Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /home/pvhs346941/domains/missie-geest.nl/public_html/components/com_easyblog/views/categories/view.html.php on line 145
AUG
05
0

Jo van den Wildenberg

 

 

Zondagavond 28 juli 2019 is pater Jo van de Wildenberg, na een relatief kort ziekbed, in het zorgcentrum “Libermannhof” te Gennep, op de gezegende leeftijd van 89 jaar, rustig ingeslapen.

Jo werd geboren op 28 februari 1930 in Soerendonk in een gezin met negen kinderen. In september 1945 meldt Jo zich aan op het Missiehuis van de “Franse Paters” in Weert, want hij wil missionaris worden. Jo toont zich daar een onopvallend, prettig in de omgang en sportief student, die zonder veel problemen de studies van het kleinseminarie doorloopt. In 1951 stroomt hij dan ook door naar het noviciaat in Gennep en wordt zes jaar later, op 28 juli 1957, op het kasteel in Gemert priester gewijd. Op 11 juli 1958 krijgt hij zijn benoeming voor de missie: het wordt Oubangui-Chari, de huidige Centraal Afrikaanse Republiek.

Op 1 maart 1959 scheept Jo zich in Antwerpen, samen met zijn collega Joop Rietbergen die voor Kameroen benoemd is, in op de ENAREN, een Zweedse vrachtboot, voor een reis van 37 dagen met bestemming Douala. Vanuit Douala wordt de reis vervolgens “per autostop” voortgezet, verder het binnenland in, in de richting van Bangui en Bangassou., zodat hij uiteindelijk op 29 april 1959 in Alindao aankomt, de missie waar hij voorlopig zijn tent kan opslaan. In Alindao treft hij een geheel Nederlandse bezetting aan (Clemens Bergsma, Freek van de Bijllaardt en Norbertus Verbeek) en Jo voelt er zich meteen thuis.

Hier in Alindao begint voor Jo de echte inburgeringsperiode: het leren van de inlandse taal, de aanpassing aan cultuur en volk, enz. Hoewel het voor Jo een geheel vreemde wereld is, schijnt hij er niet veel moeite mee te hebben om hierin zijn weg te vinden. Hier ontpopt hij zich als een echte pastor, een man die dicht bij de mensen wil staan en openstaat voor hun leefwereld en hun alledaagse problemen. Door deze houding zal heel zijn missionarisleven getekend worden.

Jo schijnt zich al snel voldoende ingewerkt te hebben om zelfstandig de verantwoordelijkheid voor een missiepost op zich te nemen. In 1961 treffen wij hem aan in Kembe, een missie die nog helemaal in de opbouwfase verkeert. Er is nog geen behoorlijk onderdak voor de paters en Jo woont provisorisch in een klaslokaaltje. Alles moet nog georganiseerd worden en dat heeft zo veel van zijn gezondheid gevergd dat hij in 1965 vermoeid, ziek en sterk vermagerd naar Nederland is moeten terugkeren voor medische verzorging en rust. Als het weer wat beter gaat volgt hij in het schooljaar 1966-67 een catechese cursus in Parijs, waarna hij gedurende twee jaar godsdienstleraar wordt op het kleinseminarie in Weert. Zijn gezondheid heeft intussen de tijd gehad zich te herstellen en Afrika begint weer aan hem te trekken. In 1969 is Jo dan ook weer terug in Alindao om in 1970 benoemd te worden tot pastoor van de kathedraal in Bangassou. Hier heeft Jo ongetwijfeld zijn mooiste jaren beleefd. Vrij van materiele zorgen kon hij zich helemaal aan de pastoraal wijden in de verschillende wijken van de stad en in de dorpen rondom, waar iedereen hem kende en hij praktisch ook iedereen thuis kon brengen. Een jongere uit de wijk verwoordde dit eens aldus: “Niet alleen de mensen, maar ook alle honden in de wijken kennen pater Jo”.   In totaal heeft Jo 22 jaar in Bangassou en in de omliggende dorpen mogen werken. In meerdere dorpen heeft hij samen met de dorpelingen kerkjes en schooltjes gebouwd en waterbronnen gezuiverd en toegankelijk gemaakt. De samenwerking met bepaalde protestantse kerken heeft hij erg bevorderd.

