Congregatie van de H. Geest Marian Wooning heeft zijn/haar biografie nog niet ingesteld
JUNI
04
0

Louis Verhaag

Vanmorgen, 1 juni 2020,  kregen wij het bericht dat pater Louis Verhaag in zijn slaap was overleden. Het kwam voor ons allen als een volkomen verrassing. Enkele weken geleden had hij ons nog verteld dat hij in de loop van het volgend jaar, na zijn 25-jarig jubileum als pastoor van Kessel, naar Gennep zou komen. Het is dus heel anders gelopen!

Louis is geboren in Sevenum op 26 augustus 1937. Al heel jong wilde hij “naar de missie”. Daarom ging hij in 1950 naar het kleinseminarie van de Congregatie van de H. Geest in Weert om pater te worden. Dat liep aanvankelijk goed maar na enkele jaren werd het te moeilijk voor hem en daarom ging hij in 1956 naar Baarle-Nassau om broeder te worden.

Dat ging hem veel beter af. Hij leerde er het vak van zijn vader, timmerman, en vertrok in 1965 als broeder timmerman naar Kameroen. Daar vond hij al gauw zijn plek in Doumé en later in Bertoua als baas van wat wij de timmerwinkel noemden. Daar toonde hij zijn gaven om de timmerlui hun vak te leren en met klanten om te gaan. Hij ontwikkelde zich tot een bekwaam bouwer voor de toenmalige bisschop van het bisdom Doumé, Mgr. Lambertus van Heygen. Hij heeft er dan ook meerdere gebouwen op zijn naam staan zoals de kerk in de stad Lomié, meerdere zustershuizen en ziekenhuisjes (dispensaires) en kapellen. In Bertoua stond hij ook altijd klaar om zieken en gewonden te helpen en speelde hij tijdens de hoogmis op zondag op het harmonium in de kerk.

En toch zou hij niet doorgaan met het bouwen van kerken en huizen, want hij bleef zoeken naar iets meer en samen met broeder Jan Braspenning, die ook zoekende was naar iets meer, zette hij in 1977 de stap om toch nog priester te worden. Jan Braspenning was verpleger. Dat heeft een hele voorbereiding gehad voor het werkelijk zover kwam. Veel geschrijf over en weer met de leiding van de Provincie van de Congregatie in Nederland en met het Algemeen Bestuur in Rome. Dat leidde er tenslotte toe dat beiden in 1977 aan de hogere studies begonnen, eerst een cursus in Fribourg (Ecole de la foi) in Zwitserland en daarna in Brussel op de C.E.T.E.P. (Centre d’Etudes Théologiques et Pastorales).

Beiden werden daarna in hun eigen dorp priester gewijd. Louis werd op 12 juli 1981 in Sevenum door Mgr. Lambert van Heygen gewijd en hij ging nu terug als priester-missionaris naar Kameroen!

Hij begon daar in 1981 als priester in de parochie van Messamena, waar hij zich  ontpopte als een bewogen pastor die werd bemind door zijn parochianen. Hij kon er ook zijn vroegere vakkennis vaak gebruiken om naast het pastorale werk ook het zustershuis te bouwen voor de zusters Bene Theresia uit Burundi met een dispensaire (ziekenhuisje) en een parochiezaal. Dat deed hij trouwens ook elders, waar het nodig was om te helpen of advies te geven.  Zo voelde Louis zich als een vis in het water. Ieder had graag met hem te doen en het was ook prettig om als collega met hem samen te werken.

Dat had natuurlijk ook de bisschop wel in de gaten en dat leidde ertoe dat hij Louis graag als procureur op de Procuur in Bertoua wilde hebben. Dat wilde Louis ook wel onder de voorwaarde dat hij daarnaast ook parochiewerk kon doen. Dat was geen probleem en zo combineerde hij zijn procureurschap met assistentie in een nog verder op te bouwen parochie in de wijk Tigaza in de hoofdstad van het Oosten, Bertoua. Dat kwam ook geweldig goed uit voor de pastoor van die nieuwe parochie, pater Kees Vreeburg, die Louis goed kon gebruiken bij de bouw van de nieuwe kerk en pastorie. Ook daar heeft Louis enkele gelukkige jaren gekend als pastor en als adviseur met de gaven die hij bezat.

En toch is Louis niet als missionaris in Kameroen gebleven. Er kwamen vele veranderingen in Kameroen zelf met de opkomst van eigen pastores. Er kwam zelfs een grootseminarie in Bertoua. Het idee om naar iets anders te gaan zoeken in Nederland begon in hem te groeien en zo is hij, na weer veel heen en weer geschrijf in 1996 naar Nederland teruggegaan. Daar is hij in Kessel terecht gekomen, waar men hem na nadere kennismaking graag als pastoor wilde hebben. Dat vroeg wel om eerst een tijdje met de pastoor mee te lopen en dan daarna zelf pastoor te worden. Hij liet zich ook graag ‘meneer pastoor’ noemen. Maar hij was het ook! Hij heeft zich met hart en ziel voor die parochie ingezet. Dat ging allemaal niet onopgemerkt voorbij. Hij kreeg een koninklijke onderscheiding voor zijn inzet voor de missie en voor zijn hulp aan arme mensen en aan kinderen in het bijzonder. Verder was hij de geestelijk adviseur van verschillende verenigingen, wat hij ook heel graag deed. Hij deed ook mee aan vele bedevaarten en ging meerdere keren terug naar Kameroen, alleen of bij gelegenheid van een jubileum met collega’s, paters en broeders met wie hij daar gewerkt had. Dan ontmoette hij er vele bekenden en hielp hen ook steeds als dat nodig was. Hij liet zo zien hoe hij dicht bij de mensen stond en met hen meeleefde, in lief en leed.

Wij spiritijnen verliezen in Louis een geliefde medebroeder en zijn familie een fijne (schoon)broer, oom of neef. Dat hij nu mag rusten in de vrede van de Heer, die hem geroepen heeft als bouwer en pastoor in Kameroen en in Nederland.

We nemen afscheid van pater Louis Verhaag in Kessel in besloten kring, waarna hij begraven zal worden op het parochiekerkhof in Kessel.

pater Kees Bruin CSSp

 

Correspondentieadressen:

Familie:                   Familie Verhaag – Thijssen,    Mgr. Verstraelenstraat 30,    5975 XM SEVENUM                                                           

Parochiebestuur:      Parochie Maria Onbevlekt Ontvangen,     Maasstraat 1,   5995 NA  KESSEL EIK

Congregatie:            Congregatie van de H. Geest,    Spoorstraat 159,    6591 GT Gennep

Share this article:

Door met lezen
188 Hits
JUNI
04
0

Toon Jansen

 

In de vroege morgen van het Pinksterfeest, 31 mei 2020,  heeft onze geliefde medebroeder Toon Jansen na een diepe zucht zijn leven teruggegeven aan de God.  Dit rijke leven beschrijven, van een man die zoveel heeft gedaan in zijn missionaire leven, is geen gemakkelijke opgave.

Toon werd geboren in Gilze-Rijen op 7 februari 1933 als vijfde zoon in een gezin met zes kinderen. Vader en moeder Jansen waren diepgelovige mensen en waren heel actief in de parochie van Rijen. Toon was als kleine jongen misdienaar en in die omgeving is zijn roeping tot het religieuze leven en tot het priesterschap begonnen. Als jochie van 13 jaar ging hij in 1946 naar het kleinseminarie van de Congregatie van de heilige Geest in Weert. Het was vlak na de oorlog en het seminarie in Weert was betaalbaar voor zijn ouders. Toon had geen problemen met de studie en voelde zich daar thuis. Na zes jaar in 1952 ging hij met zijn klas een jaar naar Gennep waar het noviciaat was van de Congregatie. Het was een jaar van voorbereiding op het religieuze leven.

 Na Gennep begon hij aan zijn hogere studies in Gemert, filosofie en theologie. In 1958 werd hij op 21 september priester gewijd en het jaar daarop, op 11 juli 1959, werd hij benoemd voor het Amazonegebied in Brazilië.

De interesse voor het Amazonegebied is vooral gekomen door de verhalen van de missionarissen die in de opleidingshuizen langs kwamen tijdens hun verlof in Nederland.

Toon vertrok naar Brazilië samen met zijn klasgenoot Joop de Lange, ook zo’n grote Amazone missionaris, met als eerste standplaats São Paulo. Ze bleven daar een jaar voor de taalstudie en pastorale vaardigheid.

In 1960 kreeg Toon als eerste benoeming de parochie van Fonte Boa aangewezen. Fonte Boa is tegenwoordig een goed georganiseerde stad, maar in die tijd was dat wel anders. Er was geen dokter er was heel veel analfabetisme en bekwame mensen voor de scholen waren ook schaars. Genoeg werk dus om aan te pakken. Het was een tijd van aanpassen, nieuwe eetgewoontes, een ander klimaat en de taal van het volk leren verstaan. Hij heeft deze eerste tijd altijd gezien als een goede leertijd. Toon was toen 27 jaar, jong en sterk. Vele vrouwenharten moeten heviger geklopt hebben bij het zien van het werk van deze dynamische jonge priester.

Verschillende medebroeders stapten in die tijd uit het ambt, trouwden en gingen een andere weg. Toon bleef trouw aan zijn jawoord aan God. Zijn liefde ging uit naar de kinderen, de jongeren en de meest behoeftige mensen. Daar zette hij zich voor in. Eerst hun situatie verbeteren en dan evangeliseren was zijn optie.

Toon heeft altijd contact gehouden met zijn ex-collega’s en hun capaciteiten benut voor zijn pastoraal werk.

In de jaren 70 was hij werkzaam in een van de buitenwijken van de hoofdstad van de Amazonas, Manaus, in de parochie São Raimundo. Ook daar was veel werk te doen en Toon besteedde veel tijd aan catechese en aan vorming van leiders. Het was in de Latijns Amerikaanse kerk de tijd van vernieuwing. Vooral door de besluiten en voorstellen van de twee grote bisschoppenconferenties van Medelin en van Puebla. Het was het moment dat de besluiten van het tweede Vaticaans concilie werden toegepast voor de kerk in Zuid-Amerika. “Het volk Gods onderweg “. De uitgegeven documenten waren voor Toon de leidraad voor zijn pastorale aanpak.

In de jaren 90 werkte hij in de plaats Caruari, een plaats gelegen aan de rivier de Juruá, waarin hij zich onder andere inzette voor al de rubbertappers, voor betere leefomstandigheden voor hen.

In 2000 nam een andere Congregatie van religieuzen de parochie daar over en vertrok Toon naar Téfé. Ondertussen was hij gekozen als districtsoverste en deze functie heeft hij twee periodes van drie jaar vervuld. In die functie bleef hij toch actief in parochies en vormingswerk, alhoewel hij vaak moest reizen om de medebroeders te bezoeken. Toon was onvermoeibaar en bezat een enorme energie.

In 2013 besloot hij terug naar Nederland te komen en in de zeven jaar dat hij hier was is hij nog twee keer terug geweest, waarvan een keer voor de opnames  van de film ‘Getuigenis van een missie’. Volgens mij heeft hij nooit echt afscheid genomen van de Amazonas. Hij droeg Amazonas in zijn hart mee en bleef intensief contact onderhouden met de mensen.

Als hij voorging in de vieringen hier in ons huis dan gaf hij de indruk alsof hij voor een volle kerk stond ergens in de Amazonas. Hij preekte met een flinke stem en vol passie.

Na de dood van Toon Gruijters, die ook jaren in Amazonas heeft gewerkt, ging het met Toons gezondheid ook achteruit, een langzaam proces van inleveren. De laatste weken heb ik de correspondentie met de mensen ginds van hem overgenomen, hij kon het zelf niet langer bijhouden. De mensen reageerden emotioneel op zijn ziekte en, zoals de Brazilianen dat kunnen, prezen ze hem met hun woorden de hemel in.

Het commentaar van Toon was dan: ‘Als God er ook maar zo over denkt’. Hij dacht dat hij nog te weinig had gedaan.

Ik ben er zeker van dat veel mensen ginds verdrietig zijn om de dood van hun vriend en vader, want dat was hij voor hen.

Zo is een groot man van ons heengegaan, maar de sporen die hij daar achterliet zullen niet gauw worden uitgewist.

De woorden die Jezus op het eind van zijn leven sprak tot zijn apostelen gelden zeker ook voor onze Toon: “Vader, U wilt dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn”. Joh 17.

Dat Padre Antônio, Toon, nu mag rusten in de vrede van de Heer!

We nemen afscheid van pater Toon Jansen in Gemert in besloten kring, waarna hij begraven zal worden op ons kerkhof in Gemert.

pater Bert van Tol  CSSp

Correspondentieadressen:

Familie:

Familie J. Leijten – Jansen, Laagstraat 52, 5121 ZG RIJEN

Congregatie:

Congregatie van de H. Geest, Spoorstraat 159, 6591 GT Gennep

Share this article:

Door met lezen
167 Hits
JUNI
04
0

Ton van Schaik

Op zaterdagavond 30 mei 2020, is  kort voor middernacht  pater Ton van Schaik overleden in het zorgcentrum Norbertushof  in Gennep.

Ton was daar nog maar enkele dagen eerder opgenomen, nadat hij uit het Radboudziekenhuis ontslagen was en vervolgens nog een dag  in het verzorgingshuis Madeleine in Boxmeer had doorgebracht.

De zorg die Ton nodig had kon hem hier in de Spiritijnenhof niet gegeven worden, en alle appartementen in Libermannhof waren bezet, zodat Ton werd opgenomen in Norbertushof.

De afgelopen  jaren heeft Ton veel problemen gehad met zijn gezondheid: een tumor tegen de blaas die niet door een operatie verwijderd kon worden, een nier die niet goed meer werkte….. Ton kreeg daardoor twee katheders aangelegd die regelmatig problemen veroorzaakten, waardoor hij regelmatig  opgenomen moest worden in het Radboud ziekenhuis. Na een val brak hij een heup, waaraan hij al eens eerder geopereerd was geweest in het ziekenhuis te Helmond met als gevolg dat hij voor de nieuwe heupoperatie door Nijmegen werd doorgestuurd naar Helmond. Voor de revalidatie na die operatie verbleef hij nog twee maanden in Helmond. Een heel medisch dossier dat we hier natuurlijk niet helemaal kunnen weergeven.                                   

Ton werd op 7 december 1936 geboren in Polsbroek in de provincie Utrecht. Na de lagere school in Polsbroek heeft Ton een jaar op het internaat van  de Passionisten in Mook lessen gevolgd. Nadien heeft hij twee jaar avond-ulo gehad. Ook is hij voor zijn militaire dienstplicht  twee jaar bij het legeronderdeel “Huzaren” ingedeeld geweest. Op 1  september 1959 was hij voornemens om in te treden bij de Fraters van Tilburg maar dit kon geen doorgang vinden en is hij een tijdje als kantoorbediende bij van Gend en Loos werkzaam geweest.

Intussen groeide bij hem de overtuiging dat hij priester missionaris wilde worden en meldde zich in 1960 aan bij het seminarie voor late roepingen van de Congregatie van de H. Geest in Hattem.  In 1962 begon hij zijn noviciaat in Gennep, waar hij een jaar later, op 15 augustus 1963 de eerste geloften aflegde. Na filosofie en  theologie studie in Gemert (Spinola) en in Eindhoven (TIE) werd Ton  op 21 september 1968 priestergewijd door Mgr. Van Elswijk in de parochie Cabauw waar Polsbroek, zijn geboortedorp, onderdeel van uitmaakte.

