            Spoorstraat 159

7558 ZZ Hengelo                                                                 6591 GT Gennep

 

 

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
426 Hits
Ga naar boven