Als in 1988 een Afrikaanse priester het werk van Jo in Bangassou overneemt, keert Jo weer terug naar Alindao, om zeven jaar later weer naar Kembe te gaan, waar in de voorbije jaren een mooie missie verrezen is. Om zijn verblijf in de Centraal Afrikaanse Republiek af te sluiten keert Jo in 2000 toch weer terug naar de kathedraal van Bangassou om in 2004 definitief afscheid te nemen van Afrika en terug te keren naar Nederland. Hij neemt zijn intrek in het oude kasteel van Gemert, dat hij nog terug kent uit zijn jeugdjaren en zijn laatste negen jaren brengt hij door in onze communiteit van Gennep.

Als wij aan Jo denken dan komt het beeld van een missionaris in ons op, een gezondene, een reiziger, een man onderweg, niet opgejaagd of gehaast, maar iemand die tijd heeft, een luisterend oor heeft voor medeweggebruikers: geen geweldenaar, geen krachtpatser, maar een bescheiden mens van vrede en verzoening die het geknakte riet niet zal breken.

 Wij zijn dankbaar deze mens van nabij te hebben mogen kennen.

Zijn voorbeeld blijft voortleven in ons hart.

Vol vertrouwen geven wij hem nu over in de handen van de barmhartige Heer.

Namens het provinciaal bestuur,

Piet Meeuws  CSSp

Contactadressen:

Fam. van den Wildenberg                                                  Congregatie van de H. Geest

Dorpsstraat 34                                                                  Spoorstraat 159

6027 PH Soerendonk                                                          6591 GT Gennep

Share this article:

Door met lezen
99 Hits
JAN
01
0

Simon van Niel

 

Op tweede kerstdag, 26 december 2018, rond half zeven in de avond is pater Simon van Niel van ons heengegaan. Sinds enkele weken verbleef pater Simon in ons verzorgingshuis  Libermannhof te Gennep.

In Amstelveen, waar hij jaren woonde, kwam het moment dat hij lichamelijk zwakker werd, meer zorg nodig had en dus moest verhuizen. Na een paar omwegen is hij bij ons gekomen in Gennep. Vanaf zijn vertrek uit Amstelveen ging zijn gezondheid steeds meer achteruit. Enkele dagen voor zijn dood heeft hij op eigen verzoek de ziekenzalving ontvangen in het bijzijn van meerdere medebroeders. Hij was die dag juist heel goed en was er zich van bewust dat het einde van zijn leven naderde. “Ik ben niet bang voor de dood” zei hij, en nam bewust afscheid van al zijn medebroeders.

Na de zalving sprak Basilia met hem via een mobieltje. Hij was niet in staat iets te zeggen, maar verstond alles. Ze konden beiden hun tranen niet bedwingen. Basilia is zijn trouwe huisgenote die hem vele jaren met veel liefde verzorgd en bijgestaan heeft en die op dit ogenblik toevallig op familiebezoek is in Brazilië.

Simon werd op 20 juni 1924 in Den Haag geboren in een familie van tuinders. Simon voelde zich al vroeg aangetrokken door het werk van missionarissen. In 1938 ging hij naar het kleinseminarie van de heilige Geest in Weert. Simon schreef in een verslag dat zijn ouders zijn keuze altijd hebben ondersteund. Door de oorlog verloor hij een jaar maar in 1946 maakte hij het kleinseminarie af.

In 1947 bleef hij een jaar in Gennep als voorbereiding op het religieuze leven. In 1950 legde hij zijn eerste geloften af en begon zijn verdere studies in Gemert op het Kasteel van de Congregatie.