Gedurende zijn laatste studie jaren in Gemert was Ton  reeds betrokken bij het  jeugdwerk aldaar en kwam hij ook al in contact  met de GGZ in Boekel bij zijn werk op Huize Padua. Binnen het kader van het jeugdwerk in Gemert werd de kelder onder het toneel van de grote zaal van het kasteel in Gemert door Ton als jeugdhonk gebruikt. Ton had daarnaast ook veel individuele contacten met mensen in Gemert en hield zich ook bezig met de Roma en Sinti bevolking. In 1970 maakte Ton  een stage  in Maastricht om daarna als geestelijk verzorger op Huize Padua in Boekel aangesteld te worden. Deze periode wordt in 1999 afgesloten met een officiële receptie bij het bereiken van OBU-leeftijd.

Toen de Congregatie in 2010 van Gemert naar Gennep verhuisde, ging Ton niet mee. Zoals hij zelf aangeeft in een van zijn brieven: Verhuizen naar Gennep en de contacten achter laten was een waar schrikbeeld voor hem. Dat hij in 2016 toch besluit om naar Gennep te gaan, heeft hem dan ook heel wat moeite gekost. Het was wel duidelijk dat er gedurende zijn  laatste jaren  in Gemert veel misbruik werd gemaakt van zijn goedheid.

Zijn laatste jaren hier in Gennep zijn, ondanks een afnemende gezondheid en meerdere kortere of langere opnames in het ziekenhuis, voor hem toch rustgevend geweest. Hij sprak dan ook zijn dank uit voor de zorg en aandacht die hij hier kreeg, al bleef hij al die tijd met nostalgie aan Gemert terugdenken.

We nemen afscheid van pater Ton van Schaik hier in Gennep in besloten kring, waarna hij begraven zal worden op ons kerkhof in Gemert.

Namens het provinciaal bestuur

P. Delisse CSSP 

Correspondentieadres:

Congregatie van de H. Geest,   Spoorstraat 159   6591 GT  GENNEP

 

Share this article:

Door met lezen
199 Hits
APR
06
0

Ben Visbeek

 

Gisteravond, 1 april, rond 19h.15, is pater Ben Visbeek rustig overleden op zijn kamer in Gennep. Hij was de avond ervoor in zijn kamer gevallen en moest door de verpleging verzorgd worden en ook de dokter werd erbij geroepen. De dokter vond het beter dat Ben in quarantaine kwam. Hij had ook zuurstof nodig, omdat hij het soms heel erg benauwd had. Alleen Jules Habets, die hem al een hele tijd verzorgde, en Gerry, hoofd van de verpleging, mochten nog bij hem komen en kijken hoe het met hem ging. Ben was al een hele tijd gebonden aan een rollator en steeds vaker ook aan een rolstoel om zich te verplaatsen. We zagen ook dat hij dat steeds meer nodig had. Toch kwam voor ieder van ons zijn overlijden onverwacht.

Ben is op 20 januari 1931 geboren in Amsterdam en begon op 17 september 1945 met de priesteropleiding op ons kleinseminarie in Weert, ging in 1951 naar het noviciaat in Gennep en begon in september 1952 met zijn studie filosofie en theologie in Gemert. Daar werd hij op 21 juli 1957 priester gewijd door monseigneur H. van Elswijk. Hij was een van de 18 die er in dat jaar werden gewijd.

Ben werd benoemd voor Kameroen en ging daarom eerst naar Parijs voor een cursus frans aan de Alliance Française. In Kameroen begon Ben in 1959 opnieuw met de studie van een taal, het ewondo, dat hij later uitstekend zou gaan spreken in Oost Kameroen. Hij deed dit in Bertoua, de latere hoofdstad van Oost-Kameroen. Zijn eerste missiepost was Ndelele, waar hij zijn eerste ervaringen opdeed als missionaris in de “brousse”. Al heel gauw was hij daar alleen tussen mensen die geen ewondo spraken, want het waren Kakas. Daar bleef hij zijn eerste jaren tot hij benoemd werd voor Abong-Mbang. Daar groeide hij uit tot een ware brousse-missionaris, altijd op stap naar de dorpen tijdens de vele “tournées” . Hij zat daar met pater Toon van der Zanden, die zich meer bemoeide met de stad en vooral met de scholen en die ook de contacten onderhield met de ambtenaren, de onderwijzers en de vele kinderen van de missieschool.

Iedereen kende Ben daar als hij in zijn 3CV langs kwam rijden door zijn speciale manier van chaufferen. Als hij naar enkele dorpen moest die moeilijk met dat wagentje te bereiken waren, ging ik met de landrover van Lomié met hem mee zover als we konden en deden dan de rest te voet. 1n 1978 werd hij benoemd voor Essiengbot dat beroemd was om de “boucle de Dja”, een gebied waar je alleen maar met de auto naar toe kon in het droge seizoen. Daar

heb ik hem opgevolgd zoals op meerdere andere missies waar hij ook gewerkt had.

Ben was naast de brousse-pater ook iemand die veel aandacht heeft besteed aan de vorming van de catechisten en de parochieraden. Hij werkte mee aan het vertalen in het ewondo van een missaal voor de catechisten . En samen met anderen aan het maken van cursussen voor de vorming van de parochieraden en de catechese voor volwassenen. Ben wist vaak precies een bijbeltekst te vinden, die we daarvoor nodig hadden.

In 1986 kwam hij voor het eerst in Lomié, waar hij na een jaar studie aan de AFM in Parijs tot 1994 bleef. Toen kwam hij weer terug in Abong-Mbang, waar ik al enige tijd was, en hebben we enkele jaren samengewerkt.

Ben heeft vele jaren samen gewerkt met Jan Schiks. Ze waren bijna onafscheidelijk geworden van elkaar. En langzaamaan kwam de tijd dat ze het stokje moesten overgeven aan de eigen clerus van Kameroen of aan jongere collega’s van onze congregatie of van de Pallotijnen. Ze bleven van de Nederlandse Spiritijnen als de laatste 2 over in het Oosten. En in 2002 was het zover: Ben kwam naar Nederland terug in Weert en enkele tijd later ook Jan Schiks. Daar hebben ze samen in de Fatima-parochie gewerkt, hun feesten gevierd en Ben kreeg er zelfs een onderscheiding van Weert. In 2011 kwamen ze bij ons in Gennep wonen om ‘uit te rusten” van het vele werk als missionaris in Kameroen en hier in Nederland.

In 2006 ben ik samen met Ben en Jan naar Kameroen geweest voor het 50-jarig feest van het bisdom. We gingen er naar de dorpen en missies waar we alle drie wel eens waren geweest. De mensen stonden in een mum van tijd om ons heen en er ging een gejuich op dat ver in de omtrek was te horen, en onze namen werden luid gescandeerd toen ze ons herkend hadden. Wat was dat een mooie reis samen en wat heeft Ben ervan genoten, evenals Jan en ik.

Ben was in Gennep ook heel actief en wilde met alles meedoen als het enigszins kon: voorgaan in de eucharistie, voorbidden en voorzingen bij het breviergebed ’s morgens en ’s avonds, mee helpen in de refter, enz. Hij had zijn gewoonten en daar hield hij heel sterk aan vast tot het niet meer kon, want hij wandelde graag en hij was een doorzetter zoals ik hem altijd heb gekend. Wat zal hij een teksten hebben getypt in Kameroen en in het begin nog in Nederland. De computer was een stap te ver, maar typen kon  hij als de beste en dat liet hij horen ook !

We merkten de laatste maanden dat het voor Ben steeds moeilijker werd om zich te verplaatsen met de rollator. Hij kreeg problemen met zijn gezondheid en werd afhankelijk van de hulp van een verpleegster ’s morgens en ’s avond.  Maar die moesten dan wel precies op tijd komen als het enigszins kon, want daar stond hij op. Hij had vaak last van hoesten en kon dat niet altijd onderdrukken zoals hij dat had gewild. Op den duur werd hij in een rolstoel naar de kapel gebracht en naar beneden. Broeder Jules Habets heeft hem daarbij veel geholpen, ook toen het steeds  moelijker werd en hij ook op zijn kamer moest eten. Hij kwam nog wel enkele keren voor de koffie naar beneden tot enkele dagen geleden.

Ben bedankt voor het vele werk dat je verzet hebt en voor je leven als religieus en missionaris in Kameroen en in Nederland. We hopen dat je nu gelukkig bent in de handen van God.

Heel veel dank ook voor de verzorging door Proteion vanuit de Libermannhof en door onze hoofden van verzorging Gerry Aben en Lisselotte Gasseling, die Ben vaak hebben geholpen en vooral door Jules die altijd voor hem klaar stond.

We verliezen in Ben een fijne collega en zijn familie een geliefde broer en oom.

Dat hij nu rusten mag in vrede.

Helaas moeten wij nu in besloten kring afscheid nemen van pater Ben Visbeek. Wellicht kan hij later in een viering met meerderen herdacht worden.

 

Namens het provinciaal bestuur,

Kees Bruin

 

Correspondentieadressen:

De heer J. Visbeek                                        Congregatie van de H. Geest                        

Lopikhof 1                                                    Spoorstraat 159

Nellestein kamer 306                                     6591 GT Gennep

1108 GH Amsterdam

 

Share this article:

Door met lezen
429 Hits
MRT
26
0

Jacques Verhees

 

Vanmorgen, 23 maart 2020,  in alle vroegte is pater Jacques Verhees  op de leeftijd van 89 jaar in zorgcentrum Eegelshoeve in Someren van ons heengegaan. Jacques was al enige maanden ziek en heeft de gelegenheid gehad om van zijn vele vrienden en medewerkers heel bewust afscheid te nemen. Dit gold vooral voor Mw. Paula Hasslbäck, die gedurende al de jaren van zijn pastoraat zijn vertrouwde steun en toeverlaat was.

Jacques is op 14 augustus 1930 in Budel geboren en meldt zich op 17 september 1945 aan op het Missiehuis, het kleinseminarie van de Congregatie van de H. Geest, in Weert om aan de priesteropleiding te beginnen. Jacques doorloopt er zonder problemen de studiejaren, gaat in 1951 naar het noviciaat in Gennep om vervolgens vanaf 1952 in Gemert filosofie en theologie te studeren. Hij wordt op 20 juli 1957, samen met twee van zijn medebroeders (Paul Verweyen en Theo Kuypers), door Mgr. Bekkers priester gewijd in Budel.

Omdat Jacques een opvallend goed student is, wordt hij na zijn wijding door zijn overste meteen naar Fribourg (Zwitserland) gestuurd om verder te studeren. In 1959 loopt hij college aan de pauselijke universiteit in Rome.

Van 1960 tot 1969 treffen wij hem aan op het grootseminarie in Gemert als docent kerkgeschiedenis. Gedurende deze periode doceert hij ook aan het Theologisch Instituut Eindhoven.

Op 25 oktober 1968 verdedigt hij aan de universiteit van Nijmegen zijn doctorale thesis: “God in beweging”, een onderzoek naar de pneumatologie van Augustinus. Volgens vak-wetenschappers een doorbraak in het theologisch denken van die tijd. Jacques was dus doctor in de theologie, maar weinigen van zijn parochianen zullen daarvan op de hoogte zijn geweest.

Van 1969 tot 1977 is hij rector van het Missieklooster H. Bloed in Aarle -Rixtel en daarnaast lector aan de universiteit van Leuven.  Van 1977 tot 1981 treffen wij hem aan als pastor van de H. Hartparochie in Bergen op Zoom, waarna hij tot 1987 pastor wordt van de Ceciliaparochie in Veldhoven.

Zijn laatste pastorale werkterrein zal de Lambertusparochie in Someren zijn waar hij na een verblijf van 27 jaar in 2014 afscheid neemt en zich terugtrekt in zorgcentrum Eegelshoeve.

Als pastoor probeerde Jacques vooral de mensen in beweging te brengen, vragen te stellen en antwoorden los te weken. Op deze manier wist hij veel werkgroepen in het leven te roepen en ze in te schakelen in de pastorale activiteiten. Een belangrijke stelregel van hem was: “Mensen zijn belangrijker dan regels”.  Mensen zijn boeiend. De ontmoeting met hen is het mooiste aan het pastoraat. Als oogst van zijn activiteiten met vrijwilligers en werkgroepen ontstonden er meerdere boeken met gebeden, lezingen en liederen, te gebruiken voor vieringen bij diverse kerkelijke gelegenheden, voor jong en oud, en voor catechese. Wij kennen ze allemaal zijn boeken: Met de stem van je hart, Tot voorbij de nacht, Thematisch afgestemd, Hier gebeurt iets, Kinderen mogen het zeggen, enz. enz.  Op dit gebied was Jacques erg productief, hij was een gemakkelijk schrijver, zodat ook andere parochies ervan konden profiteren.

Jacques was een gastvrij man, zijn pastorie was een open huis voor iedereen en Paula, die gedurende 41 jaar hem terzijde stond, was hem hierbij een grote steun.

 Moge Jacques nu van deze gastvrijheid genieten bij God, in die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, wat voor Jacques geliefde thema’s waren bij de verkondiging van de Blijde Boodschap.

Moge de Heer, die hij jarenlang met toewijding gediend heeft, hem genadig zijn.

Helaas moeten wij in besloten kring afscheid van pater Jacques Verhees nemen.

 

                                                                                           Namens het provinciaal bestuur, Piet Meeuws CSSp

Correspondentieadressen:

Mevr. A. Vos                             Mevr. P. Hasslbäck                              Congr. v. d. H. Geest

Gastelseweg 78                        Ter Hofstadlaan 291                            Spoorstraat 159

6021 GM Budel                         5711 VG Someren                               6591 GT Gennep

Share this article:

Door met lezen
319 Hits
NOV
26
0

Toon Gruijters

 

22 november 2019

Na 46 jaar missionair werk in Brazilië kwam Pater Toon Gruijters in januari 2017 bij ons wonen in het Spiritijnenhof  in Gennep. Hij kwam terug met kwaaltjes o.a. hartritmestoornissen, waar hij  al heel lang last van had. Maar er kwam meer bij; hij begon te lijden aan  een flinke bloedarmoede en bij een onderzoek in het ziekenhuis werd er bij hem beenmergkanker geconstateerd. Bijna een jaar lang was hij  onder chemobehandeling . Hij was blij toen aan de kuur in juli van dit jaar een einde kwam en dat de oncoloog pas voor december een volgende afspraak plande. Maar Toon hield vocht vast, moest weer naar het ziekenhuis. Zijn hart was moe en de kanker ontwikkelde zich verder, ondanks de kuur. Cardioloog  en oncoloog lieten weten dat er niets meer aan gedaan kon worden. Toon overleed vanochtend, 22 november, na gisteren in het bijzijn van familieleden en confraters de ziekenzalving ontvangen te hebben.

     Toon werd in 1938 als eerste kind in het gezin van Leonard en Johanna Gruijters in Helmond geboren. Na de lagere school begon hij in 1951 op ons Missiehuis in Weert aan het gymnasium, gevolgd door het noviciaat in 1957 in Gennep, filosofie en theologie in Gemert, met eeuwige professie in 1961 en priesterwijding op 29 september in 1963. Bij zijn verzoek in 1964 om zijn toewijding aan het apostolaat te mogen doen, schreef hij: ”Ingetreden bij een missionaire congregatie heb ik altijd gehoopt en verwacht een taak te krijgen , die zo mogelijk rechtstreeks apostolisch is -althans niet te onrechtstreeks”. Hij mocht rechtstreeks naar Brazilië, maar in zijn eerste jaren daar liep het wel wat onrechtstreeks: na zijn studie van de taal (het zij gezegd: buitengewoon goed geleerd) werd hij gedurende een paar jaar leraar op het kleinseminarie. Daarna, van 1969 tot 1987 prachtig rechtstreeks apostolisch bezig geweest in Ceilândia, te midden van de armoedige arbeidersbevolking, die de nieuwe hoofdstad Brasilia had gebouwd. Alles was daar nog in opbouw,  de geloofsgemeenschap en ook Toon zelf, die met de bagage van het 2de Vaticaans Concilie en geïnspireerd door de bevrijdingstheologie aan de slag ging met het vormen van kerkelijke basisgemeenschappen en Bijbelgroepen. Bij de condoleancewensen, die al binnen zijn gekomen vanuit Brazilië via facebook, beschrijft iemand Toon als : “Een groot meester en vriend van het evangelie”. Een ander zegt : “We hadden hem bij ons en we hebben gedronken van zijn wijze en diepgaande lessen”. Er kwam een wending aan dat rechtstreekse in 1988 toen hij  werd gevraagd om de taak van novicemeester op zich te nemen – actief bezig met de religieuze vorming van Braziliaanse paters van  de H. Geest. Toon liet nogal eens kritische geluiden horen i.v.m priesteropleiding in die tijden, maar hij heeft daar met hart en ziel, en vooral op een menselijke manier, zijn beste krachten gegeven, als man van gebed en getrouwe religieus, ascetisch en kenner van de geschriften van Poullart des Places, van Libermann, van de H. Teresia van Ávila en vele andere auteurs van geestelijke werken.

