SEPT
27
0

Jan Retera

Vanavond, 21 september 2018,   is onze medebroeder Jan Retera na een lang en tragisch verlopen ziekteproces van ons heengegaan. De laatste weken had hij doorgebracht in het zorgcentrum Madeleine, te Boxmeer, waar hij was opgenomen voor een grondig onderzoek naar zijn toestand. Dit met het oog op een definitieve opname in een zorgcentrum dat in zijn ziekte was gespecialiseerd.. Daar heeft hij op donderdag 13 september omringd door een groot aantal confraters de ziekenzalving ontvangen. Daarna ging het vrij snel bergaf. Vandaag is hij daar overleden.

Jan werd op 15 augustus 1934 in Eindhoven geboren. In 1946 ging hij naar het Missiehuis van de spiritijnen in Weert omdat hij priester - missionaris wilde worden. Na enkele jaren verliet hij het seminarie en ging een opleiding volgen tot boekhouder. In dat beroep heeft hij een jaar of negen gewerkt. Maar het oude ideaal was in hem levend gebleven, en in 1961 besloot hij zijn opleiding tot priester – missionaris te hervatten. Daartoe ging hij naar Hattem, waar meerdere studenten waren die niet het “klassieke” traject in Weert volgden. Hij bleef daar tot 1964 en ging toen naar het Noviciaat in Gennep en het grootseminarie in Gemert. In 1970 werd hij priester gewijd en nog in datzelfde jaar benoemd voor het bisdom Bangassou, in de Centraal Afrikaanse Republiek. Daar heeft hij 24 jaar gewerkt, eerst in Bangassou zelf, van 1970 – 1987, daarna in Alindao, een grote missie halverwege tussen Bangassou en de hoofdstad Bangui. Jan heeft in beide missies vooral gewerkt in de dorpen van het binnenland. Dat bracht constant reizen met zich mee, vooral in het regenseizoen onder moeilijke omstandigheden. Soms bleef hij wel een maand onderweg, trekkend van dorp naar dorp. Hij hield van het simpele leven in “de brousse”, zoals dat in ons jargon heette, en van de mensen daar. Maar zijn lange afwezigheid gepaard aan zijn neiging om zich op zichzelf terug te trekken isoleerde hem wel wat van zijn medebroeders. Hij had eigenlijk behoefte aan lange, persoonlijke gesprekken over zijn werk en hoe hij dat beleefde. Maar op de drukke grote missies was daarvoor weinig gelegenheid. Daardoor konden ook persoonlijke vragen en problemen ernstiger vormen aannemen, en hem zwaarmoedig maken. Dat kan gebeuren in een actieve groep van meest jonge mensen (zijn leeftijdgenoten) die enthousiast opgaan in hun werk. De ontwikkeling van louter buitenlandse missionarissen naar een lokale clerus verliep niet overal even soepel, met name in Alindao en daar is Jan ook in zekere zin het slachtoffer van geworden. In 1994 moest hij Alindao verlaten en getraumatiseerd keerde hij naar Nederland terug voor een langere periode van rust.

Daarna werd in onderling overleg besloten dat Jan niet naar Afrika terug zou keren. Zijn verslechterde gezondheid – nogal wat kwalen waarvan een voortdurende en ernstige slapeloosheid een van de ergste was, waren daar debet aan, maar ook zijn slecht verwerkte zorgen en tegenslagen van de laatste jaren. Zelf wilde hij graag in een rurale parochie in Frankrijk gaan werken. De organisatie van de pastoraal en het hectische leven in de stad trokken hem niet aan. Ook had hij behoefte aan een omgeving waar hij “frisse lucht zou vinden en de mogelijkheid van wandelingen in de natuur”. Dit ook als een remedie tegen zijn chronische slapeloosheid.  Hij vond werk in het bisdom Chartres, maar in plaats van één parochie kreeg hij er meteen drie. Hij was daar graag, vooral in die eerste parochie, en sprak er vaak met heimwee over. Ook de mensen hadden hem graag en zijn eerste overplaatsing stuitte op verzet van zijn parochianen. Als enige Nederlander werd hij nogal eens overgeplaatst als er verschuivingen in de parochies nodig waren.  In de ongeveer tien jaar dat hij daar werkte, schrijft hij, heeft hij alles bij elkaar wel in 9 parochies gewerkt, soms vrij primitief gehuisvest, en met zijn steeds toenemend aantal kwalen eiste dat zijn tol. In 2007 keerde hij naar Nederland terug. Hij had echter veel moeite om daar weer te wennen, Hij probeerde het in verschillende communiteiten, maar wilde toch weer terug naar Frankrijk. Zo ging hij in 2009 naar Langonnet, in Bretagne, een oude historische abdij waar de Spiritijnen een communiteit hadden voor bejaarde confraters. Hij vond er de ruimte en de bossen, waar hij dagelijks grote wandelingen maakte, maar kon ook daar zijn stek niet vinden. De fysieke inspanning van zijn lange wandelingen werd hem door zijn gezondheid te veel en ook het “monnikenleven” in de abdij, zoals hij dat noemde, viel hem al gauw erg zwaar. Zo keerde hij in 2011 terug naar Nederland, nu definitief. Maar het heimwee naar Frankrijk bleef.