Na de voorgeschreven  filosofische en theologische studies ontving hij op 20 juli 1952 de priesterwijding en was klaar om uitgezonden te worden. Hij had zijn keuze laten vallen op het Amazonegebied in Brazilië, maar in die tijd had je zelf niet veel te kiezen. Je werd gezonden naar het gebied waar de nood het hoogst was. Voor de jonge priester Simon van Niel werd dit het land Angola in Afrika. Voor zijn vertrek was er nog een voorbereidingstijd, waarin hij een medische cursus volgde die in zijn latere werk goed van pas zou komen. Hij had in Gemert ook nog bouwkunde gestudeerd en ging dus goed voorbereid op weg. Hij bleef ook nog 6 maanden in Portugal om Portugees te leren, de officiële taal van Angola. Zijn eerste plaats was de missie van Balombo, waar hij ook nog een inlandse taal moest leren om de mensen daar goed te kunnen verstaan. Hij zat in een gebied zo groot als de helft van Nederland en op zijn reizen was hij verpleger, tandarts en priester. Alles wat hij geleerd had kwam nu goed van pas. Hij verbleef 30 jaar in Angola, de mooiste en krachtigste jaren van zijn leven, en was werkzaam op meerdere missieposten, waar hij ook zijn kennis op het gebied van bouwkunde, die hij vroeger in Gemert had opgedaan, goed kon benutten.

In 1974 werd het mooie land Angola geteisterd door politieke onlusten als gevolg van de strijd voor onafhankelijkheid en een burgeroorlog brak uit, waardoor het voor de Europese missionarissen moeilijk werd om er te blijven werken en te wonen.

In december van dat jaar kwam Simon met pijn in het hart terug naar Nederland op vakantie, maar een terugkeer naar Angola zat er niet meer in.

Simon was de man niet om stil te blijven zitten en hij werd gevraagd voor het begeleiden van de Portugeestalige emigranten in Amsterdam. In december werd hij beëdigd als vertaler in de Portugese taal en zo kon hij vele mensen helpen bij de aanvraag van officiële verblijfsdocumenten. Van dit werk werd hij natuurlijk niet veel rijker, want hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om veel te vragen van mensen, die het toch al zo moeilijk hadden. Hij heeft deze pastorale taak onder de Portugees sprekenden gedurende 6 jaar vervuld, een zware taak want er werd veel van hem gevraagd.

Maar ook hierna bleef Simon niet stil zitten. Hij nam de taak van rector op zich in “Bernardus”, een bekend verzorgingshuis in Amsterdam-West. Dit werk heeft hij 16 jaar gedaan. Toen achtte het bisdom de tijd rijp om Simon te vervangen door een jongere kracht en benoemde er een pastoraal werker.

Pater Simon had intussen de leeftijd van 73 jaar bereikt en mocht het voortaan wel wat rustiger aan gaan doen. In deze tijd bleef  hij wel hulp verlenen in de parochies in de buurt.

Gedurende de 40 jaar dat hij in Amstelveen woonde, was zijn flatje een zoete inval voor vrienden en bekenden, die hij in al die jaren om zich heen verzameld had. Zijn flat was klein, mede vanwege de vele souvenirs en heiligenbeeldjes die hij op zijn reizen verzameld had, maar er bleef altijd plaats om aan te schuiven aan tafel of/en te overnachten.

Dat is misschien wel de reden dat het hem zo zwaar viel, toen hij daar weg moest.

Pater Simon was een bijzonder mens, een beetje buiten het model van de doorsnee ordegeestelijke, een man met een groot hart en een luisterend oor voor iedereen. Hij sloot gemakkelijk vriendschap met mensen en velen zullen de vertrouwde pater Simon gaan  missen.

Pater Simon hield van reizen en vandaag, de tweede kerstdag, is hij dus aan zijn laatste reis begonnen en we nemen aan dat hij goed is aangekomen in het huis van de liefhebbende God, voor wie hij zich met hart en ziel heeft ingezet.

In de uitvaartdienst op donderdag 3 januari nemen we afscheid van onze medebroeder en u van uw broer en oom in de kerk van St.Jansonthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert en we leggen daarna zijn lichaam te rusten op ons kloosterkerkhof te midden van zijn medebroeders. Vanaf 10.00 uur is er gelegenheid om persoonlijk afscheid van hem te nemen in de kerk. Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert. Parkeergelegenheid is er naast de kerk bereikbaar vanaf de Rondweg.