Tot hier was  Toon lid van het toenmalige district  Centraal Brazilië. In 1992 deed hij de overstap naar het district “Amazônia” – toen nog bekend als “de groene hel” of “het land dat God vergat”. Vermoedelijk had dit toch alles te maken met zijn verlangen naar rechtstreeks apostolisch werk. Hij werd pastoor van de parochie “Santa Teresa”,  absoluut geen administratief werk, maar herder-pastor, bij de mensen betrokken, de wijken in, de rivier en de meren op, zoals iemand vandaag schreef: “een man en missionaris, die van God sprak en zich helemaal gaf voor de naasten. Zijn leven van goedheid en naastenliefde blijft bij ons”. Groot was zijn bezorgdheid voor de kerk, niet zozeer voor de kerk als instituut, maar als Gods volk onderweg en daarom zag hij lekenvorming ook als een prioriteit in het pastoraat. Het was zijn passie en met “meesterschap” wist hij de deelnemers te boeien in  de vele cursussen alsook op de theologieschool in de vakantietijd georganiseerd door het pastorale coördinatieteam van de Prelazíe van Tefé .  Een waardevolle en bekwame man, met zoveel goede eigen eigenschappen, scherp in zijn opmerkingen, vol ook van humor ….. Zo liet iemand bij zijn condoleancewensen weten: ”zijn manier van goede raad geven, serieus maar evengoed vrolijk, gaf opluchting aan de ziel”.  In 2000 ging ’t met Toon toch weer naar het onrechtstreekse pastoraat, want hij werd gekozen als lid van  het provinciale team hier in Nederland. Hij nam ’t aan, maar slaakte wel een diepe zucht en voelde het als een “afdalen naar het dodenrijk”, maar wist intussen heel goed met de levenden om te gaan. In dat tijdperk van 6 jaar heeft hij heel veel kilometers op de fiets afgelegd om confraters op te zoeken, om naar hen te luisteren en hen  te steunen, vooral op spiritueel gebied. Vooral ook was hij  veel aanwezig aan het sterfbed en bij de begrafenis van confraters. Op de fiets! Dat was ook zijn passie, zelfs na het algemeen kapittel in Torre d’Aguilha (Portugal) op de fiets terug naar Nederland.  In 2007 kwam Toon weer terug naar het rechtstreekse pastoraat in Tefé en hielp in de pas opgerichte spiritijnse parochie “Bom Jesus” en in de aloude parochie van de “Missão”, waar de eerste paters van de H.Geest in 1897 aan land kwamen. Daar schreef hij nog een boek in 3 delen over de geschiedenis van  de Nederlandse spiritijnen in Brazilië ( 800 bladzijden). Voor intern gebruik. Begin deze week was hij nog bezig om er enkele correcties in aan ’t aanbrengen en zei: “Ik heb er eigenlijk nog wel wat aan te doen, maar ik heb maar weinig tijd meer”.

De congregatie, dat was ook zijn passie ! En zijn familie……. Een mooie band, vaak hier bij hem op bezoek. Zonder twijfel zal hij ook hun aanwezigheid gevoeld hebben op de laatste dag, toen hij niet meer bij kennis was. Als één familie - Congregatie, Prelazie van Tefé, broers en zussen en verdere familie -  kunnen we alleen maar dankbaar zijn voor zo’n rijk leven , dat niet samen te vatten is op een A-viertje. Bedankt en “muito obrigado”, Antonio! 

Donderdag 28 november om 11.00 uur nemen we afscheid van Toon in een uitvaartdienst in de kerk van St. Jansonthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert en we leggen daarna zijn lichaam te rusten op ons kloosterkerkhof te midden van zijn medebroeders. Vanaf 10.00 uur is er gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen van Toon in de kerk.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant “bij Dientje” Kerkstraat 9 te Gemert.

Parkeergelegenheid is er naast de kerk bereikbaar vanaf de Rondweg.

                                                                                                                    

Namens het provinciaal bestuur                                                                                        

Toon Jansen

 

Contactadressen:

L. Gruyters                                                                                     Congregatie van de H. Geest

Edisonplantsoen 11                                                                          Spoorstraat159

5707 EP Helmond                                                                            6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
510 Hits
AUG
05
0

Jo van den Wildenberg

 

 

Zondagavond 28 juli 2019 is pater Jo van de Wildenberg, na een relatief kort ziekbed, in het zorgcentrum “Libermannhof” te Gennep, op de gezegende leeftijd van 89 jaar, rustig ingeslapen.

Jo werd geboren op 28 februari 1930 in Soerendonk in een gezin met negen kinderen. In september 1945 meldt Jo zich aan op het Missiehuis van de “Franse Paters” in Weert, want hij wil missionaris worden. Jo toont zich daar een onopvallend, prettig in de omgang en sportief student, die zonder veel problemen de studies van het kleinseminarie doorloopt. In 1951 stroomt hij dan ook door naar het noviciaat in Gennep en wordt zes jaar later, op 28 juli 1957, op het kasteel in Gemert priester gewijd. Op 11 juli 1958 krijgt hij zijn benoeming voor de missie: het wordt Oubangui-Chari, de huidige Centraal Afrikaanse Republiek.

Op 1 maart 1959 scheept Jo zich in Antwerpen, samen met zijn collega Joop Rietbergen die voor Kameroen benoemd is, in op de ENAREN, een Zweedse vrachtboot, voor een reis van 37 dagen met bestemming Douala. Vanuit Douala wordt de reis vervolgens “per autostop” voortgezet, verder het binnenland in, in de richting van Bangui en Bangassou., zodat hij uiteindelijk op 29 april 1959 in Alindao aankomt, de missie waar hij voorlopig zijn tent kan opslaan. In Alindao treft hij een geheel Nederlandse bezetting aan (Clemens Bergsma, Freek van de Bijllaardt en Norbertus Verbeek) en Jo voelt er zich meteen thuis.

Hier in Alindao begint voor Jo de echte inburgeringsperiode: het leren van de inlandse taal, de aanpassing aan cultuur en volk, enz. Hoewel het voor Jo een geheel vreemde wereld is, schijnt hij er niet veel moeite mee te hebben om hierin zijn weg te vinden. Hier ontpopt hij zich als een echte pastor, een man die dicht bij de mensen wil staan en openstaat voor hun leefwereld en hun alledaagse problemen. Door deze houding zal heel zijn missionarisleven getekend worden.

Jo schijnt zich al snel voldoende ingewerkt te hebben om zelfstandig de verantwoordelijkheid voor een missiepost op zich te nemen. In 1961 treffen wij hem aan in Kembe, een missie die nog helemaal in de opbouwfase verkeert. Er is nog geen behoorlijk onderdak voor de paters en Jo woont provisorisch in een klaslokaaltje. Alles moet nog georganiseerd worden en dat heeft zo veel van zijn gezondheid gevergd dat hij in 1965 vermoeid, ziek en sterk vermagerd naar Nederland is moeten terugkeren voor medische verzorging en rust. Als het weer wat beter gaat volgt hij in het schooljaar 1966-67 een catechese cursus in Parijs, waarna hij gedurende twee jaar godsdienstleraar wordt op het kleinseminarie in Weert. Zijn gezondheid heeft intussen de tijd gehad zich te herstellen en Afrika begint weer aan hem te trekken. In 1969 is Jo dan ook weer terug in Alindao om in 1970 benoemd te worden tot pastoor van de kathedraal in Bangassou. Hier heeft Jo ongetwijfeld zijn mooiste jaren beleefd. Vrij van materiele zorgen kon hij zich helemaal aan de pastoraal wijden in de verschillende wijken van de stad en in de dorpen rondom, waar iedereen hem kende en hij praktisch ook iedereen thuis kon brengen. Een jongere uit de wijk verwoordde dit eens aldus: “Niet alleen de mensen, maar ook alle honden in de wijken kennen pater Jo”.   In totaal heeft Jo 22 jaar in Bangassou en in de omliggende dorpen mogen werken. In meerdere dorpen heeft hij samen met de dorpelingen kerkjes en schooltjes gebouwd en waterbronnen gezuiverd en toegankelijk gemaakt. De samenwerking met bepaalde protestantse kerken heeft hij erg bevorderd.

Als in 1988 een Afrikaanse priester het werk van Jo in Bangassou overneemt, keert Jo weer terug naar Alindao, om zeven jaar later weer naar Kembe te gaan, waar in de voorbije jaren een mooie missie verrezen is. Om zijn verblijf in de Centraal Afrikaanse Republiek af te sluiten keert Jo in 2000 toch weer terug naar de kathedraal van Bangassou om in 2004 definitief afscheid te nemen van Afrika en terug te keren naar Nederland. Hij neemt zijn intrek in het oude kasteel van Gemert, dat hij nog terug kent uit zijn jeugdjaren en zijn laatste negen jaren brengt hij door in onze communiteit van Gennep.

Als wij aan Jo denken dan komt het beeld van een missionaris in ons op, een gezondene, een reiziger, een man onderweg, niet opgejaagd of gehaast, maar iemand die tijd heeft, een luisterend oor heeft voor medeweggebruikers: geen geweldenaar, geen krachtpatser, maar een bescheiden mens van vrede en verzoening die het geknakte riet niet zal breken.

 Wij zijn dankbaar deze mens van nabij te hebben mogen kennen.

Zijn voorbeeld blijft voortleven in ons hart.

Vol vertrouwen geven wij hem nu over in de handen van de barmhartige Heer.

Namens het provinciaal bestuur,

Piet Meeuws  CSSp

Contactadressen:

Fam. van den Wildenberg                                                  Congregatie van de H. Geest

Dorpsstraat 34                                                                  Spoorstraat 159

6027 PH Soerendonk                                                          6591 GT Gennep

Share this article:

Door met lezen
586 Hits
JAN
01
0

Simon van Niel

 

Op tweede kerstdag, 26 december 2018, rond half zeven in de avond is pater Simon van Niel van ons heengegaan. Sinds enkele weken verbleef pater Simon in ons verzorgingshuis  Libermannhof te Gennep.

In Amstelveen, waar hij jaren woonde, kwam het moment dat hij lichamelijk zwakker werd, meer zorg nodig had en dus moest verhuizen. Na een paar omwegen is hij bij ons gekomen in Gennep. Vanaf zijn vertrek uit Amstelveen ging zijn gezondheid steeds meer achteruit. Enkele dagen voor zijn dood heeft hij op eigen verzoek de ziekenzalving ontvangen in het bijzijn van meerdere medebroeders. Hij was die dag juist heel goed en was er zich van bewust dat het einde van zijn leven naderde. “Ik ben niet bang voor de dood” zei hij, en nam bewust afscheid van al zijn medebroeders.

Na de zalving sprak Basilia met hem via een mobieltje. Hij was niet in staat iets te zeggen, maar verstond alles. Ze konden beiden hun tranen niet bedwingen. Basilia is zijn trouwe huisgenote die hem vele jaren met veel liefde verzorgd en bijgestaan heeft en die op dit ogenblik toevallig op familiebezoek is in Brazilië.

Simon werd op 20 juni 1924 in Den Haag geboren in een familie van tuinders. Simon voelde zich al vroeg aangetrokken door het werk van missionarissen. In 1938 ging hij naar het kleinseminarie van de heilige Geest in Weert. Simon schreef in een verslag dat zijn ouders zijn keuze altijd hebben ondersteund. Door de oorlog verloor hij een jaar maar in 1946 maakte hij het kleinseminarie af.

In 1947 bleef hij een jaar in Gennep als voorbereiding op het religieuze leven. In 1950 legde hij zijn eerste geloften af en begon zijn verdere studies in Gemert op het Kasteel van de Congregatie.

Na de voorgeschreven  filosofische en theologische studies ontving hij op 20 juli 1952 de priesterwijding en was klaar om uitgezonden te worden. Hij had zijn keuze laten vallen op het Amazonegebied in Brazilië, maar in die tijd had je zelf niet veel te kiezen. Je werd gezonden naar het gebied waar de nood het hoogst was. Voor de jonge priester Simon van Niel werd dit het land Angola in Afrika. Voor zijn vertrek was er nog een voorbereidingstijd, waarin hij een medische cursus volgde die in zijn latere werk goed van pas zou komen. Hij had in Gemert ook nog bouwkunde gestudeerd en ging dus goed voorbereid op weg. Hij bleef ook nog 6 maanden in Portugal om Portugees te leren, de officiële taal van Angola. Zijn eerste plaats was de missie van Balombo, waar hij ook nog een inlandse taal moest leren om de mensen daar goed te kunnen verstaan. Hij zat in een gebied zo groot als de helft van Nederland en op zijn reizen was hij verpleger, tandarts en priester. Alles wat hij geleerd had kwam nu goed van pas. Hij verbleef 30 jaar in Angola, de mooiste en krachtigste jaren van zijn leven, en was werkzaam op meerdere missieposten, waar hij ook zijn kennis op het gebied van bouwkunde, die hij vroeger in Gemert had opgedaan, goed kon benutten.

In 1974 werd het mooie land Angola geteisterd door politieke onlusten als gevolg van de strijd voor onafhankelijkheid en een burgeroorlog brak uit, waardoor het voor de Europese missionarissen moeilijk werd om er te blijven werken en te wonen.

In december van dat jaar kwam Simon met pijn in het hart terug naar Nederland op vakantie, maar een terugkeer naar Angola zat er niet meer in.

Simon was de man niet om stil te blijven zitten en hij werd gevraagd voor het begeleiden van de Portugeestalige emigranten in Amsterdam. In december werd hij beëdigd als vertaler in de Portugese taal en zo kon hij vele mensen helpen bij de aanvraag van officiële verblijfsdocumenten. Van dit werk werd hij natuurlijk niet veel rijker, want hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om veel te vragen van mensen, die het toch al zo moeilijk hadden. Hij heeft deze pastorale taak onder de Portugees sprekenden gedurende 6 jaar vervuld, een zware taak want er werd veel van hem gevraagd.

Maar ook hierna bleef Simon niet stil zitten. Hij nam de taak van rector op zich in “Bernardus”, een bekend verzorgingshuis in Amsterdam-West. Dit werk heeft hij 16 jaar gedaan. Toen achtte het bisdom de tijd rijp om Simon te vervangen door een jongere kracht en benoemde er een pastoraal werker.

Pater Simon had intussen de leeftijd van 73 jaar bereikt en mocht het voortaan wel wat rustiger aan gaan doen. In deze tijd bleef  hij wel hulp verlenen in de parochies in de buurt.

Gedurende de 40 jaar dat hij in Amstelveen woonde, was zijn flatje een zoete inval voor vrienden en bekenden, die hij in al die jaren om zich heen verzameld had. Zijn flat was klein, mede vanwege de vele souvenirs en heiligenbeeldjes die hij op zijn reizen verzameld had, maar er bleef altijd plaats om aan te schuiven aan tafel of/en te overnachten.

Dat is misschien wel de reden dat het hem zo zwaar viel, toen hij daar weg moest.

Pater Simon was een bijzonder mens, een beetje buiten het model van de doorsnee ordegeestelijke, een man met een groot hart en een luisterend oor voor iedereen. Hij sloot gemakkelijk vriendschap met mensen en velen zullen de vertrouwde pater Simon gaan  missen.