Jan heeft zijn hele leven als Spiritijn echt onder de armsten gewoond en gewerkt. Vooral in Afrika. Met veel confraters beschouwde hij het meewerken aan de ontwikkeling van de mensen en het verbeteren van hun levensomstandigheden als een wezenlijk onderdeel van zijn missie. In Frankrijk heerste er niet zozeer materiële armoede op het platteland, maar de levensomstandigheden waren er toch minder dan in de steden. En Jan heeft er altijd heel sober geleefd. Hij was geen man van structuren en overlegorganen, meer van de persoonlijke contacten. Hij hield van zingen – was trots op zijn mooie stem in zijn jonge jaren. Hij had een goede pen: hij schreef veel brieven en er zijn ook prachtige verhalen van hem bewaard gebleven: bij voorbeeld over zijn reizen “in de brousse”, met name in het regenseizoen als de wegen meer en meer onbegaanbaar werden. Met mooie foto’s erbij voor degenen die mochten denken dat het allemaal maar overdreven was. Een van zijn hobby’s was schilderen. Dat deed hij ook als therapie toen bij hem de ziekte van Alzheimer snel verslechterde. Hij vertelde dan dat hij die vaardigheid tot schilderen van zijn vader had geërfd.

Zijn kwalen verergerden. Ze werden bijna een obsessie voor hem. Hij was zich bewust van de snel toenemende degradatie die de ziekte van Alzheimer in hem veroorzaakte. Hij kon daarvan in paniek raken en het maakte hem soms bijna wanhopig. Zijn hulpbehoevendheid vermeerderde hand over hand, tot hij bijna niets meer kon, zelfs de spraak verloor. Het was een tragisch proces waar we machteloos getuige van waren. Aan dat leven getekend door zoveel lijden is nu een eind gekomen. We vertrouwen dat hij nu bij de Heer de rust en de vreugde mag vinden die hij in zijn leven zo vaak heeft gemist. Wij gedenken hem met droefheid en dankbaarheid. Moge hij rusten in vrede.

Op donderdag 27 september om 10.30 uur nemen we afscheid van Jan in een eucharistieviering in de kapel van Libermannhof Spoorstraat 157 te Gennep, Vanaf 9.30 uur is er daar gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen. Na de viering leggen we hem te rusten op ons kloosterkerkhof bij het kasteel te Gemert.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert.                                                                           

Namens het provinciaal bestuur,

Frans Timmermans

Correspondentieadressen:

Fam. Hermans                                                          

Meanderstraat 10                                                    

5563 BL Westerhoven

 

Congregatie van de H. Geest

Spoorstraat 159

6591 GT Gennep                   

Share this article:

Door met lezen
18 Hits
JULI
31
0

Koos van der Pauw

 

 

Zondag 29 juli 2018, vroeg in de ochtend, is onze medebroeder Koos van der Pauw in zijn slaap rustig overleden. Zaterdagmorgen was hij op zijn kamer gevallen. In de namiddag heeft Koos nog samen met zijn medebroeders van Libermannhof thee gedronken, waarna hij naar bed is gegaan, omdat hij zich niet goed voelde. De dokter constateerde koorts, maar kon de oorzaak niet vinden. Koos is rustig gaan slapen en niet meer wakker geworden.

