Kerstmis 2009

HERBERGZAAM VAN HART 

Exegeten vertellen ons dat de verhalen over Kruis en Opstanding de oudste kern vormen van de Evangeliën. Vanuit dit perspectief wordt teruggeblikt op Jezus’ leven: wat Hij heeft gezegd en gedaan, hoe Hij omging met God en met de mensen. En die schaduw van Dood en Opstanding viel zelfs vooruit tot bij zijn ontvangenis en geboorte. In “Het verhaal gaat” schrijft Nico ter Linde over het kerstverhaal het volgende: Naast de grote geschiedenis van de wereldmachten, gesymboliseerd in Keizer Augustus, was wat daar gebeurde in Bethlehem “een geschiedenisje van niets”: ver van Rome, in een uithoek van het Rijk: Israel, in een uithoek van Israel: Bethlehem, en ook daar weer in een uithoek: in een stal, want in de herberg was voor Jezus en zijn ouders geen plaats. En zelfs daar niet, want, vervolgd door Herodes moesten ze vluchten naar een vreemd land. Er was nergens plaats voor deze Mens; niet in de herberg, niet in de tempel, niet in de versteende harten van de mensen. Zijn weg was één lijdensweg. Maar voor Lucas is dit nu juist een Koninklijke weg die een mens bij God brengt. 

Toen Franciscus in Greccio de eerste kerststal ensceneerde, zo vertelt ons Thomas van Celano,  wilde hij dat de mensen juist dit zouden zien, ahw met eigen ogen. Franciscus had er een visioen bij: de pop in de kribbe werd een kind dat uit een diepe slaap ontwaakte. In de harten van velen was Jezus een onbekende geworden, maar door Gods genade had Franciscus hem weer in de harten van de mensen daar tot leven gewekt. 

In het kerstverhaal zijn de stal, het kind en zijn ouders tussen de trekdieren, de arme herders, uitschot van de maatschappij, geen betreurenswaardige en beschamende bijverschijnselen die door engelenkoren moeten worden gecompenseerd en weg gezongen. Neen: dát is juist het teken dat God is gekomen om de wereld te redden. Heil dat van gene zijde komt: genade. De armen, de eerste begenadigde getuigen zagen het met de ogen van het hart en waren van blijdschap vervuld. Maria, staat er, bewaarde dat alles in haar hart. Herbergzame harten gaven Hem in hun liefde de plaats die de officiële samenleving Hem weigerde. 

Jezus groeide op als een mens van liefde: “in welbehagen bij God en bij de mensen”. Het teken, dat zijn geboorte wilde zijn, is altijd zichtbaar gebleven in wat Hij zei en deed. Steeds heeft Hij zich vereenzelvigd met de mensen die in de wereld van zijn dagen aan de kant stonden. “Een voorbeeldmens”, schrijft Oosterhuis, “één die de liefde heeft gedaan: solidariteit, mededogen, vriendentrouw, recht doen en niet dulden dat welk mens dan ook een vernederd, uitgesloten, overbodig wezen is. Als profeet van een menswaardige toekomst is Hij de geschiedenis ingegaan”. Een menswaardige toekomst: geen ijdele hoop. Hij leek ten onder te gaan, maar God heeft Hem opgewekt. Steeds vond Hij zijn kracht in de liefde van de Vader en hij leerde ook ons in het gebed tot de Vader overeind te blijven. In de engelenkoren van de Kerstnacht klinkt de overwinning van Pasen al door: Heden is U een redder geboren, de Gezalfde, de Heer. 

De Opstanding. Stephen Boonzaayer, mysticus, pastor en dichter, schrijft over de eerste paaservaringen waarover het Evangelie ons vertelt. De kruisdood leek de meest radicale en efficiënte uitschakeling van Jezus en van alles waar Hij voor stond. Verdwenen in het niets, zelfs geen lichaam meer in het graf. Verwarring bij de leerlingen. Dan breekt het licht door voor de ogen van het hart. Liefdevol openden die harten zich voor Hem, harten die Hem opnamen en liefdevol de plaats gaven die zijn vijanden Hem geweigerd hadden. In hun harten stond Hij op en begon zijn tocht door de wereld. Herbergzame harten. Zoals Maria die Hem in haar hart ontving voor zij Hem droeg in haar schoot, en die alles waarvan ze getuige was in haar hart bewaarde. Zoals de herders die zagen met de ogen van het hart, zoals de mensen van Greccio die Hem in hun hart geboren lieten worden. 

