Overleden Jos van Vegchel

Op vrijdag zestien januari 2015 kregen we ’s avonds een telefoontje vanuit Hattem met de mededeling, dat pater Jos van Vegchel plotseling was overleden. Mies, zijn huisgenote, had hem die avond om acht uur liggend op de grond aangetroffen  in hun huiskamer. De opgeroepen arts moest even later zijn overlijden constateren. Jos zelf en velen in zijn omgeving wisten, dat dit hem kon overkomen. Ook al ging hij de laatste tijd hard achteruit en al zei Mies ons vorige week  nog:  “hij maakt het niet goed”,  toch kwam dit telefoontje erg onverwacht. Hij zei over zichzelf, dat hij een tijdbom was vanwege enkele aneurysma’s Zijn hart was ondanks een geslaagde  operatie zwak, maar vooral het feit dat hij, de man die zo graag zong en veel praatte, de laatste tijd ook zijn stem zo goed als moest missen, was voor hem moeilijk te aanvaarden.

 

Jos is geboren in 1930 in Eindhoven als jongste in een gezin met twaalf  kinderen. Toen hij tien maanden oud was overleed zijn moeder. Zijn vader wilde het gezin bij elkaar houden en de oudste zus van Jos werd als een tweede moeder voor hem. Op tweejarige leeftijd kreeg hij tbc en werd hij opgenomen in een gasthuis van de zusters van Liefde, waar hij tot zijn zesde jaar is gebleven. Op aandringen van het hoofd van de basisschool, mocht Jos doorstuderen. Daar hij niet van studeren hield, koos hij in eerste instantie voor de MULO, omdat dit een korte opleiding was. Maar in feite ging hij zijn oudere broer achterna en kwam in september 1943 naar ons kleinseminarie in Weert.

Toen de gebouwen van het seminarie gevorderd werden voor de huisvesting van krijgsgevangenen, terugkerende Joden uit de concentratiekampen en vluchtelingen, bracht Jos het tweede studiejaar in Eindhoven door en verloor hierdoor een studiejaar.

In september 1950 begon hij met twintig medestudenten aan zijn jaar noviciaat. Daarna  ging hij voor de hogere studies naar Gemert, waar hij op 23 september 1956 met twee andere klasgenoten tot priester werd gewijd.

Jos keek uit naar de dag van 11 juli 1957, want op die dag hoopte hij zijn benoeming krijgen voor de missie. Het werd een grote teleurstelling voor hem of zoals hij zelf ergens schrijft “een ramp”. Hij kreeg geen benoeming voor de missie, maar zou leraar worden op ons kleinseminarie in Weert. Hij heeft bij de provinciaal de belofte afgedwongen, dat het maar voor twee jaar zou zijn, maar in feite zijn het er elf geworden. Zeker de eerste jaren was het daar hard werken voor hem ten eerste vanwege de voorbereiding van de lessen (hij moest de leerlingen toch minstens één les vóór zijn) en vervolgens vanwege het correctiewerk, dat ook gedaan moest worden. Het werden voor hem lange dagen.

Twee jaar later kreeg hij de opdracht te proberen via een staatsexamen het diploma van onderwijzer te halen, zodat hij de verantwoordelijkheid zou kunnen nemen voor de voorbereidende klas. Acht jaar lang heeft hij deze functie bekleed tot volle tevredenheid van de leiding van de congregatie alsook van de vele studenten, die hij onder zijn hoede heeft gehad.

Naast het lesgeven kreeg hij de zorg voor het toneel en de culturele manifestaties. Deze taak, alsook de vaste kerkelijke assistenties in de omringende parochies, waardoor hij vrienden kreeg buiten het seminarie, hebben er voor gezorgd, dat hij het er toch naar zijn zin kreeg.