Geboren in Rotterdam heeft hij heel zijn leven de pijnlijke herinnering aan het bombardement van zijn stad meegedragen.

Gedurende zijn jeugd is hij geen misdienaar geweest, maar hij was wel een trouw lid van het jongenskoor van zijn parochie.

In september 1940 ging Koos naar het seminarie van de Paters van de H. Geest in Weert. In 1943 maakte hij in Rotterdam de verschrikkelijke hongerwinter mee. In augustus 1944 gaat hij weer terug naar Weert. Na de voltooiing van de zes jaar durende studie begint hij het noviciaat in Gennep. Daar kreeg hij last van  een pijnlijke ooraandoening, waarmee hij heel zijn verdere leven heeft moeten leven.

Zijn eerste professie doet hij op het grootseminarie in Gemert op 27 februari 1949. Hij was toen al begonnen met de filosofiestudie. Op 19 juli 1953 ontvangt hij de priesterwijding. Dat is dit jaar juist 65 jaar geleden. Hij heeft dit feit in stilte herdacht en was blij met het bezoek van de vele confraters, die hem kwamen feliciteren.

Zijn eerste benoeming was voor Libreville (Gabon), waarvoor hij zelf zijn voorkeur had uitgesproken. Met veel enthousiasme vertrok hij om zijn missieleven te beginnen. In Gemert had Koos zes jaar tussen zijn medebroeders geleefd, die hem kenden en hem waardeerden zoals hij was, soms wat moeilijk in de communicatie. De eerste tijd in de missie krijgt de missionaris te maken met een volledige omschakeling: andere taal, andere gewoonten, ander klimaat en nieuwe medebroeders. Koos werd benoemd voor de missie Makokou. Hij schrijft in 1956: “Het is een gebied uitgestrekt over 450 km2 met 9.000 katholieken op een bevolking van 27.000. Het klimaat is aangenaam. Er is veel werk. Ik moet woekeren met mijn tijd om de inlandse taal te leren.”

Er waren soms wat spanningen in het communiteitsleven. Bovendien kreeg hij steeds meer last van een middenoorontsteking in het linkeroor en ook het rechteroor functioneerde niet goed. In januari 1957 komt Koos naar Nederland en na een goede rustperiode wordt hij benoemd voor de Pastoor van Arsparochie in Delft. Aan zijn verzoek om benoemd te worden voor Brazilië wordt eind 1959 gehoor gegeven. Op 17 januari 1960 rijdt hij met de bisschop van het diocees Divinopolis naar een klein stadje Perdigão en wordt daar geïnstalleerd als pastoor van de parochie “Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid”. De mensen ontvangen de nieuwe jonge pater met enthousiasme. De parochie zat al een tijd zonder priester. Dat Koos nog niet de Braziliaanse taal beheerste was geen probleem. Hij kon beginnen met het afbouwen van de kerk. In het binnenland ontdekte hij al gauw dat het drinkwater slecht was. Hij bracht de mensen bij elkaar om daarover te praten, om waterputten aan te leggen en om voor gefilterd water te zorgen.

Koos zag dat de schoolkinderen na het vierde leerjaar op straat stonden. Daar moest iets aan gedaan worden. Koos stichtte en bouwde niet alleen een college, maar haalde van ver ook onderwijzers. Daarvoor gebruikte hij zijn Jeep die tegen de slechte wegen met veel gaten opgewassen was. Hij stichtte ook een school voor de opleiding van onderwijzeressen. Dat alles had grote positieve gevolgen voor geheel die streek.

Koos had door zijn sociaal optreden de harten van de mensen al gauw gewonnen. Toen ze hoorden dat hij naar een andere parochie overgeplaatst zou worden, werd er spontaan een commissie gevormd, die met Pater Paulo, de principaal, ging praten om de beslissing terug te draaien en met goed resultaat. Toen pater A. de Winter, provinciaal overste van de Nederlandse Provincie, in de week na Pasen van 1965 Perdigão bezocht, zei hij na afloop: “Nu ik dit gezien heb, geloof ik in wonderen.”

Tijdens de viering van het diamanten priesterjubileum van Koos zei Pater A. Gruijters: “Gedurende 45 jaar is Koos in Brazilië wijngaardenier en rank geweest, innig verbonden met de wijnstok.”