Pater Simon hield van reizen en vandaag, de tweede kerstdag, is hij dus aan zijn laatste reis begonnen en we nemen aan dat hij goed is aangekomen in het huis van de liefhebbende God, voor wie hij zich met hart en ziel heeft ingezet.

In de uitvaartdienst op donderdag 3 januari nemen we afscheid van onze medebroeder en u van uw broer en oom in de kerk van St.Jansonthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert en we leggen daarna zijn lichaam te rusten op ons kloosterkerkhof te midden van zijn medebroeders. Vanaf 10.00 uur is er gelegenheid om persoonlijk afscheid van hem te nemen in de kerk. Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert. Parkeergelegenheid is er naast de kerk bereikbaar vanaf de Rondweg.

Namens het provinciaal bestuur

Bert van Tol

 

Contactadressen:

Fam. F. van Niel                                    Congregatie van de H. Geest

Punterstraat 2                                       Spoorstraat 159

8376 EH Ossenzijl                                  6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
805 Hits
SEPT
27
0

Jan Retera

Vanavond, 21 september 2018,   is onze medebroeder Jan Retera na een lang en tragisch verlopen ziekteproces van ons heengegaan. De laatste weken had hij doorgebracht in het zorgcentrum Madeleine, te Boxmeer, waar hij was opgenomen voor een grondig onderzoek naar zijn toestand. Dit met het oog op een definitieve opname in een zorgcentrum dat in zijn ziekte was gespecialiseerd.. Daar heeft hij op donderdag 13 september omringd door een groot aantal confraters de ziekenzalving ontvangen. Daarna ging het vrij snel bergaf. Vandaag is hij daar overleden.

Jan werd op 15 augustus 1934 in Eindhoven geboren. In 1946 ging hij naar het Missiehuis van de spiritijnen in Weert omdat hij priester - missionaris wilde worden. Na enkele jaren verliet hij het seminarie en ging een opleiding volgen tot boekhouder. In dat beroep heeft hij een jaar of negen gewerkt. Maar het oude ideaal was in hem levend gebleven, en in 1961 besloot hij zijn opleiding tot priester – missionaris te hervatten. Daartoe ging hij naar Hattem, waar meerdere studenten waren die niet het “klassieke” traject in Weert volgden. Hij bleef daar tot 1964 en ging toen naar het Noviciaat in Gennep en het grootseminarie in Gemert. In 1970 werd hij priester gewijd en nog in datzelfde jaar benoemd voor het bisdom Bangassou, in de Centraal Afrikaanse Republiek. Daar heeft hij 24 jaar gewerkt, eerst in Bangassou zelf, van 1970 – 1987, daarna in Alindao, een grote missie halverwege tussen Bangassou en de hoofdstad Bangui. Jan heeft in beide missies vooral gewerkt in de dorpen van het binnenland. Dat bracht constant reizen met zich mee, vooral in het regenseizoen onder moeilijke omstandigheden. Soms bleef hij wel een maand onderweg, trekkend van dorp naar dorp. Hij hield van het simpele leven in “de brousse”, zoals dat in ons jargon heette, en van de mensen daar. Maar zijn lange afwezigheid gepaard aan zijn neiging om zich op zichzelf terug te trekken isoleerde hem wel wat van zijn medebroeders. Hij had eigenlijk behoefte aan lange, persoonlijke gesprekken over zijn werk en hoe hij dat beleefde. Maar op de drukke grote missies was daarvoor weinig gelegenheid. Daardoor konden ook persoonlijke vragen en problemen ernstiger vormen aannemen, en hem zwaarmoedig maken. Dat kan gebeuren in een actieve groep van meest jonge mensen (zijn leeftijdgenoten) die enthousiast opgaan in hun werk. De ontwikkeling van louter buitenlandse missionarissen naar een lokale clerus verliep niet overal even soepel, met name in Alindao en daar is Jan ook in zekere zin het slachtoffer van geworden. In 1994 moest hij Alindao verlaten en getraumatiseerd keerde hij naar Nederland terug voor een langere periode van rust.

Daarna werd in onderling overleg besloten dat Jan niet naar Afrika terug zou keren. Zijn verslechterde gezondheid – nogal wat kwalen waarvan een voortdurende en ernstige slapeloosheid een van de ergste was, waren daar debet aan, maar ook zijn slecht verwerkte zorgen en tegenslagen van de laatste jaren. Zelf wilde hij graag in een rurale parochie in Frankrijk gaan werken. De organisatie van de pastoraal en het hectische leven in de stad trokken hem niet aan. Ook had hij behoefte aan een omgeving waar hij “frisse lucht zou vinden en de mogelijkheid van wandelingen in de natuur”. Dit ook als een remedie tegen zijn chronische slapeloosheid.  Hij vond werk in het bisdom Chartres, maar in plaats van één parochie kreeg hij er meteen drie. Hij was daar graag, vooral in die eerste parochie, en sprak er vaak met heimwee over. Ook de mensen hadden hem graag en zijn eerste overplaatsing stuitte op verzet van zijn parochianen. Als enige Nederlander werd hij nogal eens overgeplaatst als er verschuivingen in de parochies nodig waren.  In de ongeveer tien jaar dat hij daar werkte, schrijft hij, heeft hij alles bij elkaar wel in 9 parochies gewerkt, soms vrij primitief gehuisvest, en met zijn steeds toenemend aantal kwalen eiste dat zijn tol. In 2007 keerde hij naar Nederland terug. Hij had echter veel moeite om daar weer te wennen, Hij probeerde het in verschillende communiteiten, maar wilde toch weer terug naar Frankrijk. Zo ging hij in 2009 naar Langonnet, in Bretagne, een oude historische abdij waar de Spiritijnen een communiteit hadden voor bejaarde confraters. Hij vond er de ruimte en de bossen, waar hij dagelijks grote wandelingen maakte, maar kon ook daar zijn stek niet vinden. De fysieke inspanning van zijn lange wandelingen werd hem door zijn gezondheid te veel en ook het “monnikenleven” in de abdij, zoals hij dat noemde, viel hem al gauw erg zwaar. Zo keerde hij in 2011 terug naar Nederland, nu definitief. Maar het heimwee naar Frankrijk bleef.

Jan heeft zijn hele leven als Spiritijn echt onder de armsten gewoond en gewerkt. Vooral in Afrika. Met veel confraters beschouwde hij het meewerken aan de ontwikkeling van de mensen en het verbeteren van hun levensomstandigheden als een wezenlijk onderdeel van zijn missie. In Frankrijk heerste er niet zozeer materiële armoede op het platteland, maar de levensomstandigheden waren er toch minder dan in de steden. En Jan heeft er altijd heel sober geleefd. Hij was geen man van structuren en overlegorganen, meer van de persoonlijke contacten. Hij hield van zingen – was trots op zijn mooie stem in zijn jonge jaren. Hij had een goede pen: hij schreef veel brieven en er zijn ook prachtige verhalen van hem bewaard gebleven: bij voorbeeld over zijn reizen “in de brousse”, met name in het regenseizoen als de wegen meer en meer onbegaanbaar werden. Met mooie foto’s erbij voor degenen die mochten denken dat het allemaal maar overdreven was. Een van zijn hobby’s was schilderen. Dat deed hij ook als therapie toen bij hem de ziekte van Alzheimer snel verslechterde. Hij vertelde dan dat hij die vaardigheid tot schilderen van zijn vader had geërfd.

Zijn kwalen verergerden. Ze werden bijna een obsessie voor hem. Hij was zich bewust van de snel toenemende degradatie die de ziekte van Alzheimer in hem veroorzaakte. Hij kon daarvan in paniek raken en het maakte hem soms bijna wanhopig. Zijn hulpbehoevendheid vermeerderde hand over hand, tot hij bijna niets meer kon, zelfs de spraak verloor. Het was een tragisch proces waar we machteloos getuige van waren. Aan dat leven getekend door zoveel lijden is nu een eind gekomen. We vertrouwen dat hij nu bij de Heer de rust en de vreugde mag vinden die hij in zijn leven zo vaak heeft gemist. Wij gedenken hem met droefheid en dankbaarheid. Moge hij rusten in vrede.

Op donderdag 27 september om 10.30 uur nemen we afscheid van Jan in een eucharistieviering in de kapel van Libermannhof Spoorstraat 157 te Gennep, Vanaf 9.30 uur is er daar gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen. Na de viering leggen we hem te rusten op ons kloosterkerkhof bij het kasteel te Gemert.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert.                                                                           

Namens het provinciaal bestuur,

Frans Timmermans

Correspondentieadressen:

Fam. Hermans                                                          

Meanderstraat 10                                                    

5563 BL Westerhoven

 

Congregatie van de H. Geest

Spoorstraat 159

6591 GT Gennep                   

Share this article:

Door met lezen
1054 Hits
JULI
31
0

Koos van der Pauw

 

 

Zondag 29 juli 2018, vroeg in de ochtend, is onze medebroeder Koos van der Pauw in zijn slaap rustig overleden. Zaterdagmorgen was hij op zijn kamer gevallen. In de namiddag heeft Koos nog samen met zijn medebroeders van Libermannhof thee gedronken, waarna hij naar bed is gegaan, omdat hij zich niet goed voelde. De dokter constateerde koorts, maar kon de oorzaak niet vinden. Koos is rustig gaan slapen en niet meer wakker geworden.

Geboren in Rotterdam heeft hij heel zijn leven de pijnlijke herinnering aan het bombardement van zijn stad meegedragen.

Gedurende zijn jeugd is hij geen misdienaar geweest, maar hij was wel een trouw lid van het jongenskoor van zijn parochie.

In september 1940 ging Koos naar het seminarie van de Paters van de H. Geest in Weert. In 1943 maakte hij in Rotterdam de verschrikkelijke hongerwinter mee. In augustus 1944 gaat hij weer terug naar Weert. Na de voltooiing van de zes jaar durende studie begint hij het noviciaat in Gennep. Daar kreeg hij last van  een pijnlijke ooraandoening, waarmee hij heel zijn verdere leven heeft moeten leven.

Zijn eerste professie doet hij op het grootseminarie in Gemert op 27 februari 1949. Hij was toen al begonnen met de filosofiestudie. Op 19 juli 1953 ontvangt hij de priesterwijding. Dat is dit jaar juist 65 jaar geleden. Hij heeft dit feit in stilte herdacht en was blij met het bezoek van de vele confraters, die hem kwamen feliciteren.

Zijn eerste benoeming was voor Libreville (Gabon), waarvoor hij zelf zijn voorkeur had uitgesproken. Met veel enthousiasme vertrok hij om zijn missieleven te beginnen. In Gemert had Koos zes jaar tussen zijn medebroeders geleefd, die hem kenden en hem waardeerden zoals hij was, soms wat moeilijk in de communicatie. De eerste tijd in de missie krijgt de missionaris te maken met een volledige omschakeling: andere taal, andere gewoonten, ander klimaat en nieuwe medebroeders. Koos werd benoemd voor de missie Makokou. Hij schrijft in 1956: “Het is een gebied uitgestrekt over 450 km2 met 9.000 katholieken op een bevolking van 27.000. Het klimaat is aangenaam. Er is veel werk. Ik moet woekeren met mijn tijd om de inlandse taal te leren.”

Er waren soms wat spanningen in het communiteitsleven. Bovendien kreeg hij steeds meer last van een middenoorontsteking in het linkeroor en ook het rechteroor functioneerde niet goed. In januari 1957 komt Koos naar Nederland en na een goede rustperiode wordt hij benoemd voor de Pastoor van Arsparochie in Delft. Aan zijn verzoek om benoemd te worden voor Brazilië wordt eind 1959 gehoor gegeven. Op 17 januari 1960 rijdt hij met de bisschop van het diocees Divinopolis naar een klein stadje Perdigão en wordt daar geïnstalleerd als pastoor van de parochie “Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid”. De mensen ontvangen de nieuwe jonge pater met enthousiasme. De parochie zat al een tijd zonder priester. Dat Koos nog niet de Braziliaanse taal beheerste was geen probleem. Hij kon beginnen met het afbouwen van de kerk. In het binnenland ontdekte hij al gauw dat het drinkwater slecht was. Hij bracht de mensen bij elkaar om daarover te praten, om waterputten aan te leggen en om voor gefilterd water te zorgen.

Koos zag dat de schoolkinderen na het vierde leerjaar op straat stonden. Daar moest iets aan gedaan worden. Koos stichtte en bouwde niet alleen een college, maar haalde van ver ook onderwijzers. Daarvoor gebruikte hij zijn Jeep die tegen de slechte wegen met veel gaten opgewassen was. Hij stichtte ook een school voor de opleiding van onderwijzeressen. Dat alles had grote positieve gevolgen voor geheel die streek.

Koos had door zijn sociaal optreden de harten van de mensen al gauw gewonnen. Toen ze hoorden dat hij naar een andere parochie overgeplaatst zou worden, werd er spontaan een commissie gevormd, die met Pater Paulo, de principaal, ging praten om de beslissing terug te draaien en met goed resultaat. Toen pater A. de Winter, provinciaal overste van de Nederlandse Provincie, in de week na Pasen van 1965 Perdigão bezocht, zei hij na afloop: “Nu ik dit gezien heb, geloof ik in wonderen.”

Tijdens de viering van het diamanten priesterjubileum van Koos zei Pater A. Gruijters: “Gedurende 45 jaar is Koos in Brazilië wijngaardenier en rank geweest, innig verbonden met de wijnstok.”

In 2004 nam Koos de beslissing terug te keren naar Nederland. Bij een voortdurend muziekgeruis in de oren kreeg hij ook  nog problemen aan de urinewegen. Daarvoor onderging hij twee ingewikkelde operaties met helaas niet het gewenste resultaat. Gezondheidsproblemen hebben het leven van Koos getekend tot het einde van zijn leven toe. Hij sprak daar wel over maar het waren geen klaagzangen. Hij onderging alles met een buitengewone aanvaarding en overgave tot het einde toe. Hij erkende vaak zijn fouten en gebrek aan geduld, maar herhaalde met overtuiging: Ik heb mijn best gedaan.

Met veel bewondering zijn wij de getuigen geweest van het geloof, het vertrouwen en de volharding van Koos en daarvoor danken we hem van harte.

Op zaterdag 4 augustus om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Koos van der Pauw tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Vanaf 10.00 uur is hij daar opgebaard en is er gelegenheid voor een laatste groet. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel in het restaurant ‘Bij Dientje’,  Kerkstraat 9, Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

Namens het Provinciaal Bestuur,

G. Hogervorst CSSp

 

Correspondentieadressen:

Fam. L. Badouse                                                                       Congregatie van de H. Geest

Neulstraat 36                                                                           Spoorstraat 159

5492 DC St. Oedenrode                                                            6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
1089 Hits
JULI
02
0

Geert Jansen

Op 16 juni 2018 is onze medebroeder Geert Jansen na een kort ziekbed maar na wel een lange lijdensweg rustig ingeslapen.

Geert is geboren in Terwolde op 4 juni 1929. Na de lagere school volgde hij de ulo, die hij van wege de oorlog niet heeft kunnen afmaken. In 1946 gaat hij naar de kweekschool in Hilversum en behaalt daar in 1950 zijn diploma als onderwijzer. Na in 1960 een artikel gelezen te hebben over het late-roepingen seminarie “De KIBO” in Hattem neemt hij het besluit contact op te nemen met de toenmalige overste aldaar. De wens om priester en religieus te worden leefde al langer bij Geert, maar hij durfde er niet eerder voor uit te komen. Ook al beseft hij dat het hem veel zal kosten, toch besluit hij zijn baan aan de basisschool in Hengelo op te zeggen om  in september 1960 zijn studie bij de congregatie van de heilige Geest op de KIBO in Hattem te beginnen. Bij gebrek aan onderwijzers maar ook bij afwezigheid door ziekte werd Geert daar van tijd tot tijd gevraagd om in te vallen.