Onherbergzaamheid: er zijn vele vormen van. Ook onder ons zijn er die het in hun missionarisleven hebben ontmoet. Onbegrepen zijn, of verjaagd, berooid of vals beschuldigd, hun goede bedoelingen miskend. Honger en ontberingen gekend, misschien, in situaties van oorlog of droogte die ze met hun mensen hebben willen en durven delen. Maar in onze eigen gemeenschap of de gemeenschap van hun mensen hebben ze toch ook steeds een gastvrije herberg gevonden. En waar ons de herberg van Gemert ontvalt, wordt elders voor ons weer een nieuwe gebouwd. Voor veel anderen is die onherbergzaamheid zo veel meedogenlozer. Mensen die blijvend zijn buitengesloten, over het hoofd gezien, vol onzekerheid over de dag van morgen, onveilig, hun leven niet zeker. Dichtbij en veraf. Sommigen kennen we persoonlijk. Voor zulke mensen zijn wij als gemeenschap gesticht. En we hebben geprobeerd om solidair met hen te leven. Het geloof in de Heer was ons een steun en inspiratie. Maar toch. Oosterhuis zegt ergens: “Soms kijk je even, met één oogopslag, zoals je in een spiegel kijkt, in dat Jezus verhaal en je schrikt van jezelf en je denkt: Zó kan het dus ook” We zijn maar mensen met bijziende ogen” Ja, mensen met bijziende ogen dat zijn we. Steeds weer opnieuw moeten we ons herijken naar dat Voorbeeld. Maar kerstmis leert ons ook dat Hij altijd groter is dan ons hart. 

“Heer, wanneer zagen wij u hongerig of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis en hebben we voor u gezorgd”? Het antwoord kennen we: “Wat jullie voor ,één van deze onaanzienlijken onder mijn broeders en zusters hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan”. 

Herbergzaam van hart voor Hem die weer komt als een kind dat een Teken is.

Herbergzaam van hart voor hen die hij noemde: een beeld van Hem zelf

Herbergzaam van hart voor elkaar.

En blijven geloven in de Vrede die ons is aangezegd.

 

Een Zalig Kerstfeest en een gezegend nieuw jaar.

Frans Timmermans
namens het Provinciaal Bestuur

 

Het  volgende kerstverhaal is geschreven door fr. Joseph Healy en neemt jullie mee naar de grootste berg van Afrika, de Kilimanjaro.

 

De man die God niet kon vinden

Er was eens lang geleden een streek in Afrika met veel bergen, dalen en rivieren. Alle mensen woonden samen in een van de grote dalen. De grote uitgebreide families bestonden uit  grootouders, ooms en tantes, neven en nichten en veel kinderen. Deze mensen waren gewone mensen met goede en slechte eigenschappen. 

 

Een van de dorpsbewoners heette John. Hij was christen en ging elke zondag naar de kerk. Hij hielp de armen en de zieken, vooral de leprozen die ook in deze vallei  woonden.  John probeerde zo al zijn christelijke verantwoordelijkheden te vervullen. Natuurlijk lukte dat niet altijd, maar iedereen noemde hem een goed christen.

 

In de vallei was regelmatig sprake van jaloezie, onenigheid, dronkenschap en mensen die met elkaar op de vuist gingen. Ook dieven bevonden zich onder de dorpsbewoners en regelmatig werden koeien, geiten of schapen gestolen. Er was geen vrede en harmonie. Heksenrij en bijgeloof maakte deel uit van het dagelijkse leven. Na deze situatie een tijdlang geduldig verdragen te hebben besloot John om naar een andere streek te trekken. Hij zei ‘Ik weet zeker dat God hier niet aanwezig is. Hij is een  Vredevol Persoon, hij houdt niet van gevechten en onenigheid. God wil Vrede en harmonieuze relaties in zijn menselijke familie.’

 

John zag een grote berg in de verte die majestueus oprees en helder  afstak tegen de blauwe lucht. John zei ‘Ik weet zeker dat onze God, de grote schepper, in vrede leeft op de top van deze berg. Ik zal naar de top klimmen en weet zeker dat ik daar God zal vinden.’ John begon aan een lange en vermoeiende reis. Aan het eind van de eerste dag hij bereikte de voet van de hoge  berg. De hete tropische middagzon had hem uitgeput en hij besloot hier te overnachten en de volgende dag verder te trekken. Heel vroeg stond hij op en trok verder. Na drie uur klimmen was hij langs de kant van de weg gaan zitten om uit te rusten.