In 2004 nam Koos de beslissing terug te keren naar Nederland. Bij een voortdurend muziekgeruis in de oren kreeg hij ook  nog problemen aan de urinewegen. Daarvoor onderging hij twee ingewikkelde operaties met helaas niet het gewenste resultaat. Gezondheidsproblemen hebben het leven van Koos getekend tot het einde van zijn leven toe. Hij sprak daar wel over maar het waren geen klaagzangen. Hij onderging alles met een buitengewone aanvaarding en overgave tot het einde toe. Hij erkende vaak zijn fouten en gebrek aan geduld, maar herhaalde met overtuiging: Ik heb mijn best gedaan.

Met veel bewondering zijn wij de getuigen geweest van het geloof, het vertrouwen en de volharding van Koos en daarvoor danken we hem van harte.

Op zaterdag 4 augustus om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Koos van der Pauw tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Vanaf 10.00 uur is hij daar opgebaard en is er gelegenheid voor een laatste groet. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel in het restaurant ‘Bij Dientje’,  Kerkstraat 9, Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

Namens het Provinciaal Bestuur,

G. Hogervorst CSSp

 

Correspondentieadressen:

Fam. L. Badouse                                                                       Congregatie van de H. Geest

Neulstraat 36                                                                           Spoorstraat 159

5492 DC St. Oedenrode                                                            6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
75 Hits
JULI
02
0

Geert Jansen

Op 16 juni 2018 is onze medebroeder Geert Jansen na een kort ziekbed maar na wel een lange lijdensweg rustig ingeslapen.

Geert is geboren in Terwolde op 4 juni 1929. Na de lagere school volgde hij de ulo, die hij van wege de oorlog niet heeft kunnen afmaken. In 1946 gaat hij naar de kweekschool in Hilversum en behaalt daar in 1950 zijn diploma als onderwijzer. Na in 1960 een artikel gelezen te hebben over het late-roepingen seminarie “De KIBO” in Hattem neemt hij het besluit contact op te nemen met de toenmalige overste aldaar. De wens om priester en religieus te worden leefde al langer bij Geert, maar hij durfde er niet eerder voor uit te komen. Ook al beseft hij dat het hem veel zal kosten, toch besluit hij zijn baan aan de basisschool in Hengelo op te zeggen om  in september 1960 zijn studie bij de congregatie van de heilige Geest op de KIBO in Hattem te beginnen. Bij gebrek aan onderwijzers maar ook bij afwezigheid door ziekte werd Geert daar van tijd tot tijd gevraagd om in te vallen.

Op 15 augustus 1962 begint hij zijn noviciaat in Gennep en legt een jaar later zijn professie af, waarna hij naar Gemert gaat voor zijn hogere studies. Tegen de zin van het algemeen bestuur van de congregatie wordt er in Gemert besloten, dat één jaar filosofie voor Geert wel voldoende is en op deze manier kan hij dus eerder aan zijn theologieopleiding beginnen. Op 10 september 1967 ontvangt hij in Gemert de priesterwijding, terwijl hij vanaf één augustus van dat jaar officieel door Monseigneur Bluyssen benoemd was als godsdienstleraar op het Dr. Knippenbergcollege te Helmond. Daar geeft hij een jaar les en vertrekt in juli 1968 naar Weert. Daar vindt hij eerst een parttimebaan op de mavo in Nederweert, later gevolgd door een volledige baan in maatschappijleer en geschiedenis op het bisschoppelijk college te Weert. Bij de buitenschoolse activiteiten was hij altijd actief betrokken.

In de weekenden deed hij de eucharistieviering bij de zuster Ursulinen en de broeders van St. Louis. In de schoolvakanties echter was Geert pastor op verschillende campings. Hij hield van kamperen en op de campings was hij een luisterend oor bij wie veel campinggasten op verhaal kwamen. Ook kwamen mensen die zich in hun parochiekerk niet meer thuis voelden naar de door Geert georganiseerde vieringen op de camping. Hij hielp daar mee vakantie-activiteiten te organiseren. Buiten het pastorale werk op de camping werd hem ook gevraagd om huwelijken in te zegenen, kinderen te dopen en voor te gaan in uitvaarten. Ieder jaar op de laatste zondag op de camping nodigde Geert een medebroeder van hem, die uit de missie op vakantie was, uit om met hem mee voor te gaan. De opbrengst van de collecte van die dag was dan voor de missie van die medebroeder.