Namens het provinciaal bestuur

Bert van Tol

 

Contactadressen:

Fam. F. van Niel                                    Congregatie van de H. Geest

Punterstraat 2                                       Spoorstraat 159

8376 EH Ossenzijl                                  6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
351 Hits
SEPT
27
0

Jan Retera

Vanavond, 21 september 2018,   is onze medebroeder Jan Retera na een lang en tragisch verlopen ziekteproces van ons heengegaan. De laatste weken had hij doorgebracht in het zorgcentrum Madeleine, te Boxmeer, waar hij was opgenomen voor een grondig onderzoek naar zijn toestand. Dit met het oog op een definitieve opname in een zorgcentrum dat in zijn ziekte was gespecialiseerd.. Daar heeft hij op donderdag 13 september omringd door een groot aantal confraters de ziekenzalving ontvangen. Daarna ging het vrij snel bergaf. Vandaag is hij daar overleden.

Jan werd op 15 augustus 1934 in Eindhoven geboren. In 1946 ging hij naar het Missiehuis van de spiritijnen in Weert omdat hij priester - missionaris wilde worden. Na enkele jaren verliet hij het seminarie en ging een opleiding volgen tot boekhouder. In dat beroep heeft hij een jaar of negen gewerkt. Maar het oude ideaal was in hem levend gebleven, en in 1961 besloot hij zijn opleiding tot priester – missionaris te hervatten. Daartoe ging hij naar Hattem, waar meerdere studenten waren die niet het “klassieke” traject in Weert volgden. Hij bleef daar tot 1964 en ging toen naar het Noviciaat in Gennep en het grootseminarie in Gemert. In 1970 werd hij priester gewijd en nog in datzelfde jaar benoemd voor het bisdom Bangassou, in de Centraal Afrikaanse Republiek. Daar heeft hij 24 jaar gewerkt, eerst in Bangassou zelf, van 1970 – 1987, daarna in Alindao, een grote missie halverwege tussen Bangassou en de hoofdstad Bangui. Jan heeft in beide missies vooral gewerkt in de dorpen van het binnenland. Dat bracht constant reizen met zich mee, vooral in het regenseizoen onder moeilijke omstandigheden. Soms bleef hij wel een maand onderweg, trekkend van dorp naar dorp. Hij hield van het simpele leven in “de brousse”, zoals dat in ons jargon heette, en van de mensen daar. Maar zijn lange afwezigheid gepaard aan zijn neiging om zich op zichzelf terug te trekken isoleerde hem wel wat van zijn medebroeders. Hij had eigenlijk behoefte aan lange, persoonlijke gesprekken over zijn werk en hoe hij dat beleefde. Maar op de drukke grote missies was daarvoor weinig gelegenheid. Daardoor konden ook persoonlijke vragen en problemen ernstiger vormen aannemen, en hem zwaarmoedig maken. Dat kan gebeuren in een actieve groep van meest jonge mensen (zijn leeftijdgenoten) die enthousiast opgaan in hun werk. De ontwikkeling van louter buitenlandse missionarissen naar een lokale clerus verliep niet overal even soepel, met name in Alindao en daar is Jan ook in zekere zin het slachtoffer van geworden. In 1994 moest hij Alindao verlaten en getraumatiseerd keerde hij naar Nederland terug voor een langere periode van rust.