In 1968 werd de brugklas ingevoerd en was hij niet direct meer nodig in Weert. Jos was toen 38 en dus nog niet te oud om naar de missie te vertrekken, maar nu was zijn gezondheid van dien aard, dat de dokter hem adviseerde om in Nederland te blijven. Hij werd benoemd als overste/directeur van ons ‘late roepingen’ seminarie de KIBO te Hattem, dat in 1970 bij gebrek aan kandidaten gesloten werd. Hij bleef er alleen achter om het huis te bewaken. Een jaar later  echter werd het huis betrokken door bejaarden uit Nijkerk, die vanwege nieuwbouw ergens onderdak moesten krijgen. Deze mensen hebben er ongeveer anderhalf jaar gewoond. Zoals Jos over iedere periode  heerlijke anekdotes kon vertellen, kon hij dat ook ten overvloede over deze  jaren. Het is een fijne tijd voor hem geworden.

Na hun vertrek is dat huis binnen een jaar verkocht en trok Jos in bij pater Welling op de pastorie aan de Eierdijk. In 1977 gaf pater Welling het stokje van pastoor over aan Jos, welke in oktober 1995  aan het kerkbestuur heeft aangegeven het een jaar later wat rustiger aan te willen gaan doen. Daar bekend was, dat er geen nieuwe pastoor benoemd zou worden, heeft Jos het kerkbestuur en de parochieraad terdege op de nieuwe situatie voorbereid.

Tijdens zijn pastoorschap heeft hij er enorm voor geijverd om de kerken in en rond Hattem bij elkaar te brengen en daarin een plaats op te eisen, zoals hij zelf in een van zijn brieven schrijft voor de Rooms Katholieke Kerk. Dat dit gezien en ook gewaardeerd werd, wat bleek uit de onderscheiding tot Lid in de Orde van Oranje Nassau, heeft hem bijzonder goed gedaan. Hij was er enorm trots op, dat hij zijn 50 jarig priesterfeest in de Grote-Andreas kerk van Hattem heeft mogen vieren. Het was de kroon op zijn streven naar meer oecumene. Al eerder had hij zijn medebroeders in Kameroen bezocht, maar toen de mogelijkheid zich voordeed ging hij graag mee naar Tanzania en Ethiopië om iets te proeven van het werk, dat hij zelf zo graag gedaan zou hebben.

Jos hield van tuinieren, maar bij snoeiwerk is hij uit de boom gevallen en heeft een tijd in een revalidatiecentrum moeten revalideren. Hij heeft er een pijnlijke rug aan over gehouden.  Al was hij al enige tijd rustende in Hattem verliezen ze daar in hem een man, die enorm veel werk heeft verzet, goed met mensen kon omgaan en daardoor enorm geliefd was. Nichten en neven verliezen een heeroom, die zeer betrokken gebleven is bij hun ouders en hen. En wij verliezen in hem een man, die ondanks het feit dat hij erg gefrustreerd was elf jaar les te hebben moeten geven in plaats van twee, zeer betrokken was bij zijn medebroeders. Mede door zijn frustratie weigerde hij een bestuursbaan, maar was wel bereid om zitting te nemen in de werkgroepen voor de zorg van medebroeders en de toekomst van onze huizen. Het viel hem zwaar zich vanwege gezondheidsredenen daaruit terug te moeten trekken. Wij zullen hem en zijn herinneringen in ons maandblad ‘Spinet’ zeker missen    En, ik noem haar als laatste, maar misschien moet zij wel als eerste genoemd worden, verliest Mies haar tweede pastoor voor wie zij enorm goed gezorgd heeft en voor wie hij erg bezorgd was.

Donderdagavond 22 januari is er in de Grote-Andreas Kerk te Hattem een oecumenische avondwake om 19.00 uur. (Parkeren kunt u het beste op de Bleek)

 

Vrijdag 23 januari nemen wij in een plechtige eucharistieviering in de St.Jans Onthoofding, Kerkstraat 2 te Gemert om 11.00 uur afscheid van Jos, waarna wij hem te rusten leggen op ons kloosterkerkhof op het kasteel. (Parkeren naast de kerk te bereiken via de rondweg of op de Kasteellaan, maar dan is het iets verder lopen.)

 

Namens het bestuur,

 

Koos Gordijn CSSp.

 

Correspondentie adressen:

 

Mevr. J.van Hout-Wouters                                                               Congregatie v.d.H.Geest

Hagelaarweg 2                                                                                  Spoorstraat 157

5684 NW Best                                                                                  6591 GT Gennep

 

 

 

In Memoriam Toon van Lankveld
Ga naar boven