Op 15 augustus 1962 begint hij zijn noviciaat in Gennep en legt een jaar later zijn professie af, waarna hij naar Gemert gaat voor zijn hogere studies. Tegen de zin van het algemeen bestuur van de congregatie wordt er in Gemert besloten, dat één jaar filosofie voor Geert wel voldoende is en op deze manier kan hij dus eerder aan zijn theologieopleiding beginnen. Op 10 september 1967 ontvangt hij in Gemert de priesterwijding, terwijl hij vanaf één augustus van dat jaar officieel door Monseigneur Bluyssen benoemd was als godsdienstleraar op het Dr. Knippenbergcollege te Helmond. Daar geeft hij een jaar les en vertrekt in juli 1968 naar Weert. Daar vindt hij eerst een parttimebaan op de mavo in Nederweert, later gevolgd door een volledige baan in maatschappijleer en geschiedenis op het bisschoppelijk college te Weert. Bij de buitenschoolse activiteiten was hij altijd actief betrokken.

In de weekenden deed hij de eucharistieviering bij de zuster Ursulinen en de broeders van St. Louis. In de schoolvakanties echter was Geert pastor op verschillende campings. Hij hield van kamperen en op de campings was hij een luisterend oor bij wie veel campinggasten op verhaal kwamen. Ook kwamen mensen die zich in hun parochiekerk niet meer thuis voelden naar de door Geert georganiseerde vieringen op de camping. Hij hielp daar mee vakantie-activiteiten te organiseren. Buiten het pastorale werk op de camping werd hem ook gevraagd om huwelijken in te zegenen, kinderen te dopen en voor te gaan in uitvaarten. Ieder jaar op de laatste zondag op de camping nodigde Geert een medebroeder van hem, die uit de missie op vakantie was, uit om met hem mee voor te gaan. De opbrengst van de collecte van die dag was dan voor de missie van die medebroeder.

In 1987 maakt hij gebruik van de uittredingsregeling, waar hij enkele jaren daarna van zegt: “Dat is een goede beslissing van mij geweest, want zo kreeg ik meer tijd voor Sluis13 (een kleine katholieke gemeenschap op de grens van Limburg en Brabant) en heb ik het risico vermeden dat ik in deze hectische tijd als leraar overspannen thuis zou komen zitten.”  Hij besteedde veel tijd aan de kleine gemeenschap van Sluis13 en wist hen zo te motiveren, dat toen de school, het hart van die gemeenschap, in 1992 op gezag van het ministerie moest verdwijnen, er door vrijwilligers een gemeenschapshuis voor in de plaats is gekomen.

In diezelfde tijd kwam Geert een dag in de week naar Gemert om daar te werken op de Missie Informatie Dienst. Aan zijn activiteiten kwam tamelijk abrupt een einde, toen bij hem darmkanker werd geconstateerd. Een zware operatie volgde. Geert moest niet alleen leren leven met een stoma, maar heeft daarnaast jarenlang last gehad van verkleving in de darmen. Gelukkig is dit goed gekomen, al moest hij zich strikt houden aan een streng dieet. Zijn zelfstandig wonen moest hij vanaf die tijd opgeven en zijn intrek nemen bij de communiteit aan de Coenraad Abelsstraat.  Met deze communiteit verhuisde hij in 2011 naar Gennep.

Geert was een echte medebroeder, op wie je, als hij vrij was, nooit tevergeefs een beroep deed. Wanneer het in Weert spaak liep in de huisorganisatie, zag hij dat en hielp meteen om het op te lossen. Hij maakte schoon, ruimde sneeuw, deed boodschappen, deed de afwas, zorgde voor de tuin, maar vooral ook zorgde hij voor de zieken en bezocht hen in het ziekenhuis.

Hij had oog voor de natuur en op zijn appartement stonden in een vaasje prachtige herfstblaadjes, waar hij je op wees, wanneer je bij hem kwam. Een week geleden kon hij nog genieten van twee eekhoorntjes, die kwamen drinken in het prieeltje, dat de laatste tijd zijn favoriete plek was, wanneer het weer het toestond.

Begin deze maand heeft hij tegen zijn gewoonte in zijn verjaardag gevierd met zussen, broers en aanhang. Hij heeft ervan genoten, al was hij daarna enkele dagen verschrikkelijk moe. Het is een afscheid geweest, want Geert voelde dat het einde van zijn leven niet ver meer weg was.

Iedereen in zijn omgeving zag dat einde aankomen, maar bij Geert wist je het nooit, want vorig jaar op deze tijd, dachten we dat ook al. Geert bleef zo veel mogelijk met alles mee doen, al werd het lopen sloffen en de rollator een rolstoel. Iets waar hij verschrikkelijk veel moeite mee had. Donderdag moest hij de strijd opgeven, maar zijn humor verloor hij niet.

Zijn familie verliest een betrokken en geliefde broer en oom. Wij verliezen in hem een humorvol, betrokken, geliefde en trouwe medebroeder.

Namens het provinciaal Bestuur

Koos Gordijn

 

Contactadressen:

Fam. P.Schöer-Jansen                                       Congregatie van de H.Geest

Herman Linnebankhof  6                                    Spoorstraat 159 

5402 WG Uden                                                 6591 GT Gennep        

 

Share this article:

Door met lezen
984 Hits
MEI
17
0

Ted Rutjes

Op 10 mei 2018 om 18.40 uur is Ted rustig ingeslapen. Het ging al lange tijd niet goed met Ted, zijn gezondheid was erg wisselend. Na een bezoekje aan hem kwam de een terug met de opmerking: “Hij zal het niet lang meer maken“, terwijl een ander die hem twee uur bezocht, zei: “Theo (want zo noemden de meesten van ons hem) zat weer achter de computer een spelletje te spelen en zat weer volop grappen”. Dit was de situatie gedurende de laatste maanden, maar eergisteren zei hij: ”Ik geef het op, het gaat niet meer.” en vroeg of er van nu af aan bij hem gewaakt kon worden. Na een lange strijd is er aan zijn leven en zijn leed een einde gekomen.

Ted werd geboren op 13 januari 1925 te Duisburg in Duitsland. Als schipperszoon heeft hij de lagere school op verschillende plaatsen doorlopen. Zijn ULO diploma haalde hij in Rotterdam. Daarna wilde hij naar de MTS, maar de dienstplicht en het uitbreken van de oorlog maakte dat onmogelijk. Na de oorlog besloot hij om voor priester te gaan studeren en in 1945 begon hij zijn studies in Uden. Met enkele anderen kreeg hij daar een ‘stoomcursus’ latijn en grieks om na twee trimesters te worden toegelaten tot het tweede jaar. In 1950 wilde hij zijn noviciaat maken bij de Jezuïeten, maar hier werd hij niet aangenomen. Hij koos er toen voor om missionaris te worden en deed zijn aanvrage bij de Congregatie van de heilige Geest. Op 6 september 1950 begon hij zijn noviciaat in Gennep. Zijn hogere studies maakte hij in Gemert en werd daar op 15 juli 1956 door Monseigneur Kramer OFM tot priester gewijd. Hij kreeg een benoeming voor het toenmalige Belgische Kongo en men raadde hem aan een jaar de koloniale school in Brussel te volgen. In 1958 vertrok hij naar de Kongo en werd in Lokandu kapelaan van de parochie en directeur van de lagere school. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar Kindu, waar hij dezelfde functies kreeg. In 1964 keert hij weer terug in Lokandu, waar hij nu overste wordt en directeur van het klein seminarie, dat hij daar zelf opricht.

Helaas verloopt de overgang naar onafhankelijkheid in Kongo niet op vredige wijze en wordt Ted in 1964 met nog twintig collega-missionarissen door rebellen gevangen genomen. Na doodsbedreigingen vanwege de acties van het nationale leger, werden zij na een week onverwachts door dat nationale leger bevrijd. Hen werd aangeraden zo snel mogelijk het land te verlaten.

Terug in Nederland kwam hij in Rhenen terecht en werd hij benoemd tot propagandist.

In 1965 kan hij weer terug naar de Kongo en werkte er dan achtereenvolgens in Kindu, Kibombo en Tokolota.

In 1996 besluit Ted definitief naar Nederland terug te keren en verblijft eerst in Gemert en daarna op een flatje in Gennep, waar hij zo lang hij het kan, hij hand- en spandiensten verricht voor ieder, die een beroep op hem doet.

Zolang als zijn gezondheid het hem toelaat, gaat hij ieder jaar naar de “Kongolodag” in Gentinnes (België). Aan zijn verblijf in Kongo heeft hij goede contacten en vriendschappen overgehouden met onze Belgische medebroeders, die hem dan ook regelmatig in Gennep komen opzoeken.

Wanneer het moeilijk voor hem wordt om zelf voor zijn broodmaaltijden te zorgen, verhuist hij naar Spiritijnenhof. Na enkele dagen is hij echter weer terug op zijn flat, want in Spiritijnenhof vindt hij het veel te koud. Ted hield van warmte.

Wanneer zijn gezondheid verder achteruit gaat en hij meer zorg nodig heeft, verhuist hij naar de Libermannhof, waar hij een appartement krijgt aan de zonkant en een verwarming heeft, waarvan hij zelf de knoppen kan bedienen.

Ted was kritisch, maar niet op een vervelende manier. Hij was kritisch op de gang van zaken in Libermannhof, want alles veranderde zo maar. Hij kon kritiek hebben op het personeel, maar had hele goede banden met hen. Zijn humor heeft hij behouden tot bijna de laatste dag. Het was dan ook geen kruis om bij hem op bezoek te gaan en bezoek kreeg hij dan ook tamelijk veel. Soms vond hij het zelf wat te veel en te vermoeiend.

Zo lang hij kon, nam Ted deel aan onze bijeenkomsten, als ze maar niet te lang duurden. Want dan kon hij wel eens in slaap vallen. Van de Nederlandse spiritijnen zal Ted degene zijn die de meeste “spiritijnse maanden” heeft meegemaakt en dat niet alleen maar, omdat hij wel van reizen hield. Hij wilde op de hoogte blijven en kritisch de ontwikkelingen in de congregatie en in de kerk blijven volgen.

Wanneer een medebroeder  overleed, die jonger was dan hij, dan vond hij dat ze hem voorkropen, maar in feite kon Ted zelf het leven ook maar moeilijk loslaten. Ted was nooit een grote eter geweest, zeker wat de warme maaltijden betreft, maar de laatste weken viel hem dat nog zwaarder en vermagerde hij wel heel erg. Hij was op, vandaar dat hij het wel op moest geven.

Wij verliezen in Ted een heel prettige humoristische medebroeder en zijn neven en nichten een prettige, plezierige oom.

Op woensdag 16 mei om 11.00 uur nemen we afscheid nemen van pater Ted Rutjes tijdens een eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert.

Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in die kerk. Na de viering zal de begrafenis plaats vinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

Er is parkeergelegenheid naast de kerk, bereikbaar via de rondweg.

Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9 te Gemert, schuin tegenover de kerk.

 

                                                                                                                                                                J.Gordijn CSSp.

Correspondentieadressen

Dhr. J. Hendriks, Groenestraat 8, 6911 KV Pannerden       

Congregatie van de H. Geest, Spoorstraat 159, 6591 GT  Gennep                                          

Share this article:

Door met lezen
1009 Hits
APR
05
0

Gerard Hogema

Geheel onverwachts is vandaag, 31 maart 2018, een dierbaar familielid, een medebroeder en vriend van ons heengegaan. Een val in de badkamer enkele dagen geleden is Gerard Hogema fataal geworden. Niemand dacht er toen aan dat we op Goede Vrijdagavond hem in het ziekenhuis te Helmond het sacrament der zieken zouden toedienen. Hij heeft dit ziekensacrament nog heel bewust meegemaakt. Enkele uren later is hij in het bijzijn van enkele familieleden en vrienden vredig ingeslapen.
Gerard is geboren op 10 december 1929 in Amsterdam, in een gezin met 7 kinderen. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1946 op 17-jarige leeftijd naar het Missiehuis in Weert. Hij koos voor de Congregatie van de H. Geest, omdat hij priester-missionaris wilde worden om in de binnenlanden van Afrika of Brazilië te kunnen gaan werken. Een van zijn leraren herinnert zich Gerard ‘als een rustige serieuze leerling, maar betwijfelt of hij het altijd eens was met de visie van zijn leraren. Een van zijn hobby’s was toneelspelen’. Na een jaar noviciaat deed hij in 1953 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 21 september 1958 ontving hij daar de priesterwijding. Een jaar later kreeg hij als enige van zijn klas een benoeming voor Nederland. Het was voor hem een bittere pil, maar de gelofte van gehoorzaamheid was er om haar gestand te doen. Gerard schikte zich in zijn lot en begon aan zijn missie in Nederland. ‘Uit aanvaarding spruit overgave voort’, zal hij bij zijn 50-jarig priesterfeest zeggen. Twee jaar was hij secretaris van de provinciaal, daarna zeven jaar leraar op ons seminarie voor late roepingen in Hattem. In 1968 ging zijn wens in vervulling om in de directe parochiepastoraal werkzaam te mogen zijn. Hij koos toen voor het bisdom Haarlem en was daar achtereenvolgens werkzaam als kapelaan in Heiloo en Beverwijk en vanaf 1976 pastoor in Zaandam. Toen hem in 1984 door het provinciaal bestuur gevraagd werd om naar Gemert te komen in de parochie Gemert-kern met speciale aandacht voor de Gerardus parochie, zal dat voor hem best een moeilijke beslissing geweest zijn, want in Zaandam moest hij een bloeiende en goed georganiseerde parochie achterlaten. Hij was eraan verknocht en de parochianen zagen hem node gaan. Zijn motto ‘Kerk, wij samen’ had hij er met verve in praktijk gebracht. In Gemert maakte hij deel uit van een pastoraal team, samen met Thei Goossens en Guus Biemans. Hij was een weloverwogen parochiebestuurder en een kritische meedenker. In 1988 werd hij deken van het dekenaat Gemert en werd zo ook een tussenschakel in de relaties met het bisdom. Van Gerard mogen we wel zeggen dat hij zich in al de jaren van zijn pastoraat in Gemert met hart en ziel heeft ingezet en zich ten volle gegeven heeft aan zijn taak. Hij slaagde er niet alleen in goed in te burgeren in de parochie maar eveneens in de Gemertse gemeenschap. Hij had aandacht en zorg voor het vormgeven aan waardige en aansprekende liturgische vieringen, stuurde pastorale werkgroepen aan, bezocht zieken, verzorgde stervensbegeleiding, besteedde aandacht aan scholen en verengingen, nam het moderatorschap op zich van de scouting, de NCB-afdeling Gemert en van het zieken-triduüm. Zijn goed ingeburgerd-zijn in
het Gemertse blijkt uit zijn gewaardeerde humorvolle toespraken en preken bij gelegenheid van Gildefeesten en de jaarlijkse carnavals-mis.
Gerard was een pastor tussen de mensen, ieder had het recht om zichzelf te zijn. Gerard had zo zijn eigen ideeën, maar hij gunde een ander ook zijn of haar ideeën, zolang er maar uitgegaan werd van wederzijds respect
Gerard had ook 34 jaar lang een belangrijke nevenfunctie: hij was reserveaalmoezenier bij de landmacht. Dat hield in dat hij tweemaal per jaar opgeroepen werd voor een bivakoefening, meestal 3 weken in Duitsland. Eerst als kapitein, later als majoor vervulde hij de taken die een geestelijk verzorger in het leger ten deel vallen. Hij ging voor - soms samen met een dominee - bij kerkdiensten, was bedienaar van de sacramenten voor de manschappen en hun geestelijk vertrouwensman. De contacten met zijn ex-collega’s hield hij aan. Jarenlang ging hij wekelijks getrouw vanuit Gemert nog naar Amsterdam om er met de veteranen een potje volleybal te spelen.
In 2011, op 71-jarige leeftijd, ging hij met emeritaat, dat wil zeggen dat hij in betrekkelijke rust van zijn nadagen ging genieten. Hij ging wonen in Bakel, vanwaar hij aanvankelijk nog regelmatig assistenties verleende in de buurtparochies. De laatste jaren was hij een trouw en actief lid van de Kapelgroep Gemert. Maar ook op sociaal gebied bleef hij zich inzetten. Zo heeft hij menig vluchteling en asielzoeker met voldoening Nederlandse taalles gegeven.
De laatste jaren nam zijn gezondheid zienderogen af. Zijn gezichtsvermogen ging steeds verder achteruit. Hij moest zijn auto laten staan, wat hem zeer zwaar viel. Ook het lopen ging steeds moeilijker. Maar gelukkig wist hij zich omringd door vele goede vrienden die hem meer en meer bijstonden en hielpen op velerlei gebied. Dankzij hun hulp kon aan zijn wens om in Bakel te blijven wonen voldaan worden. Hij liet de laatste paar dagen van zijn leven wel merken hoe blij en erkentelijk hij iedereen daarvoor was. Maar te snel en geheel onverwachts hebben we afscheid moeten nemen van een dierbaar en hartelijk familielid, van een humorvolle medebroeder en een zeer gewaardeerde en sympathieke vriend.
Met zijn overlijden komt er een einde aan dit bijzonder leven. Gerard bedankt. Rust in vrede.
U kunt afscheid van Pastor Hogema nemen op donderdag, 05 april van 18.15 uur tot 19.00 uur in “Residence Waterhof” ’t Hoogh Huys 3 te Gemert.
De Plechtige Uitvaart wordt gehouden op vrijdag, 06 april om 11.00 uur in de kerk St. Jan Onthoofding te Gemert (Kerkstraat) waarna we Gerard te rusten zullen leggen op het kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in de kerk.
Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant “Bij Dientje” Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk. Er is parkeergelegenheid achter de kerk (bereikbaar vanaf de Rondweg) of op de Kasteellaan.