Daarna werd in onderling overleg besloten dat Jan niet naar Afrika terug zou keren. Zijn verslechterde gezondheid – nogal wat kwalen waarvan een voortdurende en ernstige slapeloosheid een van de ergste was, waren daar debet aan, maar ook zijn slecht verwerkte zorgen en tegenslagen van de laatste jaren. Zelf wilde hij graag in een rurale parochie in Frankrijk gaan werken. De organisatie van de pastoraal en het hectische leven in de stad trokken hem niet aan. Ook had hij behoefte aan een omgeving waar hij “frisse lucht zou vinden en de mogelijkheid van wandelingen in de natuur”. Dit ook als een remedie tegen zijn chronische slapeloosheid.  Hij vond werk in het bisdom Chartres, maar in plaats van één parochie kreeg hij er meteen drie. Hij was daar graag, vooral in die eerste parochie, en sprak er vaak met heimwee over. Ook de mensen hadden hem graag en zijn eerste overplaatsing stuitte op verzet van zijn parochianen. Als enige Nederlander werd hij nogal eens overgeplaatst als er verschuivingen in de parochies nodig waren.  In de ongeveer tien jaar dat hij daar werkte, schrijft hij, heeft hij alles bij elkaar wel in 9 parochies gewerkt, soms vrij primitief gehuisvest, en met zijn steeds toenemend aantal kwalen eiste dat zijn tol. In 2007 keerde hij naar Nederland terug. Hij had echter veel moeite om daar weer te wennen, Hij probeerde het in verschillende communiteiten, maar wilde toch weer terug naar Frankrijk. Zo ging hij in 2009 naar Langonnet, in Bretagne, een oude historische abdij waar de Spiritijnen een communiteit hadden voor bejaarde confraters. Hij vond er de ruimte en de bossen, waar hij dagelijks grote wandelingen maakte, maar kon ook daar zijn stek niet vinden. De fysieke inspanning van zijn lange wandelingen werd hem door zijn gezondheid te veel en ook het “monnikenleven” in de abdij, zoals hij dat noemde, viel hem al gauw erg zwaar. Zo keerde hij in 2011 terug naar Nederland, nu definitief. Maar het heimwee naar Frankrijk bleef.

Jan heeft zijn hele leven als Spiritijn echt onder de armsten gewoond en gewerkt. Vooral in Afrika. Met veel confraters beschouwde hij het meewerken aan de ontwikkeling van de mensen en het verbeteren van hun levensomstandigheden als een wezenlijk onderdeel van zijn missie. In Frankrijk heerste er niet zozeer materiële armoede op het platteland, maar de levensomstandigheden waren er toch minder dan in de steden. En Jan heeft er altijd heel sober geleefd. Hij was geen man van structuren en overlegorganen, meer van de persoonlijke contacten. Hij hield van zingen – was trots op zijn mooie stem in zijn jonge jaren. Hij had een goede pen: hij schreef veel brieven en er zijn ook prachtige verhalen van hem bewaard gebleven: bij voorbeeld over zijn reizen “in de brousse”, met name in het regenseizoen als de wegen meer en meer onbegaanbaar werden. Met mooie foto’s erbij voor degenen die mochten denken dat het allemaal maar overdreven was. Een van zijn hobby’s was schilderen. Dat deed hij ook als therapie toen bij hem de ziekte van Alzheimer snel verslechterde. Hij vertelde dan dat hij die vaardigheid tot schilderen van zijn vader had geërfd.

Zijn kwalen verergerden. Ze werden bijna een obsessie voor hem. Hij was zich bewust van de snel toenemende degradatie die de ziekte van Alzheimer in hem veroorzaakte. Hij kon daarvan in paniek raken en het maakte hem soms bijna wanhopig. Zijn hulpbehoevendheid vermeerderde hand over hand, tot hij bijna niets meer kon, zelfs de spraak verloor. Het was een tragisch proces waar we machteloos getuige van waren. Aan dat leven getekend door zoveel lijden is nu een eind gekomen. We vertrouwen dat hij nu bij de Heer de rust en de vreugde mag vinden die hij in zijn leven zo vaak heeft gemist. Wij gedenken hem met droefheid en dankbaarheid. Moge hij rusten in vrede.

Op donderdag 27 september om 10.30 uur nemen we afscheid van Jan in een eucharistieviering in de kapel van Libermannhof Spoorstraat 157 te Gennep, Vanaf 9.30 uur is er daar gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen. Na de viering leggen we hem te rusten op ons kloosterkerkhof bij het kasteel te Gemert.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert.                                                                           

Namens het provinciaal bestuur,

Frans Timmermans

Correspondentieadressen:

Fam. Hermans                                                          

Meanderstraat 10                                                    

5563 BL Westerhoven

 

Congregatie van de H. Geest

Spoorstraat 159

6591 GT Gennep                   

Share this article:

Door met lezen
545 Hits
JULI
31
0

Koos van der Pauw

 

 

Zondag 29 juli 2018, vroeg in de ochtend, is onze medebroeder Koos van der Pauw in zijn slaap rustig overleden. Zaterdagmorgen was hij op zijn kamer gevallen. In de namiddag heeft Koos nog samen met zijn medebroeders van Libermannhof thee gedronken, waarna hij naar bed is gegaan, omdat hij zich niet goed voelde. De dokter constateerde koorts, maar kon de oorzaak niet vinden. Koos is rustig gaan slapen en niet meer wakker geworden.