In 1987 maakt hij gebruik van de uittredingsregeling, waar hij enkele jaren daarna van zegt: “Dat is een goede beslissing van mij geweest, want zo kreeg ik meer tijd voor Sluis13 (een kleine katholieke gemeenschap op de grens van Limburg en Brabant) en heb ik het risico vermeden dat ik in deze hectische tijd als leraar overspannen thuis zou komen zitten.”  Hij besteedde veel tijd aan de kleine gemeenschap van Sluis13 en wist hen zo te motiveren, dat toen de school, het hart van die gemeenschap, in 1992 op gezag van het ministerie moest verdwijnen, er door vrijwilligers een gemeenschapshuis voor in de plaats is gekomen.

In diezelfde tijd kwam Geert een dag in de week naar Gemert om daar te werken op de Missie Informatie Dienst. Aan zijn activiteiten kwam tamelijk abrupt een einde, toen bij hem darmkanker werd geconstateerd. Een zware operatie volgde. Geert moest niet alleen leren leven met een stoma, maar heeft daarnaast jarenlang last gehad van verkleving in de darmen. Gelukkig is dit goed gekomen, al moest hij zich strikt houden aan een streng dieet. Zijn zelfstandig wonen moest hij vanaf die tijd opgeven en zijn intrek nemen bij de communiteit aan de Coenraad Abelsstraat.  Met deze communiteit verhuisde hij in 2011 naar Gennep.

Geert was een echte medebroeder, op wie je, als hij vrij was, nooit tevergeefs een beroep deed. Wanneer het in Weert spaak liep in de huisorganisatie, zag hij dat en hielp meteen om het op te lossen. Hij maakte schoon, ruimde sneeuw, deed boodschappen, deed de afwas, zorgde voor de tuin, maar vooral ook zorgde hij voor de zieken en bezocht hen in het ziekenhuis.

Hij had oog voor de natuur en op zijn appartement stonden in een vaasje prachtige herfstblaadjes, waar hij je op wees, wanneer je bij hem kwam. Een week geleden kon hij nog genieten van twee eekhoorntjes, die kwamen drinken in het prieeltje, dat de laatste tijd zijn favoriete plek was, wanneer het weer het toestond.

Begin deze maand heeft hij tegen zijn gewoonte in zijn verjaardag gevierd met zussen, broers en aanhang. Hij heeft ervan genoten, al was hij daarna enkele dagen verschrikkelijk moe. Het is een afscheid geweest, want Geert voelde dat het einde van zijn leven niet ver meer weg was.

Iedereen in zijn omgeving zag dat einde aankomen, maar bij Geert wist je het nooit, want vorig jaar op deze tijd, dachten we dat ook al. Geert bleef zo veel mogelijk met alles mee doen, al werd het lopen sloffen en de rollator een rolstoel. Iets waar hij verschrikkelijk veel moeite mee had. Donderdag moest hij de strijd opgeven, maar zijn humor verloor hij niet.

Zijn familie verliest een betrokken en geliefde broer en oom. Wij verliezen in hem een humorvol, betrokken, geliefde en trouwe medebroeder.

Namens het provinciaal Bestuur

Koos Gordijn

 

Contactadressen:

Fam. P.Schöer-Jansen                                       Congregatie van de H.Geest

Herman Linnebankhof  6                                    Spoorstraat 159 

5402 WG Uden                                                 6591 GT Gennep        

 

Share this article:

Door met lezen
108 Hits
MEI
17
0

Ted Rutjes

Op 10 mei 2018 om 18.40 uur is Ted rustig ingeslapen. Het ging al lange tijd niet goed met Ted, zijn gezondheid was erg wisselend. Na een bezoekje aan hem kwam de een terug met de opmerking: “Hij zal het niet lang meer maken“, terwijl een ander die hem twee uur bezocht, zei: “Theo (want zo noemden de meesten van ons hem) zat weer achter de computer een spelletje te spelen en zat weer volop grappen”. Dit was de situatie gedurende de laatste maanden, maar eergisteren zei hij: ”Ik geef het op, het gaat niet meer.” en vroeg of er van nu af aan bij hem gewaakt kon worden. Na een lange strijd is er aan zijn leven en zijn leed een einde gekomen.