Namens het Provinciaal Bestuur
Martin van Moorsel CSSp

Contactadressen:

Fam. Kroon-Hogema    -    Waalstraat 94.11    -    1079 EB Amsterdam   

Congregatie van de H. Geest    -    Spoorstraat 159    -    6591 GT Gennep                                       

Share this article:

Door met lezen
1069 Hits
DEC
15
0

Henk Peters

In de ochtend van 14 december 2017 is om 8.00 uur vrij onverwachts onze medebroeder pater Henk Peters overleden. Dat zijn overlijden op handen was, wist Henk en daar was met hem heel open over te spreken. Toch kwam het overlijden nog onverwachts. Eind april had Henk een zware hartaanval gehad. Toen is er met hem ook gesproken over longkanker, maar de artsen wilden deze in verband met zijn zwakke gezondheidstoestand niet behandelen, daar deze kankerinfectie maar langzaam groeide. Gisterenochtend is Henk rustig ingeslapen.

Henk werd op 18 juli 1928 geboren in Hilversum als oudste in een katholiek gezin. Zijn vader zag in hem een mogelijke opvolger in zijn fabriek in houtwaren, maar Henk wilde missionaris worden. Daarom ging hij in 1940 naar ons kleinseminarie in Weert.

Op 5 september 1949 legde hij in Gennep zijn eerste professie af, waarna hij zijn hogere studies begon in Gemert. Daar werd hij op 18 juli 1954 door Mgr. de Lange, bisschop van Tefè (Brazilië), tot priester gewijd. Een jaar later kreeg hij zijn benoeming voor Gabon. Hij had graag naar het bisdom Tefé gegaan, maar vanwege zijn zwakke gezondheid durfde hij dat niet aan te vragen. Hij koos voor Gabon vanwege de Franse taal, maar ook omdat daar weinig Nederlandse paters werkten en omdat dit land het eerste missiegebied was van onze congregatie.

Hier heeft hij zijn talenten ten volle kunnen gebruiken en terugkijkend op zijn leven, zei hij dan ook, dat dit zijn mooiste tijd was geweest. Hij kwam te werken op een afgelegen missiepost. Het leek een beetje het einde van de wereld. Hij kreeg de opdracht om de taal van dat volk op schrift te stellen. Hij moest een woordenboek maken van die taal naar het Frans. Voor hem sneed het mes aan twee kanten: hij leerde die inlandse taal, maar ook zijn Frans werd er beter van.  Toen het gebruik van de inlandse taal werd toegestaan, moest hij ook de liturgische teksten in die taal vertalen en de liturgische gezangen schrijven.  Zijn muzikale aanleg heeft hij hierbij goed kunnen gebruiken. Kennelijk heeft hij daarnaast ook de inlandse gebruiken goed bestudeerd en kon daardoor met enkele aanpassingen in  bestaande liederen enkele inlandse gebruiken kerstenen.  Hij perfectioneerde ook de catechistenopleiding.

Met een onderbreking van een jaar in Parijs, waar hij aalmoezenier is geweest van Franssprekende buitenlandse studenten, heeft Henk tot mei 1971 in Gabon mogen werken.

Oververmoeid keerde hij met een filariasis infectie terug naar Nederland. Hij werd behandeld in het tropeninstituut in Amsterdam, maar kreeg er wel te horen, dat het vanwege zijn gezondheid beter voor hem was niet meer naar Gabon terug te keren. Dit kwam hard aan bij hem, vooral ook omdat hij  maar moeilijk kon wennen in Nederland. Hij volgde een pastorale training voor teruggekeerde missionarissen bedoeld als een kerkelijke inburgering.

In de veronderstelling dat hij terug zou gaan naar Gabon, had hij zijn intrek genomen bij het gezin van zijn broer, waar hij graag wilde blijven wonen, zonder  financieel afhankelijk van hen te zijn of zoals hij zelf zei: ik wil geen extra kostganger voor mijn broer zijn.  Hij werd al snel catecheet op het Ignatiuscollege, maar solliciteerde later op het St. Vituscollege in Bussum om de moderator te vervangen. En al viel dat niet mee, de leerschool, die hij kreeg door te wonen in een opgroeiend gezin, heeft hem veel geholpen. In de weekenden bood hij zijn diensten aan in de parochie van Naarden.

In 1979 ging hij werken in het Lloyd Hotel, een huis van bewaring voor minderjarigen. Over zijn aanwezigheid daar en zijn omgang met deze jongeren kon hij enthousiast spreken. Dit werk leek hem veel beter te liggen.

Toen er in de parochie van Naarden voor de vertrekkende pastoor niet direct een opvolger was, ging hij enkele maanden wonen op de pastorie, maar niet met de bedoeling om daar  pastoor te worden. Dat is er uiteindelijk met instemming van het gezin van zijn broer toch van gekomen. Als zij neen hadden gezegd, dan zou hij het niet aangenomen hebben. Allen kijken ze met veel voldoening terug op die tijd en kunnen er smakelijk uren over vertellen. Henk zelf is vol lof over wat zijn schoonzus daar allemaal deed en bereikt heeft. Hij heeft er de onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau gekregen, dus niet alleen zijn schoonzus maar ook hijzelf zal daar werk verzet hebben, dat gewaardeerd werd.

Wat ook  mag blijken uit het feit, dat hem in 2013 aangeboden werd om, wanneer hij daar belangstelling voor had, bijgezet kon worden in het priestergraf te Naarden.

Op 26 maart 2000 nam Henk en zijn familie afscheid van de parochie en de pastorie en verhuisden naar Hengelo om te gaan genieten van een welverdiende rust. Zolang hun gezondheid en mobiliteit het toe lieten, verbleven zij gedurende de wintermaanden in Spanje, waar ze zelfs te zien waren met tennisbal en racket.

Lange tijd bleef Henk de gezondste van de drie, ook al kwamen er langzaamaan steeds meer klachten. Auto rijden ging nog, maar dan niet al te ver. Ook daar kwam helaas een einde aan. Henk raakte aan de sukkel, kwam in het ziekenhuis terecht met hartklachten, maar vanwege een toen al aanwezige longtumor durfden ze hem niet te opereren.  Na de hartaanval in mei van dit jaar was het duidelijk, dat zijn gezondheid niet alleen snel achteruit ging, maar ook dat zijn overlijden niet ver meer weg kon zijn, al hoopte hij zelf nog wel nog negentig jaar te kunnen worden. Dat is hem niet gegeven.

We verliezen in Henk een medebroeder en pastor die heel zijn leven missionair en pastoraal betrokken was. Henk bedankt en rust nu in vrede.

 Wij zullen van Henk op donderdag 21 december om 11.00 uur in de Sint-Vitus Kerk te Naarden (Turfpoort straat 3 1411 ED) afscheid nemen in een eucharistieviering, waarna we hem bijzetten in het priestergraf op de R.K. begraafplaats St. Vitus te Naarden.   

                                                                                                                                                               J. Gordijn

 

Correspondentieadressen:

Fam. H. Peters                                                                    Congregatie v.d. H. Geest

Willy Albertistraat 13                                                            Spoorstraat 159

7558 ZZ Hengelo                                                                 6591 GT Gennep

 

 

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
1306 Hits
DEC
14
0

Antoon ten Have

Na een kort ziekbed is op 10 december 2017 onze medebroeder Antoon ten Have vredig ingeslapen in het verzorgingshuis Libermannhof. Hij is 90 jaar geworden. Wij verliezen in hem een markante, hardwerkende en eigenzinnige medebroeder. Toon werd op 4 april 1927 in ‘s-Heerenberg, als zesde in gezin met 12 kinderen geboren. Zijn geboorte was prematuur en verliep problematisch. De dokter had hem al opgegeven, maar zijn moeder bleef volhouden dat haar zoon niet alleen zou overleven, maar ook priester zou worden; Onze Lieve-Vrouw zou ervoor zorgen. Een wonderkind dus. Na de lagere school volgde hij eerst de Mulo en daarna ging hij in 1943 naar het kleinseminarie in Weert. Want Toon wilde priestermissionaris worden. ‘Daar ontpopte ik me als een manusje van alles om me gevoeglijk te kunnen onttrekken aan recreaties, wandelingen en te kunnen doen wat me goed leek’, zo zei hij zelf.   Na een jaar noviciaat deed hij in 1949 zijn eerst professie in Gennep. Hij volgde met goede resultaten zijn priesteropleiding in Gemert. Op 18 juli 1954 ontving hij daar de priesterwijding. Hij ontving zijn eerste benoeming voor Congo-Brazzaville, waar hij 15 jaar heeft gewerkt, eerst in Konono, later in Sibiti. Hij stond bekend als een harde werker, die zich niet ontzag, maar ook als een eenpitter met wie samenwerken niet gemakkelijk was. In 1969 moest hij om gezondheidsredenen noodgedwongen terug naar Nederland. Hij begon toen met de studie medicijnen om de mensen beter te kunnen helpen. Van 1973 tot 1979 werkte hij in Congo-Kinshasa, in Ferekeni als directeur van een medische school, later als pastoor in de parochies Mallela en Lubao-Kasi. Vanwege politiek-kerkelijke problemen met de bisschop, zoals hij zelf zei, kwam hij eind 1979 terug naar Nederland en maakte een sabbatjaar.

Over zijn periode in Brazilië schrijft onze medebroeder Toon Gruijters: “In 1981 werd hij benaderd door Mgr. de Lange met de vraag of hij in de Prelatuur Tefè een nieuwe kans wilde maken. Toon, toen 52 jaar, nam deze uitdaging aan. Mgr. had echter niets afgesproken met Toon Jansen, principaal van het district. Het pastorale coördinatieteam maakte bedenkingen, maar tenslotte kwam Toon in Tefè. Hij werd benoemd voor Maraa aan de rivier de Japura, waar toen Jan Zuidgeest met zijn vrouw en twee kinderen het pastoraal bijhield, plus de school en de gezondheidspost. Toon werd er op 8 december geïnstalleerd als pastoor. De parochie omvatte toen de opper-Japura: 800 km tot de Colombiaanse grens, met twee kleine stadjes en veel Indianen, en de beneden Japura met basisgemeenschappen. Maraa zelf was een stad met enkele duizenden inwoners. Toon heeft er een kerk en huis gebouwd en bijgedragen aan de bouw van een ziekenhuisje en school. Hij legde er een drinkwatervoorziening aan om verspreiding van ziektes te voorkomen.

Hij voelde aan den lijve hoe afhankelijk hij was van een goed vervoersmiddel. Met fondsen uit Nederland kon hij aan de bouw beginnen van een snelle boot met straalaandrijving. De bisschop en de pastorale raad van de Prefectuur waren er niet zo voor, omdat zo’n boot de indruk kon versterken van een machtige en rijke kerk. Maar hij zette door. Het werd een lijdensweg met veel pech en onkosten. Na aflevering bleek te boot onhandelbaar en erg duur in brandstof, zodat de boot na jaren van ellende alsnog werd verkocht.

Toon was, al vanaf zijn premature geboorte, erg toegewijd aan Onze Lieve-Vrouw, patrones van de parochie. Elke dag praatte hij op de lokale radio een uur lang over Onze Lieve-Vrouw van Fatima en andere aanverwante onderwerpen. Hij werkte onder de armen en deelde zijn leven met hen. In de bijgebouwen van de kerk, had hij een noodwoning, waar wezen of kinderen die thuis verwaarloosd of mishandeld werden, konden opgroeien en de school doorlopen. Zoals Toon in Afrika een eenpitter was geweest, zo was hij dat ook in Brazilië. Hij volgde zijn eigen koers. Zijn broer Theo woonde ook in Tefè, waar hij de zagerij Braholco voor faillissement probeerde te behoeden.

Een moeilijk tijd brak voor hem aan, toen de nieuwe bisschop, Dom Sérgio, de parochie wilde betrekken in de algemene pastorale lijn van de Prefectuur en hem een tamelijk onevenwichtige Portugese pater als hulp stuurde. Deze pater verstoorde op ongelukkige wijze de rust in het rijk van Toon. Gelukkig kreeg Toon daarna hulp van een communiteit van drie zusters. Na bijna 50 jaar missionarisleven, eerst in Afrika en daarna in Brazilië, heeft Toon in mei 2002 in aanwezigheid van Dom Sergio, medebroeders en vele gasten, afscheid genomen van zijn mensen in Maraa, voor wie hij zich uitgesloofd had gedurende 20 jaar, en die hem daarvoor hun waardering betuigden “

Voor zijn vertrek uit Brazilië schreef Toon aan zijn familie: ‘omdat ik 75 jaar geworden ben, maar ook vanwege mijn steeds slechter wordende mobiliteit, vond de bisschop het tijd worden dat ik serieus een eind moest maken aan mijn arbeidzaam leven als missionaris in de Amazonas van Brazilië. Toegegeven dat het steeds moeilijker werd om die zware taak goed te blijven vervullen, had ik toch graag in Maraa willen blijven. Helaas is dat niet voor mij weggelegd. Ik ben gehoorzaamheid verschuldigd aan mijn superieuren’ (10 december 2002).

Eenmaal terug in Nederland, werd hij jarenlang gastvrij ontvangen in het gezin van zijn neef Olaf en zijn vrouw Divanete in Tongeren in België. In september 2013 kwam hij naar Libermannhof in Gennep, om er de zorg te krijgen die hij nodig had. Het zal hem best zwaar gevallen zijn dat hij, die alles zelf besliste in zijn leven, nu afhankelijk was van de zorg van anderen. Maar de liefdevolle verzorging die hij ontving deed hem goed. Omdat het lopen moeilijk ging bleef hij veel op zijn kamer, de rozenkrans biddend en luisterend naar radio Maria. Iedere zondag was hij in de kapel om samen met de communiteit de eucharistie te vieren.