Geboren in Rotterdam heeft hij heel zijn leven de pijnlijke herinnering aan het bombardement van zijn stad meegedragen.

Gedurende zijn jeugd is hij geen misdienaar geweest, maar hij was wel een trouw lid van het jongenskoor van zijn parochie.

In september 1940 ging Koos naar het seminarie van de Paters van de H. Geest in Weert. In 1943 maakte hij in Rotterdam de verschrikkelijke hongerwinter mee. In augustus 1944 gaat hij weer terug naar Weert. Na de voltooiing van de zes jaar durende studie begint hij het noviciaat in Gennep. Daar kreeg hij last van  een pijnlijke ooraandoening, waarmee hij heel zijn verdere leven heeft moeten leven.

Zijn eerste professie doet hij op het grootseminarie in Gemert op 27 februari 1949. Hij was toen al begonnen met de filosofiestudie. Op 19 juli 1953 ontvangt hij de priesterwijding. Dat is dit jaar juist 65 jaar geleden. Hij heeft dit feit in stilte herdacht en was blij met het bezoek van de vele confraters, die hem kwamen feliciteren.

Zijn eerste benoeming was voor Libreville (Gabon), waarvoor hij zelf zijn voorkeur had uitgesproken. Met veel enthousiasme vertrok hij om zijn missieleven te beginnen. In Gemert had Koos zes jaar tussen zijn medebroeders geleefd, die hem kenden en hem waardeerden zoals hij was, soms wat moeilijk in de communicatie. De eerste tijd in de missie krijgt de missionaris te maken met een volledige omschakeling: andere taal, andere gewoonten, ander klimaat en nieuwe medebroeders. Koos werd benoemd voor de missie Makokou. Hij schrijft in 1956: “Het is een gebied uitgestrekt over 450 km2 met 9.000 katholieken op een bevolking van 27.000. Het klimaat is aangenaam. Er is veel werk. Ik moet woekeren met mijn tijd om de inlandse taal te leren.”

Er waren soms wat spanningen in het communiteitsleven. Bovendien kreeg hij steeds meer last van een middenoorontsteking in het linkeroor en ook het rechteroor functioneerde niet goed. In januari 1957 komt Koos naar Nederland en na een goede rustperiode wordt hij benoemd voor de Pastoor van Arsparochie in Delft. Aan zijn verzoek om benoemd te worden voor Brazilië wordt eind 1959 gehoor gegeven. Op 17 januari 1960 rijdt hij met de bisschop van het diocees Divinopolis naar een klein stadje Perdigão en wordt daar geïnstalleerd als pastoor van de parochie “Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid”. De mensen ontvangen de nieuwe jonge pater met enthousiasme. De parochie zat al een tijd zonder priester. Dat Koos nog niet de Braziliaanse taal beheerste was geen probleem. Hij kon beginnen met het afbouwen van de kerk. In het binnenland ontdekte hij al gauw dat het drinkwater slecht was. Hij bracht de mensen bij elkaar om daarover te praten, om waterputten aan te leggen en om voor gefilterd water te zorgen.

Koos zag dat de schoolkinderen na het vierde leerjaar op straat stonden. Daar moest iets aan gedaan worden. Koos stichtte en bouwde niet alleen een college, maar haalde van ver ook onderwijzers. Daarvoor gebruikte hij zijn Jeep die tegen de slechte wegen met veel gaten opgewassen was. Hij stichtte ook een school voor de opleiding van onderwijzeressen. Dat alles had grote positieve gevolgen voor geheel die streek.

Koos had door zijn sociaal optreden de harten van de mensen al gauw gewonnen. Toen ze hoorden dat hij naar een andere parochie overgeplaatst zou worden, werd er spontaan een commissie gevormd, die met Pater Paulo, de principaal, ging praten om de beslissing terug te draaien en met goed resultaat. Toen pater A. de Winter, provinciaal overste van de Nederlandse Provincie, in de week na Pasen van 1965 Perdigão bezocht, zei hij na afloop: “Nu ik dit gezien heb, geloof ik in wonderen.”