Ted werd geboren op 13 januari 1925 te Duisburg in Duitsland. Als schipperszoon heeft hij de lagere school op verschillende plaatsen doorlopen. Zijn ULO diploma haalde hij in Rotterdam. Daarna wilde hij naar de MTS, maar de dienstplicht en het uitbreken van de oorlog maakte dat onmogelijk. Na de oorlog besloot hij om voor priester te gaan studeren en in 1945 begon hij zijn studies in Uden. Met enkele anderen kreeg hij daar een ‘stoomcursus’ latijn en grieks om na twee trimesters te worden toegelaten tot het tweede jaar. In 1950 wilde hij zijn noviciaat maken bij de Jezuïeten, maar hier werd hij niet aangenomen. Hij koos er toen voor om missionaris te worden en deed zijn aanvrage bij de Congregatie van de heilige Geest. Op 6 september 1950 begon hij zijn noviciaat in Gennep. Zijn hogere studies maakte hij in Gemert en werd daar op 15 juli 1956 door Monseigneur Kramer OFM tot priester gewijd. Hij kreeg een benoeming voor het toenmalige Belgische Kongo en men raadde hem aan een jaar de koloniale school in Brussel te volgen. In 1958 vertrok hij naar de Kongo en werd in Lokandu kapelaan van de parochie en directeur van de lagere school. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar Kindu, waar hij dezelfde functies kreeg. In 1964 keert hij weer terug in Lokandu, waar hij nu overste wordt en directeur van het klein seminarie, dat hij daar zelf opricht.

Helaas verloopt de overgang naar onafhankelijkheid in Kongo niet op vredige wijze en wordt Ted in 1964 met nog twintig collega-missionarissen door rebellen gevangen genomen. Na doodsbedreigingen vanwege de acties van het nationale leger, werden zij na een week onverwachts door dat nationale leger bevrijd. Hen werd aangeraden zo snel mogelijk het land te verlaten.

Terug in Nederland kwam hij in Rhenen terecht en werd hij benoemd tot propagandist.

In 1965 kan hij weer terug naar de Kongo en werkte er dan achtereenvolgens in Kindu, Kibombo en Tokolota.

In 1996 besluit Ted definitief naar Nederland terug te keren en verblijft eerst in Gemert en daarna op een flatje in Gennep, waar hij zo lang hij het kan, hij hand- en spandiensten verricht voor ieder, die een beroep op hem doet.

Zolang als zijn gezondheid het hem toelaat, gaat hij ieder jaar naar de “Kongolodag” in Gentinnes (België). Aan zijn verblijf in Kongo heeft hij goede contacten en vriendschappen overgehouden met onze Belgische medebroeders, die hem dan ook regelmatig in Gennep komen opzoeken.

Wanneer het moeilijk voor hem wordt om zelf voor zijn broodmaaltijden te zorgen, verhuist hij naar Spiritijnenhof. Na enkele dagen is hij echter weer terug op zijn flat, want in Spiritijnenhof vindt hij het veel te koud. Ted hield van warmte.

Wanneer zijn gezondheid verder achteruit gaat en hij meer zorg nodig heeft, verhuist hij naar de Libermannhof, waar hij een appartement krijgt aan de zonkant en een verwarming heeft, waarvan hij zelf de knoppen kan bedienen.

Ted was kritisch, maar niet op een vervelende manier. Hij was kritisch op de gang van zaken in Libermannhof, want alles veranderde zo maar. Hij kon kritiek hebben op het personeel, maar had hele goede banden met hen. Zijn humor heeft hij behouden tot bijna de laatste dag. Het was dan ook geen kruis om bij hem op bezoek te gaan en bezoek kreeg hij dan ook tamelijk veel. Soms vond hij het zelf wat te veel en te vermoeiend.

Zo lang hij kon, nam Ted deel aan onze bijeenkomsten, als ze maar niet te lang duurden. Want dan kon hij wel eens in slaap vallen. Van de Nederlandse spiritijnen zal Ted degene zijn die de meeste “spiritijnse maanden” heeft meegemaakt en dat niet alleen maar, omdat hij wel van reizen hield. Hij wilde op de hoogte blijven en kritisch de ontwikkelingen in de congregatie en in de kerk blijven volgen.