De laatste weken ging zijn gezondheid achteruit. Zijn zus Annie kwam naar Gennep om bij hem dag en nacht te waken. Hij ontving in aanwezigheid van zijn zus en medebroeders de ziekenzalving. Met zijn dood komt er een einde aan zijn bijzonder leven. Antoon bedankt. Rust in vrede.

Op zaterdag 16 december om 10.30 uur nemen we afscheid van pater Antoon ten Have tijdens een Eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 in Gennep. Daarna zullen we hem begeleiden naar Gemert, waar we hem te rusten zullen leggen op ons kloosterkerkhof op het kasteel. Na de begrafenis is er een koffietafel bij restaurant ‘Bij Dientje’, Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk.

Namens het Provinciaal Bestuur

Martin van Moorsel

 

Contactadressen:

Mevr. A ten Have                                                                 Congregatie van de H. Geest

Meuleveldlaan 1                                                                   Spoorstraat 159         

5926 SB VENLO                                                                    6591 GT GENNEP

Share this article:

Door met lezen
1207 Hits
SEPT
04
0

Klaas Hettinga

Vanmorgen 30 augustus 2017 is onze medebroeder Klaas Hettinga na een ziekbed van enkele weken in het verzorgingshuis Libermannhof vredig ingeslapen. Wij verliezen in hem een plezierige en hartelijke medebroeder, erg betrokken bij zijn familie en bij de congregatie.

Zijn kloosternaam was Aloysius, maar we kennen hem beter als Klaas. Hij werd geboren op 8 april 1932 in Bozum (Friesland) in een gezin van elf kinderen. Als jongen van dertien jaar ging hij naar het kleinseminarie in Weert, omdat zijn oudere broer Mebius al bij de Congregatie van de Heilige Geest was. In 1949 werd hem aangeraden om naar de broederopleiding in Baarle-Nassau te gaan, waar hij het postulaat en het noviciaat maakte. Na zijn professie op 8 september 1951 volgde hij een vakopleiding in de bouw. Zijn eerste baan was metselaar in Baarle-Nassau, daarna uitvoerder bij de bouw van de nieuwe refter in Gemert.

In maart 1964 vertrok hij samen met vier medebroeders naar Gabon. Het was het bekende bouwteam, waarvan Klaas de leiding had en verantwoordelijk was voor de aankoop van bouwmaterialen. In Gabon heeft dit team drieënhalf jaar gewerkt. Het eerste jaar in Libreville aan de bouw van het bisschopshuis en een gastenhuis, daarna in Lambaréné, waar hij de bekende arts Dr. Albert Schweitzer ontmoette.

Op de bouw had hij veel contact met de mensen en werd op deze manier goed ingeleid in de Afrikaanse cultuur en gewoonten. De jongens die met hem op de bouw werkten werden via de praktijk gevormd tot goede metselaars en timmerlui.

In 1968 werden ze gevraagd voor Kameroen. De bisdommen daar hadden een hele wachtlijst van uit te voeren projecten, met name gebouwen ten behoeve van onderwijs, gezondheidszorg en ook kerken. Onvoorstelbaar is het aantal bouwprojecten dat er door dit bouwteam gerealiseerd is in Yaoundé, Malmö, Etui en Nkometou. Veel zweetdruppels hebben ze daar achtergelaten. Klaas was de man die de bouwtekeningen maakte en een kostenberekening uitvoerde, zodat de omvang van het project vanaf het begin duidelijk was. Hij had niet echt een architectenopleiding gevolgd, maar leerde het vak op de steiger.

Na zeven jaar verhuisde het bouwteam in 1975 naar de Centraal Afrikaanse Republiek. Elke verhuizing naar een ander land betekende voor hen telkens weer een nieuwe Afrikaanse taal leren. Klaas heeft in de CAR vooral in de hoofdstad Bangui gebouwd en had daar ook de zorg voor de toelevering van de bouwmaterialen. In Bangui zong hij ook in een internationaal koor samen met Russen, Chinezen, Zwitsers en Nederlanders. Het was voor hem echt een vorm van ontspanning en hij beleefde er veel plezier aan.

In 1980 was hij, vanwege een ernstige ontsteking aan zijn been, in Nederland. Hij benaderde een architectenbureau in Zevenaar, waar hij een jaar lang mocht meedraaien, deels voor het bureau en deels voor zijn medebroeders in Afrika. Na een week werd hij al gevraagd om uitvoerder te worden bij een aannemer in Zeddam. Zijn tijd in Nederland heeft hij goed besteed en hij deed er veel praktische ervaring op.

Terug in de Centraal Afrikaanse Republiek werkte hij nog korte tijd aan de bouw van een watertoren in Sibut. Maar al snel werd hij samen met broeder Jan van Schaijk gevraagd om naar Nigeria te gaan om daar in Enugu voor onze Congregatie een grootseminarie te bouwen. Het koste echter een paar jaren om het inreisvisum en de nodige bouwvergunningen, kadastrale plannen en een importlicentie te verkrijgen. Klaas wilde aan de slag en kon moeilijk tegen al die tegenwerking en vertraging.  In 1984 kon de bouw eindelijk beginnen.  SIST is momenteel een prachtige katholieke universiteit met vele studenten, ook uit andere Afrikaanse landen.

In 1986 kwam Klaas vanwege gezondheidsklachten terug naar Nederland en ging wonen in onze communiteit te Berg en Dal. Hij werkte opnieuw enige tijd bij de architect in Zevenaar en ook ons woonhuis in Berg en Dal kreeg een grote opknapbeurt.  Zijn grote hobby was nog altijd  zingen. Hij werd lid van het kerkkoor van de heilige Landstichting en is daar jaren lang aan verbonden geweest.

Nadat Klaas een aantal keren in het ziekenhuis had gelegen, kwam hij voor revalidatie naar Gennep, waar hij een flatje kreeg in de Hilhorst. Toen hij meer zorg nodig had kwam hij wonen in het verzorgingshuis Libermannhof, waar zijn broer Mebius al verbleef.

Klaas zelf geeft aan een ontzettend interessant leven gehad te hebben en in staat te zijn geweest heel veel mensen een dienst te bewijzen. Hij had veel en gemakkelijk contact met mensen. Hij heeft er nooit spijt van gehad dat hij voor de missie gekozen heeft; alleen had hij graag nog wat meer jaren in Afrika doorgebracht. Maar indirect heeft hij zich ook in Nederland kunnen inzetten voor de missie.

 

Het laatste half jaar kreeg hij meer lichamelijke klachten en ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Tijdens de retraite in juni heeft hij in de eucharistieviering samen met andere medebroeders de ziekenzalving ontvangen. Daarna kwam hij steeds minder van zijn kamer en de laatste week bracht hij door op zijn bed. Vanmorgen op 30 augustus is hij rustig ingeslapen. Zijn familie en zijn medebroeders verliezen in hem een diep religieus mens, altijd dienstbaar, prettig in de omgang en met een grote dosis humor. We zullen hem erg missen. Dank je Klaas, voor wie je was en voor wat je voor ons deed. Rust in vrede.

 

We zullen afscheid van hem nemen op zaterdag 2 september om 11 uur in een plechtige Eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding Kerkstraat 2 te Gemert. Vanaf 10 uur is hij opgebaard in de kerk. Na de viering zal de begrafenis plaatsvinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel. Er is parkeergelegenheid achter de kerk, bereikbaar via de rondweg. Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal “Dientje Wijn”, Kerkstraat 9, schuin tegenover de kerk.

                                                                                                                                                                                                                                                                                     M. van Moorsel CSSp

Correspondentieadressen:

Mevr. S. Hettinga                                                                  Congregatie van de H. Geest

S.P. Hoytemastrjite 6                                                            Spoorstraat 159

8491 GZ AKKRUM                                                                 6591 GT GENNEP

 

 about:blank

Share this article:

Door met lezen
1299 Hits
MEI
22
0

Piet Loohuis

 

Niet geheel onverwachts maar toch wel plotseling is vrijdagmiddag 19 mei 2017 pater Piet Loohuis in Gennep overleden.

Piet is op 9 december 1941 in Eindhoven geboren. Na de basisschool ging Piet naar de mulo, waarna hij de handelsambachtschool door liep, waar hij zijn diploma boekhouden behaalde en in 1967 de HBS A voltooide.In 1968 schreef hij zich in op het Theologisch Instituut in Eindhoven, waar hij onze congregatie leerde kennen. Hij voelde zich tot deze congregatie aangetrokken en begon een jaar later met het noviciaat in Gemert.

Piet wilde later als missionaris gaan werken in Tanzania. Daarom kiest hij ervoor om de laatste twee jaar van zijn theologiestudie reeds in dat land te doen en vertrekt in oktober 1969 naar Tanzania. Hij komt terecht op het grootseminarie in Tabora. Zijn vakanties brengt hij door in het bisdom Morogoro, waar hij later zal gaan werken.

Ook al valt hij als enige blanke tussen al die Tanzaniaanse studenten erg op, Piet probeert zich, zo goed en zo kwaad als hij kan, aan te passen aan zijn nieuwe omgeving en heeft nooit spijt gehad van zijn keuze.

Op 3 juni 1972 wordt Piet in de St. Jan’s kerk te Valkenswaard door monseigneur H. van Elswijk, emeritus bisschop van Morogoro tot priester gewijd.

Piet wordt benoemd voor de missie van Kimamba, waar hij in het begin een eenvoudig bestaan leidt, maar er in de loop der jaren voor zorgt, dat hij een voorraadkamer heeft, waar van alles staat, wat elders in het bisdom niet te vinden is. Vanwege de slechte economische toestand van het land was er in die jaren in de winkels in de stad niet veel te krijgen.

Piet was iemand, die zich graag verdiepte in de bijbel en dit gevoel bracht hij over op zijn parochianen. Er was in het bisdom geen andere parochie waar zo veel bijbels verkocht werden als in de parochie van Piet. Naast bijbels en andere geestelijke boekjes verkocht Piet veel schriften en pennen aan de schoolgaande jeugd. Daar het winstpercentage op die artikelen in Tanzania vrij was, vond Piet 100% winst niet fout, terwijl hij het wel afkeurde als medebroeders hun Nederlands geld op de zwarte markt wisselden. Door dat te doen deden zij het land te kort en dat kon niet, vond Piet.

Hij maakte zelf ook uit aan welke acties en plannen van het bisdom zijn parochie wel of niet meedeed. Hij bepaalde zelf het beleid en de bisschop hoefde dat niet voor hem te doen. Dat dit niet in goede aarde viel, spreekt voor zich, maar daar Piet toen al tamelijk slecht ter been was, was hij niet makkelijk over te plaatsen. Toen er elders een parochie vrijkwam, waar je met de auto overal kon komen, greep de bisschop deze kans aan om hem te verplaatsen. Hij deed dit echter zonder eerst te overleggen met Piet en dat schoot bij hem in het verkeerde keelgat.      

Piet besloot naar Nederland terug te gaan en zich hier verder in de pastoraal in te gaan zetten. Om de pastoraal in Nederland te leren kennen, werd hij opgevangen door pastoor Jos Biemans in Valkenswaard. Vanaf die tijd zijn die twee hechte vrienden geworden, al heeft Piet zijn inwerkperiode bij hem niet afgemaakt.

In Tanzania zochten ze namelijk een econoom voor de filosofieopleiding in Moshi. Toen die vraag bij Piet werd neergelegd, ging hij daar meteen op in, een beslissing die hij korte tijd later erg betreurde. De sfeer van het seminarieleven was hij helemaal ontgroeid. Door dagelijks voor de studenten groenten te kopen op de markt, leerde hij de marktkooplui kennen en besloot iets op te gaan zetten om hen verder te helpen. De toenmalige bisschop van Arusha was het hiermee eens en gaf hem zelfs een stuk grond onder voorwaarde, dat hij hem niet om financiële hulp zou komen vragen. Piet had ondertussen voor een goede en getrouwe achterban gezorgd, dus begon hij met de opzet van het Jeugdcentrum De heilige Philippus Neri. Regelmatig kwamen er kennissen en jongeren uit Valkenswaard hem helpen bij het opzetten van korte cursussen, voor het installeren van computers en andere zaken.

 De verhouding met de plaatselijke leiding van de congregatie liep fout, daar Piet vond, dat hem onrecht was aangedaan. Op pogingen om dit probleem de wereld uit te helpen, is Piet helaas nooit ingegaan. Ook met de nieuwe bisschop liep het fout. Zo zeer zelfs, dat de bisschop hem het jeugdcentrum af nam, met het argument dat het centrum zich op het terrein van het bisdom bevond. De onenigheid met de toenmalige bisschop is zeker niet alleen Piet te verwijten.

Piet liet zich niet uit het veld slaan en begon opnieuw en bouwde het “AFRI-YOUTH DEVELOPMENT SERVICES”. Piet dacht het allemaal zo geregeld te hebben, dat het centrum na zijn vertrek door kon gaan. Helaas slaagde hij er niet in een geschikte persoon te vinden, die de leiding van hem kon overnemen. Iedere keer gokte hij op de verkeerde mensen.

Zijn gezondheid ging echter zo snel achteruit, dat hij -met pijn in het hart- gedwongen was naar Nederland terug te keren. Hier kwam hij meteen terecht in het verzorgingshuis Libermannhof, dat hij vaak het ‘gesticht’ noemde, omdat hij zich opgesloten voelde. Hij wilde terug naar Tanzania, ook al wist hij dat dit niet mogelijk was.

Piet was van tijd tot tijd niet makkelijk voor zijn omgeving. Niet alleen op het moment, dat hij vanwege ziekte op veel te jonge leeftijd afhankelijk werd, maar ook daarvoor al. Wanneer hem naar zijn mening onrecht was aangedaan, kon hij daar niet overheen stappen en weer op goede voet komen met de ander.

Dat hij door zijn verslechterende gezondheid zijn vrijheid moest inleveren, kon hij niet of maar heel moeilijk accepteren. Zijn suiker was van tijd tot tijd bijna niet onder controle te krijgen, daar Piet zijn eetgedrag ook niet onder controle kreeg.  Enkele maanden geleden werd hij getroffen door een tia, waar hij wonderwel vlug van genas, maar een tweede en derde volgden te snel en zeer waarschijnlijk is een vierde hem fataal geworden. We verliezen in Piet aan markante persoon, die voor zichzelf en ook voor zijn omgeving niet altijd de gemakkelijkste was. Piet, bedankt voor de wijze lessen, die je ons van tijd tot tijd voorhield en dat je nu mag rusten in de Vrede en in de Vreugde van de Heer.

We zullen afscheid van Piet nemen in een plechtige eucharistieviering in de kerk van St. Jan’s Onthoofding te Gemert op woensdag 24 mei om 11.00 uur. Vanaf 10.00 uur is hij opgebaard in de kerk en is er gelegenheid voor een laatste groet. Na de viering zal de begrafenis plaats vinden op ons kloosterkerkhof op het park van het kasteel te Gemert, dat alleen bereikbaar is via de brug bij de kerk. Parkeergelegenheid is er naast de kerk via de rondweg. Na de uitvaart is er een koffietafel in de zaal van “Dientje Wijn” Kerkstraat 9.

 Namens het provinciaal bestuur   

 J. Gordijn

 

Correspondentieadressen:

Mevr. E. Peels-Loohuis                                              Congregatie v.d.H.Geest

Slechtvalk 33                                                           Spoorstraat 159

5554 MA Valkenswaard                                             6591 GT Gennep

 

Share this article:

Door met lezen
1657 Hits
SEPT
11
0

Jan Schiks

 

Vanmorgen, 8 september 2016 op het feest van Maria geboorte, is om halfzes onze medebroeder Jan Schiks op zijn appartement in Spiritijnenhof overleden. Hij is 89 jaar geworden.

Wij verliezen in Jan een bemind familielid en een unieke medebroeder, die zich met hart en ziel ingezet heeft voor de congregatie en de kerk.