Tijdens de viering van het diamanten priesterjubileum van Koos zei Pater A. Gruijters: “Gedurende 45 jaar is Koos in Brazilië wijngaardenier en rank geweest, innig verbonden met de wijnstok.”

In 2004 nam Koos de beslissing terug te keren naar Nederland. Bij een voortdurend muziekgeruis in de oren kreeg hij ook  nog problemen aan de urinewegen. Daarvoor onderging hij twee ingewikkelde operaties met helaas niet het gewenste resultaat. Gezondheidsproblemen hebben het leven van Koos getekend tot het einde van zijn leven toe. Hij sprak daar wel over maar het waren geen klaagzangen. Hij onderging alles met een buitengewone aanvaarding en overgave tot het einde toe. Hij erkende vaak zijn fouten en gebrek aan geduld, maar herhaalde met overtuiging: Ik heb mijn best gedaan.

Met veel bewondering zijn wij de getuigen geweest van het geloof, het vertrouwen en de volharding van Koos en daarvoor danken we hem van harte.

Op zaterdag 4 augustus om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Koos van der Pauw tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Vanaf 10.00 uur is hij daar opgebaard en is er gelegenheid voor een laatste groet. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel in het restaurant ‘Bij Dientje’,  Kerkstraat 9, Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

Namens het Provinciaal Bestuur,

G. Hogervorst CSSp

 

Correspondentieadressen:

Fam. L. Badouse                                                                       Congregatie van de H. Geest

Neulstraat 36                                                                           Spoorstraat 159

5492 DC St. Oedenrode                                                            6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
600 Hits
JULI
02
0

Geert Jansen

Op 16 juni 2018 is onze medebroeder Geert Jansen na een kort ziekbed maar na wel een lange lijdensweg rustig ingeslapen.

Geert is geboren in Terwolde op 4 juni 1929. Na de lagere school volgde hij de ulo, die hij van wege de oorlog niet heeft kunnen afmaken. In 1946 gaat hij naar de kweekschool in Hilversum en behaalt daar in 1950 zijn diploma als onderwijzer. Na in 1960 een artikel gelezen te hebben over het late-roepingen seminarie “De KIBO” in Hattem neemt hij het besluit contact op te nemen met de toenmalige overste aldaar. De wens om priester en religieus te worden leefde al langer bij Geert, maar hij durfde er niet eerder voor uit te komen. Ook al beseft hij dat het hem veel zal kosten, toch besluit hij zijn baan aan de basisschool in Hengelo op te zeggen om  in september 1960 zijn studie bij de congregatie van de heilige Geest op de KIBO in Hattem te beginnen. Bij gebrek aan onderwijzers maar ook bij afwezigheid door ziekte werd Geert daar van tijd tot tijd gevraagd om in te vallen.

Op 15 augustus 1962 begint hij zijn noviciaat in Gennep en legt een jaar later zijn professie af, waarna hij naar Gemert gaat voor zijn hogere studies. Tegen de zin van het algemeen bestuur van de congregatie wordt er in Gemert besloten, dat één jaar filosofie voor Geert wel voldoende is en op deze manier kan hij dus eerder aan zijn theologieopleiding beginnen. Op 10 september 1967 ontvangt hij in Gemert de priesterwijding, terwijl hij vanaf één augustus van dat jaar officieel door Monseigneur Bluyssen benoemd was als godsdienstleraar op het Dr. Knippenbergcollege te Helmond. Daar geeft hij een jaar les en vertrekt in juli 1968 naar Weert. Daar vindt hij eerst een parttimebaan op de mavo in Nederweert, later gevolgd door een volledige baan in maatschappijleer en geschiedenis op het bisschoppelijk college te Weert. Bij de buitenschoolse activiteiten was hij altijd actief betrokken.