Wanneer een medebroeder  overleed, die jonger was dan hij, dan vond hij dat ze hem voorkropen, maar in feite kon Ted zelf het leven ook maar moeilijk loslaten. Ted was nooit een grote eter geweest, zeker wat de warme maaltijden betreft, maar de laatste weken viel hem dat nog zwaarder en vermagerde hij wel heel erg. Hij was op, vandaar dat hij het wel op moest geven.

Wij verliezen in Ted een heel prettige humoristische medebroeder en zijn neven en nichten een prettige, plezierige oom.

Op woensdag 16 mei om 11.00 uur nemen we afscheid nemen van pater Ted Rutjes tijdens een eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert.

Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in die kerk. Na de viering zal de begrafenis plaats vinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

Er is parkeergelegenheid naast de kerk, bereikbaar via de rondweg.

Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9 te Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

                                                                                                                                                                J.Gordijn CSSp.

Correspondentieadressen

Dhr. J. Hendriks, Groenestraat 8, 6911 KV Pannerden       

Congregatie van de H. Geest, Spoorstraat 159, 6591 GT  Gennep                                          

Share this article:

Door met lezen
142 Hits
APR
05
0

Gerard Hogema

Geheel onverwachts is vandaag, 31 maart 2018, een dierbaar familielid, een medebroeder en vriend van ons heengegaan. Een val in de badkamer enkele dagen geleden is Gerard Hogema fataal geworden. Niemand dacht er toen aan dat we op Goede Vrijdagavond hem in het ziekenhuis te Helmond het sacrament der zieken zouden toedienen. Hij heeft dit ziekensacrament nog heel bewust meegemaakt. Enkele uren later is hij in het bijzijn van enkele familieleden en vrienden vredig ingeslapen.
Gerard is geboren op 10 december 1929 in Amsterdam, in een gezin met 7 kinderen. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1946 op 17-jarige leeftijd naar het Missiehuis in Weert. Hij koos voor de Congregatie van de H. Geest, omdat hij priester-missionaris wilde worden om in de binnenlanden van Afrika of Brazilië te kunnen gaan werken. Een van zijn leraren herinnert zich Gerard ‘als een rustige serieuze leerling, maar betwijfelt of hij het altijd eens was met de visie van zijn leraren. Een van zijn hobby’s was toneelspelen’. Na een jaar noviciaat deed hij in 1953 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 21 september 1958 ontving hij daar de priesterwijding. Een jaar later kreeg hij als enige van zijn klas een benoeming voor Nederland. Het was voor hem een bittere pil, maar de gelofte van gehoorzaamheid was er om haar gestand te doen. Gerard schikte zich in zijn lot en begon aan zijn missie in Nederland. ‘Uit aanvaarding spruit overgave voort’, zal hij bij zijn 50-jarig priesterfeest zeggen. Twee jaar was hij secretaris van de provinciaal, daarna zeven jaar leraar op ons seminarie voor late roepingen in Hattem. In 1968 ging zijn wens in vervulling om in de directe parochiepastoraal werkzaam te mogen zijn. Hij koos toen voor het bisdom Haarlem en was daar achtereenvolgens werkzaam als kapelaan in Heiloo en Beverwijk en vanaf 1976 pastoor in Zaandam. Toen hem in 1984 door het provinciaal bestuur gevraagd werd om naar Gemert te komen in de parochie Gemert-kern met speciale aandacht voor de Gerardus parochie, zal dat voor hem best een moeilijke beslissing geweest zijn, want in Zaandam moest hij een bloeiende en goed georganiseerde parochie achterlaten. Hij was eraan verknocht en de parochianen zagen hem node gaan. Zijn motto ‘Kerk, wij samen’ had hij er met verve in praktijk gebracht. In Gemert maakte hij deel uit van een pastoraal team, samen met Thei Goossens en Guus Biemans. Hij was een weloverwogen parochiebestuurder en een kritische meedenker. In 1988 werd