Jan werd op 10 augustus 1927 in Waspik geboren. Na de lagere school volgde Jan vanaf 1940 zijn middelbare studie eerst bij de Paters Kapucijnen in Langeweg en later bij de Kruisheren in Uden. Omdat hij missionaris wilde worden nam hij contact op met de Congregatie van de H. Geest. Hij werd er aangenomen en begon in september 1947 het noviciaat in Gennep. Na zijn eerste professie op 4 september 1948 vervolgde hij zijn priesteropleiding in Gemert. Hij werd er op 19 juli 1953 door Monseigneur Giobbe tot priester gewijd. Een jaar later vertrok hij naar Parijs om daar aan de Alliance Française de Franse taal te gaan leren. In 1955 vertrok hij naar het bisdom Doume in Kameroen.

Op de missie van Ndelele leerde hij de inlandse taal. Daarna werkte hij op verschillende missieposten: Batouri, Betaré-Oya, Essiengbot, Lomié en tenslotte Abong-Mbang. Het waren niet de gemakkelijkste missies, vooral Lomié en Essiengbot waren erg afgelegen in het regenwoud, met onbegaanbare wegen en gammele bruggetjes en dijken in een moerassig gebied. In het begin deed Jan zijn pastorale bezoeken aan de dorpen veelal te voet. In Lomié staat hij bekend als de pater die tweemaal een tournee van 500 km naar de dorpen in het oerwoud te voet heeft gemaakt. Het waren zware reizen, maar Jan heeft dat alles moedig doorstaan. Jan was een goedige, sociale en hardwerkende pastor en missionaris, die een luisterend oor had voor de mensen.

Jan hield zich bezig met de lagere scholen, gaf er catechese. Vaak bezocht hij met een zuster de dorpen om voorlichting te geven betreffende gezondere manieren van leven. Veel mensen heeft hij, vaak midden in de nacht, naar het ziekenhuis gebracht.

In 1978 kreeg Jan in Essiengbot gezelschap van pater Ben Visbeek. Van toen af aan waren zij compagnons en vormden een hecht en onafscheidelijk team. Ze werkten zoveel mogelijk samen in de parochie en in de vele afgelegen dorpen.

Jan bouwde in de vele dorpen aan levendige christengemeenschappen en besteedde tijd en aandacht aan de vorming van leken (catechisten, parochieraden, zangkoren). Er was in het bisdom een vormingscentrum voor catechisten, waar Jan hen naar toe stuurde. Maar in de parochie organiseerde hij voor hen ook vormingsdagen waar hij hen onderrichtte in de bijbel, catechese en woordvieringen op zondag. Zo hielp hij hen op weg om hun eigen verantwoordelijkheid voor de christengemeenschap op zich te nemen en mee te werken aan Gods Rijk van vrede en gerechtigheid. Het was de manier waarop Jan in zijn tijd zich heeft ingezet voor de mensen en gebouwd heeft aan de Kerk in Oost-Kameroen.

Hij was gezien en bemind bij de mensen en zijn werk en inzet werden gewaardeerd. In 1990 ontving Jan, bij gelegenheid van zijn veertigjarig priesterfeest, van de Kameroense regering de onderscheiding “la médaille de chevalier de l’Ordre du mérite Camerounais”.

In 2002, na  een verblijf van 47 jaren, besloten Jan en ook Ben, als bijna laatsten van de Nederlandse Spiritijnen, Oost Kameroen definitief te verlaten en naar Nederland terug te keren. Ze werden in Abong-Mbang opgevolgd door jonge Kameroense Pallotijnen.

Terug in Nederland werkte Jan tien jaar in  onze communiteit te Weert. Hij was er als pastor dienstbaar in de parochie en in twee bejaardenhuizen. Bij de sluiting van deze communiteit in 2011 kwam hij samen met de andere medebroeders naar Spiritijnenhof in Gennep.

Deze laatste jaren in Gennep waren moeilijk voor hem, want zijn krachten namen af en zijn gezondheid ging snel achteruit. Hij was gedwongen zijn fiets te verruilen voor een rollator.  Hij had er veel moeite mee steeds meer afhankelijk van anderen te worden.  Zijn ziekte leek ook invloed te hebben op zijn goedig karakter. Zijn oud-collega’s van Kameroen hadden er wel eens moeite mee in hem de beminnelijke Jan uit vroeger tijden terug te kennen. 

Ondanks zijn lichamelijke en geestelijke aftakeling bleef hij zijn familie en vrienden, met wie hij een hechte band had, trouw bezoeken ofwel kwamen Jan hier in Gennep opzoeken.

Tot op het laatst bleef zijn hart uitgaan naar Kameroen. Hij onderhield contacten met heel veel mensen. Niemand weet hoeveel brieven hij de laatste jaren geschreven heeft, maar het zijn er erg veel.

Vaak reisde Jan met de bus en de trein zomaar ergens naar toe in Nederland. Doodmoe kwam hij ’s avonds dan terug. De Abdij van de Benedictijnen in Egmond was een van zijn geliefde plekken. Hij was een groot vereerder van Maria. Meerdere malen ging hij op bedevaart naar Lourdes. ‘Radio Maria’ was zijn favoriete radiostation, waarop zijn radio permanent stond afgesteld: zijn medebroeders op de gang mochten dan gratis meeluisteren.

Sinds vorige week ging zijn gezondheid snel achteruit. Op 7 september hebben wij hem in aanwezigheid van enkele medebroeders de ziekenzalving toegediend, hij was toen al  buiten bewustzijn. In de vroege morgen van 8 september is hij van ons heengegaan om het geboortefeest van de Moeder Gods in de hemel mee te kunnen vieren.

 

Moge hij nu rusten in vrede.

 

Pater Jan Schiks ligt opgebaard in Spiritijnenhof, Spoorstraat 159 te Gennep.

 

Donderdag 15 september zullen we om 11 uur van Jan afscheid nemen in een plechtige Eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding, Kerkstraat 4 te Gemert.

Vanaf 10 uur is hij opebaard in de kerk. Na deze viering zal de begrafenis plaatsvinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’, Kerkstraat 9 te Gemert

Parkeergelegenheid: achter de kerk (bereikbaar via de Rondweg) of op de Kasteellaan.

 

Namens het Provinciaal Bestuur,

 

                                                                                                                      Martin van Moorsel CSSp

Contactadressen:

Fam. J. Lukassen-Spoor                                             Congregatie van de H. Geest

Rooijseweg 11                                                             Spoorstraat 159
5738 RD MARIAHOUT                                                6591 GT GENNEP

 

 

 

 

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
2220 Hits
SEPT
11
0

Matthias van der Burg

 

Vanmorgen, woensdag 7 september 2016, is om 9.30 uur onze medebroeder broeder Matthias van der Burg in zijn appartement rustig ingeslapen.

 

Broeder Matthias is geboren te Berkel op 18 oktober 1928 in een zeer katholiek gezin als achtste in een gezin van elf kinderen. In november 1948 gaf hij samen met een van zijn broers te kennen broeder missionaris te willen worden in de Congregatie van de heilige Geest.

Een congregatie die hen bekend was, daar er al drie broers eerder daar waren ingetreden.

Na de eerste kennismaking in Baarle-Nassau had hij toch nog enige twijfels, maar hij trad toch samen met zijn jongere broer, broeder Philippus in en zij legden op 8 september 1951 in Baarle-Nassau hun eerste gelofte af, gevolgd door zijn eeuwige gelofte op 8 september 1954.

 

Broeder Matthias, bij de familie bekend als Martin, heeft niet het geluk gekend om naar de missie gezonden te worden, Iets wat zijn andere vier broers, die intraden wel gekend hebben.

Matthias heeft gewerkt in onze huizen te Weert, Baarle-Nassau, Halfweg, Rhenen en Gemert.

In Gemert vanaf januari 1961 tot de hele communiteit in mei 2010 verhuisde naar Gennep.

In al deze huizen heeft hij allerlei opdrachten uitgevoerd, maar uiteindelijk werd zijn hoofdtaak in Gemert: elektricien. Zingen (en dan Gregoriaans), schaken, radioamateur, fietsen en klokken waren onder andere zijn hobby’s. Wat hij in de kelders verzameld had kon niet allemaal mee naar Gennep, maar hij wilde er wel zijn hobbyruimte krijgen. Ook al hield menig een zijn hart vast, dat er brand of erger zou ontstaan, Matthias ging door in zijn hobbyruimte met van alles aan elkaar maken, in elkaar zetten en weer uit elkaar halen.   

Zijn vader moet heilig en zelfs meer dan dat voor hem zijn geweest, want wat hij van hem had geleerd, daar was tot aan zijn dood niet aan te tornen. Hij had hem geleerd wanneer te knielen, hoe de eucharistie te beleven enz. En eigenlijk kon Matthias niet begrijpen, dat anderen anders deden of daar anders over dachten.

Zijn jongste zus is gaan wonen en werken op Aruba en met haar had hij een speciale band. Hij is een keer daar bij haar op bezoek geweest. Een bezoek, dat hij zich lange tijd pijnlijk heeft herinnerd door een lelijke val bij terugkomst op Schiphol.

Matthias wilde jarenlang niet in de belangstelling staan, maar na zijn laatste ziekenhuis opname is daar verandering in gekomen. Zelfs zo, dat menige medebroeder hier af en toe de opmerking maakte: Je kent hem niet meer terug. Hij dorst eindelijk zijn emoties te laten zien. Hij was blij met ieder bezoek op zijn appartement en praatte dan voluit.

Niet alleen zijn gezichtsvermogen ging achteruit. Iets waardoor wij ons zorgen maakte, wanneer hij weer op de fiets stapte, maar daar was hij niet vanaf te krijgen. Heel zijn gezondheidstoestand ging achteruit en in februari van dit jaar werd bij hem een ernstige leveraandoening geconstateerd, waar operatief niets meer aan gedaan kon worden.

De artsen gaven hem nog enkele maanden. Zelf wilde aanvankelijk nog graag zijn 65-jarig professiefeest, dat hij morgen zou vieren, halen. Toen zijn gezondheid echter zo achteruitging, dat hij niet meer naar de kapel en maaltijden kon komen, zelfs niet meer van zijn bed af, ging hij verlangen naar de dood, die maar niet wilde komen.

Vanmorgen kwam voor hem en voor degenen, die hem zagen lijden de verlossing en mogen wij ervan uitgaan, dat hij verwelkomd is door God, zijn Vader, in wie hij een zeer sterk geloof had. Moge hij ruste in vrede.

Broeder Matthias ligt opgebaard in Spiritijnenhof. Spoorstraat 159 te Gennep.

 

Maandag 12 september zullen wij in een eucharistieviering in de kapel van Libermannhof, Spoorstraat 157 om 10.45 uur afscheid van hem nemen.

Na de eucharistieviering zullen we hem begeleiden naar zijn laatste rustplaats op ons kerkhof in de kasteeltuin van Gemert. Ridderplein 17 (ingang Kasteellaan).

Vanaf 10.00 uur bent u welkom hier in Gennep en na de begrafenis bentu welkom bij de koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’, Kerkstraat 9 te Gemert.

                                  

                                                                                                                   Koos Gordijn CSSp.

 

Correspondentieadressen:

J.Hageman-v.d.Burg                                          Congregatie van de H. Geest

Werkendelslaan 106                                           Spoorstraat 159

1851 VE Heiloo                                                   6591 GT Gennep

 

 

 

 

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
1950 Hits
AUG
16
0

Otto van den Brink

 

 

 

Volkomen onverwachts is op 12 augustus 2016, pater Otto van den Brink van ons heengegaan. Gisterenavond voelde hij zich niet zo goed en is eerder van tafel gegaan, maar zonder specifieke klachten. Vanmorgen hebben we hem dood aangetroffen. Hij moet in de nacht van 11 augustus zijn overleden. Zo’n plotseling, onverwacht overlijden komt altijd als een grote schok. We wisten dat zijn gezondheid achteruitging maar hij was nog alert en actief.

Otto werd geboren op 16 februari 1934 in een groot en hecht gezin. Afkomstig uit Laren was hij trots op de titel “Erfgooier”. Geprofest in 1954 werd hij op 20 september 1959 priester gewijd door Mgr. Teerenstra, met 11 klasgenoten. Van die klas werden er drie benoemd voor de Centraal Afrikaanse Republiek, toen pas onafhankelijk. Otto, Jan Mollemans en ik vertrokken op dezelfde dag en we konden elkaar gelukkig van tijd tot tijd blijven ontmoeten. Bij het vertrek van Otto was zijn vader al ernstig ziek.

Otto werkte in het Oosten van het aartsbisdom Bangui dat later het bisdom Bambari zou worden. Hij was actief in vier verschillende missies, van 1961 – 1991, met een onderbreking van een jaar recyclage in Abidjan, Ivoorkust. Het grootste deel van die tijd was hij belast met de vorming van catechisten en leken-leiders voor de christengemeenschappen in en rond de hoofdmissies. In Ippy en in Kouando, twee centrale missies, was hij directeur van een catechistenschool. Hij vond veel vervulling in dat werk. Hij hield zich ook bezig met de jonge leken-vrijwilligers, uit Frankrijk en Oostenrijk die toen met ons samenwerkten bij het ontwikkelingswerk in de rurale gebieden.

In 1991 kwam hij terug naar Nederland omdat hij gekozen was in het Provinciaal Bestuur. Van 1991 – 2000 was hij lid van het Provinciaal Bestuur. In die hoedanigheid bezocht hij meerdere malen de Nederlandse confraters in Afrika en Brazilië en schreef daar enthousiast over. Voorafgaand aan zijn eerste benoeming had hij zijn voorkeur uitgesproken voor Brazilië. Tijdens zijn lange bestuursperiode was hij in de gelegenheid dat land meerdere malen te bezoeken, en hij schreef daar met belangstelling over: dat land met zijn boeiende cultuur en zijn kerk die zo moedig en duidelijk koos voor de armen, en zich sterk maakte voor vrede en gerechtigheid.

In oktober 2000 werd er iemand gezocht voor de functie van provinciaal econoom. Otto werd gevraagd en heeft die functie bijna 16 jaar vervuld, met bekwaamheid en toewijding. In 2000 was hij 65 jaar. In de jaren die volgden bracht de voortschrijdende vergrijzing heel wat veranderingen met zich mee. Het was een groot geluk dat we in die jaren veel bekwame en toegewijde leken hebben gevonden om samen met het provinciaal bestuur vorm te geven aan de leiding van de provincie op velerlei gebied. Ook op het economaat veranderde er veel. Otto wist daar heel soepel mee om te gaan in een prettig samenwerkingsverband. Nog altijd was hij er actief en zijn legendarisch geheugen was hem daarbij van groot nut.

Otto is altijd een bescheiden en betrokken medebroeder geweest in alle functies die hij heeft vervuld, in Afrika en in Nederland. Hij stond dicht bij de mensen, in Afrika maar ook in Nederland, bij de vele pastorale assistenties in de parochies waar hij actief was. Hij was ook een harde werker, met weinig behoefte aan ontspanning of vakanties. Zijn vakanties besteedde hij aan bezoeken aan confraters en zusters met wie hij in Afrika had samengewerkt. Hij was ook een diepreligieus mens, altijd dienstbaar, prettig in de omgang en met een goede dosis humor. We zullen hem erg missen. Dank je Otto, voor wie je was en voor wat je voor ons deed. Rust in vrede.

We zullen afscheid van hem nemen in een plechtige Eucharistieviering in de kerk van St. Jans Onthoofding te Gemert op donderdag 18 augustus om 11 uur. Vanaf 10 uur is hij opgebaard in de kerk. Na de viering zal de begrafenis plaatsvinden op ons kloosterkerkhof in het park van het kasteel.

 

                                                                                                                                                                                                F. Timmermans CSSp.

 

Correspondentieadressen:

Familie Schaper- van den Brink                                 Congregatie van de H. Geest

Middenweg 116a                                                         Spoorstraat 159

1394 AN NEDERHORST den BERG                             6591 GT GENNEP

 

 

 

Share this article:

Door met lezen
2312 Hits
Ga naar boven