 

Enkele minuten later zag hij een man van ongeveer 30 jaar oud die de berg afdaalde. Ze groeten elkaar ‘Jambo! Heb je nieuws?’  John vertelde dat hij van plan was de berg te beklimmen om daar God ‘Onze Schepper en Bron’ te vinden. De reiziger stelde zich ook aan John voor.  Zijn naam was Emmanuel en hij was naar beneden gekomen om bij de mensen in de vallei te leven. Nadat ze enkele minuten gepraat hadden namen ze afscheid met de woorden ‘tot ziens’. Terwijl John verder liep mompelde hij in zichzelf ‘Dat is een goede man. Hij is erg intelligent en spreekt goed. Ik vraag mij af waarom hij naar mijn vroegere dorp in de vallei gaat?’

 

Al  snel werd John weer in beslag genomen door de zware klim. De lucht werd ijler. Hij klom steeds langzamer.  In de late namiddag bereikte hij de top en zei bij zichzelf:  ‘Het is hier vredig en stil. Nu zal ik zeker God vinden.’ Hij keek om zich heen maar zag niemand. John was teleurgesteld en riep ‘Waar is God?’  Plotseling verscheen er een oude man die John hartelijk begroette ‘Welkom. Rust maar even uit na je lange en vermoeiende reis.’ John begon zijn zware klim te beschrijven en zijn verlangen om God te ontmoeten. De oude man keek hem aan en zei: ‘Sorry, maar God is niet boven op deze top. Ik woon hier helemaal alleen. Ik weet zeker dat je God onderweg bent tegengekomen op het bergpad. Hij is vanmorgen naar beneden gegaan om tussen de mensen in het dorp te gaan leven en hen te helpen met al hun problemen en moeilijkheden. John was helemaal verbaasd en riep uit: Je bedoelt te zeggen dat de reiziger die ik op het bergpad heb ontmoet, God was? En ik heb hem niet herkend? Ik dacht dat ik God hier bovenop de berg zou vinden.’

 

De oude man zei: ‘Sorry. Weet je, God wil niet alleen wonen. Hij wil bij de mensen zijn die hij geschapen heeft. Dat betekent ook zijn naam ‘Emmanuel. God met ons.’ John brengt vertwijfeld uit: ‘Maar in mijn dorp zijn problemen en vechten mensen met elkaar. Er wonen dieven, relschoppers en dronkaards. Waarom wil God juist bij hen wonen?’

 

Rustig geeft de oude man een antwoord: ‘God kent de levens van zijn mensen, hij weet van hun problemen en zwaktes. Er bestaat een Afrikaanse mythe over een krijger die God’s gebod weigerde en een pijl de lucht in schoot. De lucht spleet doormidden en God trok zich terug in de hoge hemel om ver weg te zijn van de menselijke wezens. Maar God ‘de grote Ouder’ houdt zoveel van zijn mensen en hij wilde hen zijn liefde betonen. Daarom stuurde God ‘Onze grote Leider’ zijn Zoon om zijn tent onder ons op te slaan en met ons te leven, onze vreugde en verdriet te delen, deelgenoot te zijn van onze successen en onze mislukkingen, onze sterkte en zwakte te zien zodat hij ons kan redden. Dit mysterie van redding vieren we met Kerstmis, de geboorte van Jezus Christus onze Broeder. Zo toont God zijn liefde voor de wereld: Hij heeft zijn enige Zoon gegeven zodat iedereen die in hem gelooft zal Leven.’

 

John was diep geraakt door deze woorden en luisterde met ingehouden adem terwijl de oude man verder gaat ’Jezus Christus- Emmanuel’ is geboren en leefde onder ons mensen als een gewoon persoon. Hij omringde zich met eenvoudige en behoeftige mensen. Mensen zoals de boeren en herders in jouw dorp in de vallei. Hij hielp de mensen om hun dagelijkse problemen op te lossen. Dit is de betekenis van het mysterie van kerstmis, dat wij leren te leven als Jezus, Emmanuel onze God en mens te zijn voor de ander.’

 

Even is het stil en dan besluit de oude man met ‘John, je mag regelmatig naar deze bergtop komen om uit te rusten en te bidden, maar weet mijn vriend, dat het hart van kerstmis is te leven met de mensen en hun dagelijkse zorgen en problemen te delen.’ John  was helemaal vervuld van deze nieuwe wijsheid en hij zuchtte diep en zei: ‘Ik heb mij bedacht. Ik heb besloten om terug te keren naar mijn dorp in de vallei om daar met de mensen te leven zoals Jezus Christus dat gedaan heeft.’ De wijze oude man legde zijn handen op John zijn schouders en zegende hem.  John draaide zich langzaam om. En terwijl hij in de diepte de vallei zag liggen begon hij aan zijn afdaling.

 

Zalig Kerstmis  en alle goeds voor het nieuwe jaar! Marielle Beusmans

Mombasa, Kerstmis 2009