hij deken van het dekenaat Gemert en werd zo ook een tussenschakel in de relaties met het bisdom. Van Gerard mogen we wel zeggen dat hij zich in al de jaren van zijn pastoraat in Gemert met hart en ziel heeft ingezet en zich ten volle gegeven heeft aan zijn taak. Hij slaagde er niet alleen in goed in te burgeren in de parochie maar eveneens in de Gemertse gemeenschap. Hij had aandacht en zorg voor het vormgeven aan waardige en aansprekende liturgische vieringen, stuurde pastorale werkgroepen aan, bezocht zieken, verzorgde stervensbegeleiding, besteedde aandacht aan scholen en verengingen, nam het moderatorschap op zich van de scouting, de NCB-afdeling Gemert en van het zieken-triduüm. Zijn goed ingeburgerd-zijn in
het Gemertse blijkt uit zijn gewaardeerde humorvolle toespraken en preken bij gelegenheid van Gildefeesten en de jaarlijkse carnavals-mis.
Gerard was een pastor tussen de mensen, ieder had het recht om zichzelf te zijn. Gerard had zo zijn eigen ideeën, maar hij gunde een ander ook zijn of haar ideeën, zolang er maar uitgegaan werd van wederzijds respect
Gerard had ook 34 jaar lang een belangrijke nevenfunctie: hij was reserveaalmoezenier bij de landmacht. Dat hield in dat hij tweemaal per jaar opgeroepen werd voor een bivakoefening, meestal 3 weken in Duitsland. Eerst als kapitein, later als majoor vervulde hij de taken die een geestelijk verzorger in het leger ten deel vallen. Hij ging voor - soms samen met een dominee - bij kerkdiensten, was bedienaar van de sacramenten voor de manschappen en hun geestelijk vertrouwensman. De contacten met zijn ex-collega’s hield hij aan. Jarenlang ging hij wekelijks getrouw vanuit Gemert nog naar Amsterdam om er met de veteranen een potje volleybal te spelen.
In 2011, op 71-jarige leeftijd, ging hij met emeritaat, dat wil zeggen dat hij in betrekkelijke rust van zijn nadagen ging genieten. Hij ging wonen in Bakel, vanwaar hij aanvankelijk nog regelmatig assistenties verleende in de buurtparochies. De laatste jaren was hij een trouw en actief lid van de Kapelgroep Gemert. Maar ook op sociaal gebied bleef hij zich inzetten. Zo heeft hij menig vluchteling en asielzoeker met voldoening Nederlandse taalles gegeven.
De laatste jaren nam zijn gezondheid zienderogen af. Zijn gezichtsvermogen ging steeds verder achteruit. Hij moest zijn auto laten staan, wat hem zeer zwaar viel. Ook het lopen ging steeds moeilijker. Maar gelukkig wist hij zich omringd door vele goede vrienden die hem meer en meer bijstonden en hielpen op velerlei gebied. Dankzij hun hulp kon aan zijn wens om in Bakel te blijven wonen voldaan worden. Hij liet de laatste paar dagen van zijn leven wel merken hoe blij en erkentelijk hij iedereen daarvoor was. Maar te snel en geheel onverwachts hebben we afscheid moeten nemen van een dierbaar en hartelijk familielid, van een humorvolle medebroeder en een zeer gewaardeerde en sympathieke vriend.
Met zijn overlijden komt er een einde aan dit bijzonder leven. Gerard bedankt. Rust in vrede.
U kunt afscheid van Pastor Hogema nemen op donderdag, 05 april van 18.15 uur tot 19.00 uur in “Residence Waterhof” ’t Hoogh Huys 3 te Gemert.
De Plechtige Uitvaart wordt gehouden op vrijdag, 06 april om 11.00 uur in de kerk St. Jan Onthoofding te Gemert (Kerkstraat) waarna we Gerard te rusten zullen leggen op het kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in de kerk.
Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant “Bij Dientje” Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk. Er is parkeergelegenheid achter de kerk (bereikbaar vanaf de Rondweg) of op de Kasteellaan.

Namens het Provinciaal Bestuur
Martin van Moorsel CSSp

Contactadressen:

Fam. Kroon-Hogema    -    Waalstraat 94.11    -    1079 EB Amsterdam   

Congregatie van de H. Geest    -    Spoorstraat 159    -    6591 GT Gennep                                       

Share this article:

Door met lezen
223 Hits
Ga naar boven