In de weekenden deed hij de eucharistieviering bij de zuster Ursulinen en de broeders van St. Louis. In de schoolvakanties echter was Geert pastor op verschillende campings. Hij hield van kamperen en op de campings was hij een luisterend oor bij wie veel campinggasten op verhaal kwamen. Ook kwamen mensen die zich in hun parochiekerk niet meer thuis voelden naar de door Geert georganiseerde vieringen op de camping. Hij hielp daar mee vakantie-activiteiten te organiseren. Buiten het pastorale werk op de camping werd hem ook gevraagd om huwelijken in te zegenen, kinderen te dopen en voor te gaan in uitvaarten. Ieder jaar op de laatste zondag op de camping nodigde Geert een medebroeder van hem, die uit de missie op vakantie was, uit om met hem mee voor te gaan. De opbrengst van de collecte van die dag was dan voor de missie van die medebroeder.

In 1987 maakt hij gebruik van de uittredingsregeling, waar hij enkele jaren daarna van zegt: “Dat is een goede beslissing van mij geweest, want zo kreeg ik meer tijd voor Sluis13 (een kleine katholieke gemeenschap op de grens van Limburg en Brabant) en heb ik het risico vermeden dat ik in deze hectische tijd als leraar overspannen thuis zou komen zitten.”  Hij besteedde veel tijd aan de kleine gemeenschap van Sluis13 en wist hen zo te motiveren, dat toen de school, het hart van die gemeenschap, in 1992 op gezag van het ministerie moest verdwijnen, er door vrijwilligers een gemeenschapshuis voor in de plaats is gekomen.

In diezelfde tijd kwam Geert een dag in de week naar Gemert om daar te werken op de Missie Informatie Dienst. Aan zijn activiteiten kwam tamelijk abrupt een einde, toen bij hem darmkanker werd geconstateerd. Een zware operatie volgde. Geert moest niet alleen leren leven met een stoma, maar heeft daarnaast jarenlang last gehad van verkleving in de darmen. Gelukkig is dit goed gekomen, al moest hij zich strikt houden aan een streng dieet. Zijn zelfstandig wonen moest hij vanaf die tijd opgeven en zijn intrek nemen bij de communiteit aan de Coenraad Abelsstraat.  Met deze communiteit verhuisde hij in 2011 naar Gennep.

Geert was een echte medebroeder, op wie je, als hij vrij was, nooit tevergeefs een beroep deed. Wanneer het in Weert spaak liep in de huisorganisatie, zag hij dat en hielp meteen om het op te lossen. Hij maakte schoon, ruimde sneeuw, deed boodschappen, deed de afwas, zorgde voor de tuin, maar vooral ook zorgde hij voor de zieken en bezocht hen in het ziekenhuis.

Hij had oog voor de natuur en op zijn appartement stonden in een vaasje prachtige herfstblaadjes, waar hij je op wees, wanneer je bij hem kwam. Een week geleden kon hij nog genieten van twee eekhoorntjes, die kwamen drinken in het prieeltje, dat de laatste tijd zijn favoriete plek was, wanneer het weer het toestond.

Begin deze maand heeft hij tegen zijn gewoonte in zijn verjaardag gevierd met zussen, broers en aanhang. Hij heeft ervan genoten, al was hij daarna enkele dagen verschrikkelijk moe. Het is een afscheid geweest, want Geert voelde dat het einde van zijn leven niet ver meer weg was.

Iedereen in zijn omgeving zag dat einde aankomen, maar bij Geert wist je het nooit, want vorig jaar op deze tijd, dachten we dat ook al. Geert bleef zo veel mogelijk met alles mee doen, al werd het lopen sloffen en de rollator een rolstoel. Iets waar hij verschrikkelijk veel moeite mee had. Donderdag moest hij de strijd opgeven, maar zijn humor verloor hij niet.

Zijn familie verliest een betrokken en geliefde broer en oom. Wij verliezen in hem een humorvol, betrokken, geliefde en trouwe medebroeder.

Namens het provinciaal Bestuur

Koos Gordijn

 

Contactadressen:

Fam. P.Schöer-Jansen                                       Congregatie van de H.Geest

Herman Linnebankhof  6                                    Spoorstraat 159 

5402 WG Uden                                                 6591 GT Gennep        

 

Share this article:

Door met lezen
561 Hits
Ga naar boven